cross dressing

Het woord cross dressing wordt zowel voor travestie als voor drag queening/kinging gebruikt. Waar drag queens en kings uitdrukking geven aan een performance (al dan niet om de sociale geconstrueerdheid van gender aan te tonen, of gewoon: voor de fun), is travestie een uitdrukking van de innerlijk beleefde subidentiteit.

Onder travestie verstaat men meestal een man die zich occasioneel als vrouw kleedt, voordoet en gedraagt. Vrouwen die zich mannelijk kleden of gedragen worden meestal niet als travestie aanzien. Veel hangt dus blijkbaar af van de culturele connotatie. Mannelijke travestieten worden dan ook maatschappelijk gezien veel minder getolereerd. Dit is meteen ook de reden waarom veel travestie enkel thuis, in besloten kring of in het geheim gebeurt.

Hoe vaak komt travestie voor?

Cross dressing een zaak van heel wat mannen. Het aantal mannelijke travestieten vanaf 20 jaar wordt in Nederland op 1 tot 5% van de bevolking geraamd (Vennix, 2000)! De meeste van hen zijn heteroseksueel gericht, velen hebben een relatie en/of kinderen. Vaak begint het dragen van meisjeskledij reeds van jongsaf aan, in andere gevallen pas op latere leeftijd.

De redenen om aan travestie te doen kunnen uiteenlopend zijn, maar hangen meestal samen met de (sub)genderidentiteit, het gevoel man en/of vrouw te zijn. Zo kan omkleding de functie hebben van uiting geven aan het stuk vrouwelijke/mannelijke identiteit dat men in zich heeft, maar ook een gevoel van tot rust komen verschaffen, zich meer op zijn gemak voelen in vrouwen- of mannenkledij.

Travestie ≠ transgender

Travestie komt meestal voort uit een onweerstaanbare drang die men moeilijk onder woorden kan brengen. Die drang kan in hevigheid variëren in de tijd. Vaak probeert men deze drang te verdringen, vanuit het idee dat eraan toegeven niet getolereerd zal worden, dat dit niet kan binnen een relatie, etc.. Het verlangen naar omkleding blijft echter meestal latent aanwezig, tot op het moment waarop men zich weer geconfronteerd ziet met dit deel van zichzelf. Niemand kan garanties bieden dat de drang naar omkleding ooit zal over gaan.

Cross dressers voelen zich echter vaak overwegend goed bij de gender en het geslacht dat hen werd toegewezen bij de geboorte. Ze hebben bijvoorbeeld niet de wens om permanent een vrouw/man te zijn (genderidentiteit), maar experimenteren wel occasioneel en in bepaalde contexten met vrouwelijke/mannelijke kledij, gedrag, haartooi, etc. (genderexpressie). Soms blijkt later dat het cross dressen een strategie was om de beleefde genderidentiteit de baas te kunnen en blijkt een cross dresser alsnog een transgender persoon te zijn.

De leefsituatie van travesties

Travestie moet je eerst voor je zelf kunnen aanvaarden. Het is immers geen ziekte, je staat er ook niet alleen mee. Het is een gegeven waar men dient mee te leren omgaan, waar men een visie moet rond krijgen. Sommigen slagen daar zonder veel problemen in en brengen hun travestie reeds vroeg in een relatie of bij vrienden ter sprake. Vaak hebben (meestal vrouwelijke) partners er om deze reden ook minder problemen mee. Anderen slagen er veel moeilijker in om dit vrouwelijke/mannelijke deel van hun zijn te aanvaarden en te integreren in hun leven. Ze blijven meestal zitten met gevoelens van schaamte en schuld.

Wanneer travestie in een relatie pas ter sprake wordt gebracht nadat de relatie al een tijd bestaat, zijn vele scenario’s mogelijk. Of men probeert de omkleding op één of andere manier te integreren in de relatie of het gezinsleven, of het kan onherroepelijk lijden tot een echtscheiding. Veel hangt af van het tijdstip en de manier waarop een partner op de hoogte wordt gebracht van de vrouwelijke/mannelijke gevoelens van de andere partner. Vast staat dat open en eerlijke communicatie met elkaar cruciaal hierbij is. Kinderen inlichten over de travestie van één van de ouders gebeurt het best pas nadat beide partners op één lijn staan aangaande de omkleding, zodat zij niet in een loyaliteitsconflict verzeild geraken. Oog hebben voor het door anderen gepest worden hierdoor is eveneens een belangrijk aandachtspunt. Lees hier meer over partners van travestie.

Wat men ook beslist rond het zich al of niet ‘outen’, vaak zijn volgende zaken wel degelijk problemen waar men mee worstelt (Vennix, 2000):

  • gebrek aan zelfaanvaarding, vaak gepaard gaande met angst voor ontdekking
  • eenzaamheid en isolement omdat men geen relaties durft aan te gaan
  • depressieve gevoelens

Hiervoor een hulpverlener met kennis ter zake aanspreken of naar een zelfhulpavond stappen kan het begin van verandering zijn. Contactgegevens vind je terug in ons zorgaanbod.

Bronnen

Vennix, P. (2000). Wanneer travestie serieus wordt. Psychopraxis2(5), 108-112.