Cijfers

Het is onmogelijk om exact te zeggen hoeveel personen in onze maatschappij transgender zijn. Niet alleen omdat de groep zo divers is, en niet altijd duidelijk is wie geteld zou moeten worden, maar ook omdat niet alle transpersonen medische en/of juridische stapen zetten waardoor ze geregistreerd worden. Transpersonen zijn in deze zin dan ook een ‘verborgen’ groep in onze maatschappij. Je kan dit het beste vergelijken met het beeld van een ijsberg (zie ook figuur hiernaast): de top steekt boven water uit en is zichtbaar (en in zekere zin meetbaar), maar de grote massa blijft verborgen.

De groep transpersonen die een verandering van juridisch geslacht aanvroegen, en dus zichtbaar zijn in statistieken, zijn m.a.w. het ‘topje van de ijsberg’. De ijsberg die er onder ligt, is volgens Nederlands en Vlaams onderzoek wel erg groot. Deze onderzoeken bevroegen de genderidentiteit van de algemene bevolking, en dus niet alleen transpersonen. Uit deze onderzoeken blijkt dat 0.7% van de geboren mannen en 0.6% van de geboren vrouwen zich psychisch méér het andere dan het eigen geboortegeslacht voelt (zij hebben dus een incongruente genderidentiteit). Toegepast op de Belgische bevolkingsgegevens komen we dan al snel uit op een groep van om en bij de 30.000 Belgen. Dat is een grotere groep dan de aantallen die instromen in de zorgsector en de aantallen die officieel een geslachtsverandering laten registreren.

Het is belangrijk om op te merken dat niet alle genderincongruente personen onvrede voelen met het eigen lichaam, of een wens hebben tot medische geslachtsaanpassing (Kuyper, 2012). Kortom: de groep transpersonen is veel groter dan zij die hun lichaam willen laten aanpassen en/of juridisch ook hun identiteitskaart laten veranderen. Transpersonen verengen tot wat zij wel/niet doen met hun lichaam of tot hun wens naar medische behandeling, is dus een te enge invulling van deze groep.

Cijfers travestie

Over travesties zijn enkel cijfers uit een Nederlands onderzoek van P. Vennix bekend. Hierin werd het aantal mannelijke travesties vanaf de leeftijd van twintig jaar geschat op 1 tot 5% van de bevolking. Deze gegevens zullen vergelijkbaar zijn voor België, omdat Nederland en België op verschillende vlakken vergelijkbaar zijn: economisch, sociaal , cultureel en demografisch.

Cijfers van behandelaars

Heel wat van de bestaande studies die wel prevalentiecijfers geven, beperken zich tot die groep transpersonen die medische hulp zochten én vonden, en gaan dus over een selecte groep. Cijfers van behandelaars zijn dus gebaseerd op die deelgroep van de totale transgendergroep die een medisch traject doorliepen (vaak tot en met de genitale operatie). Deze cijfers gaan dus voornamelijk over wat de genoemd wordt ‘post-operatieve’ personen. De meest recente cijfers dateren van 2007 en melden een prevalentie van man-naar-vrouw transitie van 1 op 12.900, en omgekeerde prevalentie van 1 per 33.800 (De Cuypere et al., 2007). Deze cijfers verschillen sterk per regio’s.

In een meer recentere publicatie berekenden De Cuypere en Olyslager (2009) hoe groot het deel is van de bevolking in Vlaanderen dat in hun leven te maken krijgt met een genderidentiteitsprobleem. Deze cijfers liggen en stuk hoger: 1 per 2.000 à 1.000 voor man-naar-vrouw en 1 per 4.000 à 2.000 voor vrouw-naar-man. Deze aantallen zijn ook meer in lijn met de instroom in transgenderzorgcentra.

Cijfers uit het rijksregister

Wanneer iemand juridisch de geslachtsregistratie laat aanpassen, wordt dit geregistreerd door het Rijksregister (aangezien het rijksregisternummer aangeeft of iemand man of vrouw is, betekent een verandering in geslachtsmelding dat men een nieuw nummer ontvangt). Het nieuwe rijksregisternummer blijft gekoppeld aan het ouder, omdat de juridische geslachtswijziging het ‘ex nunc’ principe hanteert: de verandering geldt niet met terugwerkende kracht, maar vanaf datum van inschrijving in de geboorteakte. Op die manier kan er jaarlijks een overzicht worden gemaakt van het aantal juridische geslachtswijzigingen. Deze cijfers gaan dus over die deelgroep die officieel een aanvraag indienden voor aanpassing van het geregistreerd geslacht in de geboorteakte. Tot aan de wet van 2017 (“Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft”), betekende dit dat de aanvrager vergaande medische aanpassingen moest hebben ondergaan, om in aanmerking te komen voor een aanpassing van de registratie van het geslacht toegelaten was. 

Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen publiceert jaarlijks een overzicht van het aantal officiële geslachtswijzigingen. Tussen januari 1993 en juni 2017 lieten 992 Belgen een aanpassing van de registratie van hun geslacht in de akten van de burgerlijke stand doorvoeren. Alle details voor het verschil naar toegewezen geboortegeslacht, leeftijd, burgerlijke staat en regio is terug te vinden in de publicatie van het IGVM (te downloaden hieronder).

Bronnen: