seksuele en romantische voorkeur

Het romantisch en/of seksueel aangetrokken voelen tot andere mensen noemen we seksuele/romantische voorkeur of seksuele/romantische oriëntatie. Hierin wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen holebi’s en hetero’s, maar er zijn veel meer uitingsvormen van iemands seksuele oriëntatie. Denk maar aan panseksualiteit, aseksualiteit, etc.

Hoe je jezelf benoemt (seksuele identiteit), je verlangen naar iemand (seksueel/romantisch verlangen of fantasieën) en je seksueel/romantisch gedrag zijn drie verschillende dimensies van je seksuele of romantische voorkeur die niet per definitie samenvallen. Zo kan een man soms seks hebben met andere mannen maar zich toch als hetero benoemen. Een lesbische vrouw fantaseert misschien eens graag over seks met mannen, maar geen haar op haar hoofd denkt er aan om dit ook in praktijk te brengen. Zoveel kleuren, zoveel mogelijkheden.

Binnen de huidige maatschappelijke structuur is heteronormativiteit vaak nog steeds alom vertegenwoordigd. Dit wil zeggen dat heteroseksualiteit door velen als norm wordt gezien en andere vormen van seksuele/romantische aantrekking als afwijkend. Discriminatie op vlak van seksuele/romantische oriëntatie noemen we holebifobie.

Seksuele/romantische voorkeur ≠ genderidentiteit

Seksuele/romantische voorkeur en genderidentiteit worden door vele mensen met elkaar verward. Men denkt dan dat alle travesties homo’s zijn, of dat je als transgender persoon later zeker hetero bent, want waarom zou je anders van geslacht veranderen? Zo simpel is het (gelukkig) niet. Seksuele/romantische oriëntatie en genderidentiteit zijn verschillende delen van onze persoonlijke identiteit, en ook transgender personen kunnen hetero, homo, bi, … zijn. Sterker nog: het aandeel holebi’s in de transgender groep ligt beduidend hoger dan in de algemene bevolking. Uit de grootschalige studie ‘Leven als transgender persoon in België, 10 jaar later’ bleek dat de eigen seksuele/romantische aantrekking werd benoemd als volgt:

transmannen:

  • 25.9% aangetrokken tot mannen en vrouwen
  • 44% aangetrokken tot vrouwen
  • 24.1% aangetrokken tot mannen
  • 18.1% aangetrokken tot transgender personen
  • 4.3% aangetrokken tot niemand
  • 28.4% vindt geslacht of gender niet belangrijk
  • 5.2% weet het niet
  • 7.8% overige

Trans vrouwen:

  • 32.8% % aangetrokken tot mannen en vrouwen
  • 19.7% aangetrokken tot mannen
  • 39.9% aangetrokken tot vrouwen
  • 25.3% aangetrokken tot transgender personen
  • 9.1% aangetrokken tot niemand
  • 20.2% vindt geslacht/gender niet belangrijk
  • 9.6% weet het niet
  • 12.6% overige

Travesties:

  • 21.4% aangetrokken tot mannen en vrouwen
  • 14.3% aangetrokken tot mannen
  • 50% aangetrokken tot vrouwen
  • 57.1% aangetrokken tot transgender personen
  • 7.1% aangetrokken tot niemand
  • 0% vindt geslacht/gender niet belangrijk
  • 7,1% weet het niet
  • 7.1% overige

non-binaire personen

  • 31.7% aangetrokken tot mannen en vrouwen
  • 11.9% aangetrokken tot mannen
  • 33.7% aangetrokken tot vrouwen
  • 30.7% aangetrokken tot transgender personen
  • 8.9% aangetrokken tot niemand
  • 37.6% vindt geslacht/gender niet belangrijk
  • 4% weet het niet
  • 24.8% overige

Uit de analyse blijkt dat bijna vier op de tien aangeeft zich aangetrokken te voelen tot vrouwen (39,9%) en 3 op de 10 bi (30.3%) is. Ook een grote groep geeft aan zich aangetrokken te voelen tot transgender personen (25,6%) of vindt het geslacht niet belangrijk (25,9%). Van de respondenten die ‘overige’ (14%) aankruisten, geeft een groot deel aan zich panseksueel te voelen, en geslacht of gender niet belangrijk te vinden. Er is ook een aanzienlijk deel dat zichzelf als aseksueel (7.7%) omschrijft. Slechts 18.9% voelt zich aangetrokken tot mannen (Motmans, Defreyne, Wyverkens, 2017).

Een stabiele seksuele/romantische voorkeur?

Ook voor transgender personen kan het exploreren van hun genderidentiteit tot vragen over de eigen seksuele of romantische voorkeur leiden. We benoemen iemands seksuele/romantische voorkeur immers door te verwijzen naar het geslacht van de persoon en diens partner. Wat als dat geslacht of de geslachtsbeleving dan verandert?

Uit onderzoek weten we dat de meeste transgenders NIET veranderen in hun gerichtheid op één of meerdere geslachten (of beter: genders) voor of na hun transitie.  Een geboren man die gericht is op vrouwen blijft na de transitie meestal gericht op vrouwen, maar wordt ‘ineens’ een lesbienne voor een buitenstander. Of zo kan een trans man ervoor kiezen om het uiterlijk te vermannelijken, waardoor hij door de omgeving als man wordt gepercipieerd, zonder te kiezen voor een geslachtsbevestigende ingreep en zichzelf als homo identificeren omdat hij op mannen valt. Zo zie je maar: labels zijn maar labels. Trans individuen creëren vaak hun eigen labels of zetten zich er resoluut tegen af.

Bronnen

Motmans, J., Wyverkens, E., & Defreyne, J. (2017). Leven als transgender persoon in België, 10 jaar later. Brussel: Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.