seksuele voorkeur

Het romantisch en/of seksueel aangetrokken voelen tot andere mensen noemen we seksuele voorkeur of seksuele oriëntatie. Hierin wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen holebi’s en hetero’s, maar er zijn veel meer uitingsvormen van iemands seksuele oriëntatie. Denk maar aan panseksualiteit, aseksualiteit, etc.

Hoe je jezelf benoemt (seksuele identiteit), je verlangen naar iemand (seksueel verlangen of fantasieën) en je seksueel gedrag zijn drie verschillende dimensies van je seksuele voorkeur die niet per definitie samenvallen. Zo kan een man soms seks hebben met andere mannen maar zich toch als hetero benoemen. Een lesbische fantaseert misschien eens graag over seks met mannen, maar geen haar op haar hoofd denkt er aan om dit ook in praktijk te brengen. Zoveel kleuren, zoveel mogelijkheden.

Seksuele voorkeur ≠ genderidentiteit

Seksuele voorkeur en genderidentiteit worden door vele mensen met elkaar verward. Men denkt dan dat alle travesties homo’s zijn, of dat je als transseksueel later zeker hetero bent, want waarom zou je anders je van geslacht veranderen? Zo simpel is het (gelukkig) niet. Seksuele oriëntatie en genderidentiteit zijn verschillende delen van onze persoonlijke identiteit, en ook transgenders kunnen hetero, homo, bi, … zijn. Sterker nog: het aandeel holebi’s in de transgender groep ligt beduidend hoger dan in de algemene bevolking. Uit een Vlaamse studie bleek dat de eigen seksuele aantrekking werd benoemd als volgt:

Trans mannen:

  • 22.6% aangetrokken tot zowel mannen als vrouwen
  • 72.6% aangetrokken tot vrouwen
  • 4.8% aangetrokken tot mannen

Trans vrouwen:

  • 40.9% aangetrokken tot zowel mannen als vrouwen
  • 33.3% aangetrokken tot mannen
  • 25.8% aangetrokken tot vrouwen

In het algemeen valt het hoge aantal biseksuelen (32%) op. Er zijn tevens opvallend veel lesbische trans vrouwen, en weinig homo trans mannen (Motmans, Meier & T’Sjoen, 2010).

Vragen over seksuele voorkeur

Ook voor transgender personen kan het exploreren van hun genderidentiteit tot vragen over de eigen seksuele voorkeur leiden. We benoemen iemands seksuele voorkeur immers door te verwijzen naar het geslacht van de persoon en diens partner. Wat als dat geslacht of de geslachtsbeleving dan verandert?

Uit onderzoek weten we dat de meeste transgenders NIET veranderen in hun gerichtheid op één of meerdere geslachten (of beter: genders) voor of na hun transitie. Een geboren man die gericht is op vrouwen blijft na de transitie meestal gericht op vrouwen, maar wordt  ‘ineens’ een lesbienne voor een buitenstander. Zo zie je maar: labels zijn maar labels.