Hoe een kind informeren?

Algemeen

Inleiding

Voor de omgeving van de transpersoon kan een transitie een ingrijpend proces zijn. Er kunnen heel wat gevoelens en vragen oprijzen. Volwassenen personen worden meestal het eerst ingelicht. Een vraag die zich vervolgens stelt is: ‘’Hoe vertel ik dit aan een kind?’’

Kinderen hebben een geheime radar. Ze voelen gemakkelijk aan dat een ouder worstelt met iets. Ze voelen bijvoorbeeld spanningen in het gezin of vangen een discrete telefoon op maar gaan niet actief vragen wat er aan de hand is. Daarom is het belangrijk een kind tijdig te informeren. Het is vaak zoeken naar de juiste manier en het juiste moment om de kinderen in te lichten. Informeer de kinderen liefst alvorens enige stappen zijn ondernomen in het transitieproces (hormonen, make-up, kledijwissel). Kies een rustig en uitgelezen moment, waarbij voldoende tijd is om achteraf nog de opborrelende vragen te beantwoorden. Kies bijvoorbeeld een vrijdagavond, zo kan het kind de zaterdagmorgen nog vragen stellen. Beluister en besteed voldoende tijd aan de vragen, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld een echtscheiding is de kans klein dat het kind in aanraking komt met andere kinderen in dezelfde situatie. Probeer het indien mogelijk altijd in het bijzijn van de partner te vertellen. Indien dit niet mogelijk is, geef je aan dat de andere ouder wel op de hoogte is van dit gesprek. Zorg dat er geen taboe over ontstaat. Het is geen geheim tussen de transouder en het kind. Vermeld gerust dat de transouder of de partner het er heel moeilijk mee heeft.

Kinderen verwerken, afhankelijk van de leeftijd, informatie op een andere manier. Bespreek het daarom individueel met elk kind. Hieronder worden enkel richtlijnen aangegeven per leeftijd van het kind.

Verwerking per leeftijd

Peuters en kleuters (3-5 jaar)

Jonge kinderen zijn flexibel en verbazen volwassenen vaak in hun ‘gewone’ reactie op dit nieuwe gegeven. Peuters en kleuters hebben behoefte aan een beknopte, duidelijke uitleg in begrijpelijke taal, aangepast aan het –nog beknopt- vocabulaire van het dagdagelijkse leven. Maak daarom gebruik van termen als meneer en mevrouw bv. “Papa voelt zich meer een mevrouw dan een meneer.” “Papa is een meneer die van zoveel vrouwendingen houdt dat hij een mevrouw wil worden.” Reik daarbij ook emotiewoorden aan: “Je mag het raar of stom vinden, je mag er kwaad of triest voor zijn.” Door de gevoelens te benoemen krijgen ze recht op bestaan bij het eventuele opduiken ervan later. De reacties tijdens een eerste gesprek zijn vaak klein. Geef aan dat het kind later nog kan terugkomen op het onderwerp of check de dag nadien of het kind nog iets van het gesprek weet en er nog iets over wil zeggen.

Indien het kind vragen stelt, vraag je best goed door. Wat wil het kind nu exact weten? Vaak willen kinderen concrete zaken weten. Beantwoord de vragen opnieuw beknopt en duidelijk. Je hoeft niet alles in detail te gaan uitleggen.

Het lagereschoolkind (6-12 jaar)

Kinderen van deze leeftijd beginnen concreter te denken. Een beknopte uitleg is belangrijk, maar dient te worden aangevuld met meer specifieke informatie. Kinderen van deze leeftijd stellen vaak veel vragen. Ze uiten hun ongerustheid en vragen of het pijn zal doen. Opnieuw is het hierbij belangrijk door te vragen naar wat ze exact willen weten. Durf als ouder ook eens een vraag uit te stellen, zeg aan het kind dat je het een belangrijke vraag vindt en dat je hierover eerst wenst na te denken. Geef het aan als een vraag ongepast of te privé is (bv. details aangaande het seksueel functioneren). Voor kinderen van die leeftijd is het gecombineerd beeld van het lichaam (bv. borsten en een penis) verwarrend. Laat dus best niet alles op éénzelfde moment zien. 

Puber – Adolescent (vanaf ongeveer 12 jaar)

Op deze leeftijd krijgt de identiteit van de jongere stilaan vorm, men ontdekt seksualiteit en wat de sociale omgeving (vrienden, liefjes,…) zegt en doet wordt heel belangrijk. Onderzoek toont aan dat tieners die rond de puberteit voor het eerst te horen krijgen dat hun ouder trans is, het meestal (tijdelijk) moeilijker hebben om de transitie te aanvaarden dan jongere kinderen (Veldorale-Griffin, 2014; White & Ettner, 2004, 2007).

Omwille van de eigen ontwikkeling willen jongeren van deze leeftijd niet ‘opgezadeld’ worden met problemen van de ouder. Het leven staat op dit moment veel meer in het teken van de jongere zelf. Bovendien maken sommigen zich in deze leeftijdsgroep vaker zorgen over hoe de sociale omgeving hierop zal reageren. Schaamtegevoelens kunnen hierbij de kop opsteken. Omdat het transthema een beladen onderwerp is, deinzen sommige grens-aftastende pubers er niet voor terug hierover kwetsende opmerkingen te maken tijdens discussies. Probeer hierop zo neutraal mogelijk te reageren als ouder. Vermijd dat het thema een oorlogswapen wordt. Probeer het te aanvaarden als de jongere er niet over wenst te spreken en aangeeft dat hij/zij het er moeilijk mee heeft. Na een tijdje draaien ze vaak bij. 

Veranderingen doorheen het proces

De ouder kan het gevoel hebben dat de transitie weinig aan de ouder-kind relatie verandert. Hij/zij blijft dezelfde persoon. Toch zijn kinderen vaak bang dat ze hun ‘papa’ of ‘mama’ zullen verliezen. Het is belangrijk om het biologisch ouderschap (vaderschap/moederschap) blijvend te bevestigen ten aanzien van het kind (bv. “Als ik een vrouw word, blijf ik uw papa”). Het is tevens belangrijk om een aanspreektitel te zoeken waar ook de andere ouder zich comfortabel bij voelt. Soms kan het gebruiken van het ouderwoord van het ander geslacht (bv. van ‘papa’ naar ‘mama’) te pijnlijk zijn voor de andere ouder. Indien deze aanspreking toch gebruikt wordt, moet men er zeker van zijn dat de andere ouder ervoor openstaat. Men kan samen zoeken naar een nieuwe aanspreektitel: een vlot klinkend ‘nonsens’-woord of een via internet gevonden vertaling van het woord ‘papa’ of ‘mama’. Forceer het kind niet in het gebruik van de gevonden term. Vertel dat het kind zelf kan kiezen waar en wanneer het de benaming wil gebruiken (bv. in de supermarkt wel, maar thuis niet).

Gevolgen voor kinderen

Wanneer beide ouders (nog) niet op één en dezelfde lijn staan rond het transgender zijn, kan het kind verwikkeld geraken in loyaliteitsconflicten. Deze soort conflicten hebben mogelijks een nefaste invloed op de verder ontwikkeling van het kind. Het is van groot belang dat het kind contact met de ouders kan behouden indien er een scheiding zou komen.

Er is vaak nood aan juiste informatie over de mogelijke effecten van de transgenderstatus van één van beide ouders op de eventuele kinderen. Tot dusver toont onderzoek geen problemen aan. Dit betekent niet dat de transitie van één van beide ouders een neutrale gebeurtenis is in het leven van de kinderen, maar wel dat het op zich geen nefaste gevolgen hoeft te hebben, zolang de continuïteit in de relatie tussen ouder en kind en het familiaal leven worden behouden. Zoals bij een scheiding is het niet zozeer de transitie zelf die een nefaste invloed heeft op het kind, maar eerder het conflict er rond. Open en eerlijke communicatie spelen een belangrijke rol. Het informeren en betrekken van (ex-)partners, familieleden, vriendjes en de schoolomgeving bij het transitieproces heeft vaak positieve effecten op het hele gezin. Zij kunnen een bron van steun en informatie zijn voor kinderen. Kinderen wensen hierbij zelf inspraak te krijgen in hoe en wanneer ze de gendertransitie van hun ouder bekend maken aan leeftijdsgenoten. Tenslotte is het van belang dat het verleden dat het kind en de ouder delen wordt erkend, en dat dit verleden ook in de toekomst een plaats blijft hebben (Dierckx e.a., 2015). Hoewel sommige transpersonen liever komaf maken met alles wat hen aan hun verleden herinnert, kan het voor kinderen toch belangrijk zijn om af en toe terug te kunnen kijken naar dit gedeelde verleden (bv. door het bijhouden van enkele uitgekozen foto’s).

School

Wacht niet te lang om het schoolteam te informeren. De school is een uiterst belangrijke context voor het kind. Breng de klasleerkracht en de directie op de hoogte. Zij hoeven het kind er niet over aan te spreken, maar het is goed dat ze het weten. Verplicht het kind niet om er met andere kinderen over te spreken. Het kind moet echter nooit het verhaal van de ouder verantwoorden en kan het volgende reageren: ”Sorry, ik praat er niet over” of ”Vraag het aan de juf of aan mijn papa.”

‘Hoe haalt papa of mama het kind op aan de schoolpoort?’ is een vraag die zich vaak stelt tijdens of na een transitie. Jij bent en blijft echter de ouder. Het is niet aan het kind om te zeggen: ”Je mag thuis zo lopen, maar niet aan de schoolpoort.”. Je informeert je bij en overlegt met het kind maar neemt dan zelf een beslissing.

Bronnen

Dierckx, M., Mortelmans, D., Motmans, T’Sjoen, G. (2015). Gezinnen in transitie. De invloed van een transgender ouder op het algemeen welzijn van het kind. Steunpunt Gelijkekansenbeleid, UAntwerpen, UGent.

Ettner, R. & White, T. (2000). Children of a parent undergoing a gender transition: disclosure, risk and protective factors’. Paper presented at the XV8 HBIGDA -symposium, 1999, London. The International Journal of Transgenderism 4(3).

Freedman D., Tasker F. & Domenico di Ceglie D. (2002). Children and Adolescents with Transsexual Parents Referred to a Specialist Gender Identity Development Service: A Brief Report of Key Developmental Features. Clinical Child Psychology & Psychiatry, (7), 423-432.

Kitamura, M. E. (2005). Once a Woman, Always a Man? What Happens to the Children of Transsexual Marriages and Divorces? The Effects of a Transsexual Marriage on Child Custody and Support Proceedings. Whittier Journal of Child & Family Advocacy 5(1), 227-240.

Sales, J. (1995). Children of a transsexual father: a successful intervention. European Child and Adolescent Psychiatry 4, 136-139.

Vanden Bossche, H. (2012). Kinderen van genderdysfore ouders. UZ Gent.

White, T. & Ettner, R. (2004). Disclosure, Risks and Protective Factors for Children Whose Parents Are Undergoing a Gender Transition. Journal of Gay & Lesbian Psychotherapy 8(1/2), 129-145.

White T. & Ettner R. (2007). Adaptation and adjustment in children of transsexual parents. European Child & Adolescent Psychiatry 16(4), 215–221.