algemene gezondheid

Uit Belgisch onderzoek blijkt dat 25% van de transgender personen (hier in de breedst mogelijke zin) elk soort contact met de gezondheidszorg mijdt omdat ze transgender zijn. Het betreft hier dus enkel niet-trans specifieke zorg, zoals bv. naar een huisarts of tandarts gaan, een gynaecoloog of kinesist… Deze angst blijkt ook gegrond, want maar liefst 70% rapporteerde daadwerkelijk problemen te ervaren in de algemene gezondheidszorg (Motmans, 2009).
Uit een recent Vlaams onderzoek onder transgender personen die een medische behandeling achter de rug hebben blijkt dat -hoewel de tevredenheidsgraad over de hormonale therapie en chirurgische ingrepen erg hoog lag- transgender personen hun eigen gezondheid als slechter evalueren in vergelijking met cisgender personen: slechts 37% van de transgender personen beoordeelt de eigen gezondheid als (zeer) goed, versus 88% van de cisgender personen (Motmans, Meier & T’Sjoen, 2011).

Cardiovasculaire ziekten

Het is goed gekend dat geslachtshormonen verschillende cardiovasculaire risicofactoren beïnvloeden, zoals lichaamssamenstelling, cholesterol en andere vetten, bloeddruk, suikermetabolisme, werking van de bloedvatwand, stolling en risico op trombose. Zowel bij transgender vrouwen als bij transgender mannen zijn er subtiele positieve en negatieve veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren (voor een overzicht: Gooren et al., 2014). Hoe deze veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren zich vertalen in cardiovasculaire ziekte en sterfte is nog niet goed gekend. Globaal gezien wordt aangenomen dat er geen verhoogd risico is op cardiovasculaire ziekte en sterfte onder de huidig voorgeschreven hormonale behandeling, zowel bij transgender vrouwen als bij transgender mannen. Meer info vind je op onze transgenderzorg website.

Cardiovasculaire ziekte en sterfte bij transgender vrouwen

Bij transgender vrouwen toonden de meeste studies uit het verleden een verhoogd risico op cardiovasculaire ziekte (Asscheman et al., 1989; Van Kesteren et al., 1997, Wierckx et al. 2013) en sterfte (Asscheman et al., 2011; Dhejne et al., 2011). Hierbij moet ook in acht worden genomen dat de chemische aard van het oestrogeen, de toedieningsweg, de cardiovasculaire gezondheidsstatus van de patiënt, levensstijlfactoren zoals obesitas en roken en de dosering van oestrogenen allen een invloed kunnen uitoefenen. Vroeger werd vaak het synthetische oestrogeen (ethinyl oestradiol) gebruikt, in hoge dosis, wat nu in principe niet meer wordt voorgeschreven. Sinds een bioidentisch oestrogeen (oestradiolvalerate) wordt voorgeschreven, zien we deze problemen veel minder.
Om cardiovasculair risico te verminderen wordt een gezonde levensstijl met rookstop, gewichtscontrole en voldoende fysieke activiteit aangeraden aan alle transgender vrouwen. Bij transgender vrouwen met verhoogd cardiovasculair risicoprofiel of gekende cardiovasculaire ziekte wordt aangeraden om transdermale oestrogeentherapie te gebruiken (Van Kesteren et al., 1997) en wordt het afgeraden om ethinyl estradiol te gebruiken als oestrogeenbehandeling (Asscheman et al., 2011). De toediening via de huid geeft veel minder effect op de stolling.

Cardiovasculaire ziekte en sterfte bij transgender mannen

In tegenstelling tot transgender vrouwen, tonen de meeste studies dat transgender mannen een lager of gelijkaardig risico hebben op cardiovasculaire ziekte en sterfte (Asscheman et al., 1989; Van Kesteren et al., 1997; Wierckx et al., 2013; Asscheman et al., 2011; Dhejne et al., 2011). Het moet wel opgemerkt worden dat de studies bij transgender mannen werden uitgevoerd op kleinere groepen en dat transgender mannen in de studies doorgaans jonger waren dan de studies bij transgender vrouwen.

Suikerziekte (diabetes)

De effecten van hormonale behandeling op het glucosemetabolisme, het risico op ontwikkeling van diabetes en het effect op de diabetesregeling is tot op vandaag nog niet zo goed gekend. Lees op onze transgenderzorg website wat verschillende onderzoeken (voorlopig) hebben aangetoond.

Botgezondheid en osteoporose

Geslachtshormonen spelen een belangrijke rol in de regulering van botvorming en behoud van botmassa. Voor transgender vrouwen tonen recente studies aan dat de botmassa doorgaans gehandhaafd blijft of toeneemt tijdens de hormonale behandeling  (Van Caenegem et al., 2015). Voor transgender mannen wordt geen verandering ofwel een toename van botdensiteit vastgesteld tijdens hormonale therapie (Van Caenegem et al., 2015b, Meriggiola et al., 2008; Mueller et al., 2010). Op onze transgenderzorg website vind je meer informatie.

Kanker

We weten uit de medische literatuur dat er geen verhoogd risico is bij transgender personen met hormonale behandeling om meer kanker te ontwikkelen dan een controlegroep. Deze studies zijn eerder klein en moeten uiteraard met voorzichtigheid worden benaderd. Lees hier wat reeds gekend is over borst-, prostaat-, teelbal- cervix, endometrium en ovariumkanker bij transgender personen.

Bronnen

  • Gooren, L., Wierckx, K. & Giltay, E. (2014). Cardiovascular disease in transsexual persons treated with cross-sex hormones: reversal of the traditional sex difference in cardiovascular disease pattern. Eur J Endocrinol. 170(6), pp. 809-819.
  • Meriggiola, M., Armillotta, F., Costantino, A., Altieri, P., Saad, F., Kalhorn, T., Perrone, A., Ghi, T. & Pelusi, C. (2008). Effects of testosterone undecanoate administered alone or in combination with letrozole or dutasteride in female to male transsexuals. J Sex Med 5(1), pp. 2442–2453.
  • Motmans, J. (2009). Leven als transgender in België. De sociale en juridische situatie van transgender personen in kaart gebracht. Brussel: Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
  • Motmans, J., Meier, P., & T’Sjoen, G. (2011). De levenskwaliteit van transgenders in Vlaanderen. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.
  • Mueller, A., Haeberle, L., Zollver, H., Claassen, T., Kronawitter, D., Oppelt, P.,Cupisti, S., Beckmann, M. &  Dittrich, R. (2010). Effects of intramuscular testosterone undecanoate on body composition and bone mineral density in female-to-male transsexuals. J Sex Med   7(1), pp. 3190–3198.
  • Van Caenegem, E., Wierckx, K., Taes, Y., Schreiner, T., Vandewalle, S., Toye, K., Lapauw, B., Kaufman, J. & T’Sjoen, G. (2015) Body composition, bone turnover, and bone mass in trans men during testosterone treatment: 1-year follow-up data from a prospective case-controlled study (ENIGI). Eur J Endocrinol. 172(2), pp. 163-171.
  • Van Caenegem, E. & TʼSjoen, G. (2015) Bone in trans persons. Curr Opin Endocrinol Diabetes Obes: 22(6), pp. 459-466.