trans man/vrouw

Het woord ‘transseksueel’ of ‘transseksualiteit’ is de laatste jaren minder en minder in gebruik geraakt. Het woord werd vaak gebruikt om een onderscheid te maken met travestie of non-binaire personen. We kunnen stellen dat het nadeel van het woord ‘transseksualiteit’ berust op het feit dat het gemakkelijk verward wordt met seksualiteit. Transseksualiteit heeft niets met seksualiteit te maken. Bij ‘transseksualiteit’ gaat het om het aanvoelen van een genderidentiteit die duidelijk mannelijk of vrouwelijk is, en niet klopt met het toegekende geboortegeslacht.

Vandaag de dag gebruiken we liever de afkorting trans, zoals in trans man (iemand die bij de geboorte het vrouwelijk geslacht kreeg toegewezen maar zich eerder man voelt) en trans vrouw (omgekeerd).

Beleving ≠ operaties

Trans man of trans vrouw zijn geen synoniem met ‘geslachtsaanpassende behandeling’ of operaties. Sommige trans personen kiezen inderdaad om het lichaam in overeenstemming te brengen met hoe ze zich van binnen voelen en zich sociaal gezien uiten, maar er zijn ook redenen waarom zij géén medische hulp zoeken of wensen. Er zijn tevens een hoop trans personen die zich sociaal zelfs niet durven of kunnen uiten (Motmans, 2009).

Hoe vaak komt trans-zijn voor?

Precieze aantallen geven van het aantal trans vrouwen en trans mannen is onmogelijk. Niet alleen omdat de groep zo divers is, en niet altijd duidelijk is wie geteld zou moeten worden, maar ook omdat niet alle trans personen medische en/of juridische stapen zetten waardoor ze geregistreerd worden. Trans personen zijn in deze zin dan ook een ‘verborgen’ groep in onze maatschappij. De Cuypere en Olyslager (2009) berekenden hoe groot het deel is van de bevolking in Vlaanderen dat in hun leven te maken krijgt met een gendervraagstuk. Deze cijfers liggen op 1 per 2.000 à 1.000 voor trans vrouwen en 1 per 4.000 à 2.000 voor trans mannen. Deze cijfers verschillen sterk per regio. Lees meer over cijfers hier.