kinderen

Op deze pagina staan meer info en tips om kinderen te informeren. De richtlijnen zijn algemeen geformuleerd en naargelang de leeftijd van kinderen.

Algemeen

Hoewel volwassenen meestal het eerst worden ingelicht, is het belangrijk ook kinderen tijdig te informeren. Kinderen hebben immers een geheime radar en voelen gemakkelijk aan dat een ouder worstelt met iets. Ze voelen bijvoorbeeld spanningen in het gezin of vangen een discrete telefoon op, maar gaan niet actief vragen wat er aan de hand is.

Het is belangrijk het verhaal zo goed mogelijk ‘op te bouwen’. Te veel informatie ineens vertellen, kan overweldigend overkomen. Vermijd bijvoorbeeld om uit het niets plots met een andere genderexpressie aan het ontbijt te verschijnen. Informeer kinderen liefst alvorens eventuele stappen zijn ondernomen (hormonen, make-up, kledijwissel). Dit informeren gebeurt het best gradueel (stap voor stap) en afgestemd op de leeftijd. Vermeld daarom ook nog niet meteen de eventuele zoektocht naar een nieuwe aanspreking. De eigen gevoelens mogen, en moeten, uitgelegd en gekaderd worden, maar hier kan je best wat tijd en ruimte bieden aan je kind.

Kinderen kunnen creatief worden ingelicht met behulp van kinderboekjes. Het Transgender Infopunt heeft een uit te lenen aanbod kinderboeken omtrent genderidentiteit en diversiteit. Zo kunnen kinderen gevoelig worden gemaakt voor het transgenderthema en kunnen ouders in gesprek gaan over de eigen gendervariante gevoelens. Houd daarnaast rekening met de leeftijd en de taal van het kind dat nog volop in ontwikkeling is.

Kinderen verwerken informatie ook op een andere manier. Bespreek het daarom individueel met elk kind. Beluister en besteed voldoende tijd aan de vragen, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld een echtscheiding, is de kans klein dat het kind in aanraking komt met andere kinderen in dezelfde situatie. Probeer het indien mogelijk altijd in het bijzijn van de partner/andere ouder te vertellen. Indien dit niet mogelijk is, geef aan dat de partner/andere ouder wel op de hoogte is van dit gesprek. Zorg dat er geen taboe over ontstaat. Het is geen geheim tussen de transgender ouder en het kind. Vermeld gerust dat de (transgender) ouder of de partner het er heel moeilijk mee heeft.

Benoem dat de ouderlijke rol en verantwoordelijkheid niet veranderen. De transgender persoon zal nog steeds de ouder zijn, en gezinsregels zullen nog steeds gelden. De transitie is een proces dat kinderen van dichtbij zullen meemaken, verwacht of eis daarom niet dat zij onmiddellijk, volledig of foutloos mee kunnen in de transitie.

Het informeren van kinderen kan voorbereid worden met een hulpverlener die hieromtrent extra expertise heeft. Op het Transgender Infopunt kan men hiervoor terecht en op de zorgkaart zijn psychologen terug te vinden.
Het kan in tweede instantie aangewezen zijn de school van de kinderen in te lichten. Meer informatie hierover vind je op de pagina over het informeren van de school.

Peuters en kleuters (3-5 jaar)

Jonge kinderen zijn flexibel en verbazen volwassenen vaak in hun ’gewone’ reactie op dit nieuwe gegeven. Peuters en kleuters hebben een beknopte, duidelijke uitleg nodig in begrijpelijke taal, aangepast aan het -nog beknopte- vocabulaire van het dagdagelijkse leven. Maak daarom gebruik van termen als meneer en mevrouw bv. “Papa voelt zich geen meneer, maar ook geen mevrouw”, “Mama voelt zich meer een meneer dan een mevrouw”, “Papa is een meneer die van zoveel vrouwendingen houdt dat hij een mevrouw wil worden.” Reik daarbij ook emotiewoorden aan: “Je mag het raar of stom vinden, je mag er kwaad of triest voor zijn.” Door de gevoelens te benoemen krijgen ze recht op bestaan bij het eventuele opduiken ervan later.

De reacties tijdens een eerste gesprek zijn vaak klein. Geef aan dat het kind later nog kan terugkomen op het onderwerp of check de dag nadien of het kind nog iets van het gesprek weet en er nog iets over wil zeggen. Indien het kind vragen stelt, vraag je best goed door. Wat wil het kind nu exact weten? Vaak willen kinderen concrete zaken weten. Beantwoord de vragen opnieuw beknopt en duidelijk. Je hoeft niet alles in detail uit te leggen.

Het lagereschoolkind (6-12 jaar)

Kinderen van deze leeftijd beginnen concreter te denken. Een beknopte uitleg is belangrijk, maar dient te worden aangevuld met meer specifieke informatie. Kinderen van deze leeftijd stellen vaak veel vragen. Ze uiten hun ongerustheid en vragen of het pijn zal doen. Opnieuw is het hierbij belangrijk door te vragen naar wat ze exact willen weten. Durf als ouder ook eens een antwoord op een vraag uit te stellen. Zeg bijvoorbeeld dat je het een belangrijke vraag vindt en dat je hierover eerst wenst na te denken, voor je antwoord geeft. Geef gerust aan als een vraag ongepast of te privé is (bv. details aangaande het seksueel functioneren).

Puber-adolescent (vanaf ongeveer 12 jaar)

Tijdens de puberteit krijgt de identiteit van jongeren meer vorm en zijn ze op vele vlakken in ontwikkeling. Men ontdekt vaak seksualiteit en wat de sociale omgeving of peergroup (vrienden, liefjes,…) zegt en doet wordt heel belangrijk. Er verandert een heleboel in hun leven, alsook de relatie met de ouder(s): als ouder ben je in de ogen van je kind niet langer de enige of meest belangrijke persoon in hun leven.

Onderzoek toont aan dat tieners die rond de puberteit voor het eerst te horen krijgen dat hun ouder trans is, het meestal (tijdelijk) moeilijker hebben om de transitie te aanvaarden dan jongere kinderen (White & Ettner, 2004; White & Ettner, 2007). Het leven staat op dit moment veel meer in het teken van de jongere zelf. Bovendien maken sommigen zich in deze leeftijdsgroep vaker zorgen over hoe de sociale omgeving hierop zal reageren. Schaamtegevoelens kunnen hierbij de kop opsteken.

Dit maakt dat wanneer de ouder de eigen genderzoektocht benoemt of hierin concrete transitiestappen zet, dit bedreigend kan overkomen. Het is belangrijk om, ondanks deze significante periode in het leven van het kind, alsnog eerlijk te proberen zijn. Spreek daarom vanuit de eigen gevoelens (maar ook niet teveel in detail, want dat schrikt tieners mogelijks af). Besef tot slot dat een dergelijk (moeilijk) gesprek aangaan een uitdagend leermoment is voor de jongere.

Omdat het transthema een beladen onderwerp is, deinzen sommige grens-aftastende pubers er niet voor terug hierover kwetsende opmerkingen te maken tijdens discussies. Probeer hierop zo neutraal mogelijk te reageren als ouder. Vermijd dat het thema een oorlogswapen wordt. Probeer het te aanvaarden als de jongere er niet over wenst te spreken en aangeeft dat hij/zij het er moeilijk mee heeft. Na een tijdje draaien ze vaak bij. 

Veranderingen doorheen het proces

De ouder kan het gevoel hebben dat de transitie weinig aan de ouder-kind relatie verandert. Hij/zij/die blijft dezelfde persoon. Toch zijn kinderen vaak bang dat ze hun ‘papa’ of ‘mama’ zullen verliezen. Het is belangrijk om het biologisch ouderschap (vaderschap/moederschap) blijvend te bevestigen ten aanzien van het kind (bv. “Als ik een vrouw word, blijf ik uw papa”).

Het is tevens belangrijk om een aanspreektitel te zoeken waar ook de andere ouder zich comfortabel bij voelt. Soms kan het gebruiken van het ouderwoord van het ander geslacht (bv. van ‘papa’ naar ‘mama’) te pijnlijk zijn voor de andere ouder. Indien deze aanspreking toch gebruikt wordt, moet men er zeker van zijn dat de andere ouder ervoor openstaat. Men kan samen zoeken naar een nieuwe aanspreektitel: een vlot klinkend ‘nonsens’-woord of een via internet gevonden vertaling van het woord ‘papa’ of ‘mama’. Forceer het kind niet in het gebruik van de gevonden term. Vertel dat het kind zelf kan kiezen waar en wanneer het de benaming wil gebruiken (bv. in de supermarkt wel, maar thuis niet).

Gevolgen voor kinderen

Wanneer beide ouders (nog) niet op één en dezelfde lijn staan rond het transgender zijn, kan het kind verwikkeld geraken in loyaliteitsconflicten. Deze soort conflicten hebben mogelijks een nefaste invloed op de verder ontwikkeling van het kind. Het is van groot belang dat het kind contact met de ouders kan behouden indien er een scheiding zou komen.

Er is vaak nood aan juiste informatie over de mogelijke effecten van de transgender status van één van beide ouders op de eventuele kinderen. Tot dusver toont onderzoek geen problemen aan. Dit betekent niet dat de transitie van één van beide ouders een neutrale gebeurtenis is in het leven van de kinderen, maar wel dat het op zich geen nefaste gevolgen hoeft te hebben, zolang de continuïteit in de relatie tussen ouder en kind en het familiaal leven worden behouden. Zoals bij een scheiding is het niet zozeer de transitie zelf die een nefaste invloed heeft op het kind, maar eerder het conflict er rond. Open en eerlijke communicatie spelen een belangrijke rol.

Het informeren en betrekken van (ex-)partners, familieleden, vriendjes en de schoolomgeving bij het transitieproces heeft vaak positieve effecten op het hele gezin. Zij kunnen een bron van steun en informatie zijn voor kinderen. Kinderen wensen hierbij zelf inspraak te krijgen in hoe en wanneer ze de gendertransitie van hun ouder bekend maken aan leeftijdsgenoten. Tenslotte is het van belang dat het verleden dat het kind en de ouder delen wordt erkend, en dat dit verleden ook in de toekomst een plaats blijft hebben (Dierckx e.a., 2015). Hoewel sommige transpersonen liever komaf maken met alles wat hen aan hun verleden herinnert, kan het voor kinderen toch belangrijk zijn om af en toe terug te kunnen kijken naar dit gedeelde verleden (bv. door het bijhouden van enkele uitgekozen foto’s).

Kinderen na een transitie

Wanneer de transgender ouder zelf zwanger is geweest van diens kinderen, of wanneer de zaadcellen van de transgender ouder zijn gebruikt ter bevruchting, kan ook dit gegeven al dan niet vertellen voor twijfel zorgen. Gelijkaardige gedachten kunnen aanwezig zijn bij ouders die gebruik hebben gemaakt van een donor. Mireille Van Sengelen ontwikkelde een reeks kinderboekjes (Wereldwondertje) om kunstmatige inseminatie, ivf en eiceldonatie uit te leggen aan jonge kinderen. Jammer genoeg bestaan er hierover (nog) geen kinderboekjes toegepast op transgender ouders.

Ouders die ivf doen of met donormateriaal werken, worden psychologisch begeleid in dit traject. De vraag naar of en hoe dit te vertellen kan in deze begeleiding eveneens worden besproken. De transgender ouder heeft dus de vrijheid om het kind hierover (niet) te informeren. Er wordt hierbij aangeraden om de genderidentiteit van een ouder en het ontstaan van de kinderen in stappen te vertellen, om het kind niet te overweldigen. Er is namelijk het gezinsverhaal: hoe kunnen gezinnen er uit zien? Dit is verschillend van het buikverhaal (Uit wiens buik kom ik?), een inzicht dat kinderen al op vier à vijf jarige leeftijd kunnen begrijpen. Vervolgens is er ook nog het eitje-zaadje verhaal waarbij de ouder dit inzicht zelf dient aan te brengen. Afhankelijk van de eigen situatie is een transitie hier al dan niet mee verbonden.

Bronnen

Dierckx, M., Mortelmans, D., Motmans, T’Sjoen, G. (2015). Gezinnen in transitie. De invloed van een transgender ouder op het algemeen welzijn van het kind. Steunpunt Gelijkekansenbeleid, UAntwerpen, UGent.

White, T. & Ettner, R. (2004). Disclosure, Risks and Protective Factors for Children Whose Parents Are Undergoing a Gender Transition. Journal of Gay & Lesbian Psychotherapy 8(1/2), 129-145.

White T. & Ettner R. (2007). Adaptation and adjustment in children of transsexual parents. European Child & Adolescent Psychiatry 16(4), 215–221.