transzorg

Een deel van de total groep transgender personen gaat vroeg of laat op zoek naar psychische of medische zorg, transgenderzorg genoemd. Het is niet altijd makkelijk om de juiste weg te vinden. Onze zorgkaart kan je hierbij helpen. Zoek je meer informatie over de mogelijke stappen in de “gender bevestigende behandeling”, dan kan je terecht op de ozrgpagina’s op deze website. Hulpverleners kunnen het zorgpad raadplagen dat het Infopunt heeft opgesteld in overleg met het genderteam van het UZ Gent.

Een gebrek aan specifieke hulpverlening kan ervoor zorgen dat gendervariante personen soms lang alleen blijven met hun gevoelens of dat deze gevoelens zich in negatieve zin ontwikkelen (eenzaamheid, depressie, zelfmoordpogingen) of dat men lange tijd heil zoekt in holebikringen. Op tijd hulp gaan zoeken als je dat nodig hebt, is dus sterk aan te raden.

Uit onderzoek in Vlaanderen blijkt dat transgender personen vaak tot 10 jaar tijd laten tussen zich realiseren wat er speelt en de stap naar de hulpverlening zetten. Hierin is er een verschil tussen vrouwen en mannen. Trans vrouwen zijn zich pas op latere leeftijd bewust van hun genderidentiteit, en gaan dus ook pas op latere leeftijd hulp gaan zoeken. Zij lijken bovendien, zodra de bewustwording optreedt, gemiddeld genomen vier jaar langer te wachten in vergelijking met de trans mannen vooraleer ze de stap naar de hulpverlening effectief zetten. De jongere generatie wacht beduidend minder lang vooraleer ze de weg naar de hulpverlening vinden (Motmans, Meier, &T’Sjoen, 2011).

Wanneer transgender personen met een hulpvraag eindelijk hulp durven en kunnen zoeken, starten ze meestal met een zoektocht op het internet. De kwaliteit van de meeste sites laat jammer genoeg vaak te wensen over, al zijn er enkele zeer goede en ondersteundende fora van transgender groepen. Maar niet iedereen wenst of vindt contact met lotgenoten. Uit het Belgische onderzoek kwam naar voren dat slechts 51% van de transgenders ooit contact had met een transgender organisatie en 15% had ooit contact met een holebi organisatie. In deze transgender organisaties zijn opvallend vaak trans vrouwen actief aanwezig, voor transmannen lijkt er minder georganiseerd. Voor travesties is er al helemaal geen forum in Vlaanderen meer. En toch zijn deze zelfhulp- of praatgroepen voor velen van levensbelang. Beseffen dat men niet alleen is met de transgender gevoelens, is vaak een grote opluchting. Mensen ontmoeten die verder staan in het leven zoals men zich voelt, geeft hoop en inspiratie. Ontdek de praatgroepen hier.

Naast  het feit dat 1/3de nooit naar een transgender organisatie stapte, bleek uit het onderzoek bovendien dat 40% van de respondenten (nog) geen psychologische of medische hulp had gezocht. De redenen hiervoor waren veelvuldig, maar de vaakst gekozen redenen waren:

  • 45% durft geen hulp te vragen;
  • 44% weet niet waar ze hulp kunnen krijgen;
  • 31% vreest vooroordelen bij hulpverleners;
  • 27% hulpverlening is financieel niet mogelijk.

De hoge kostprijs van de zorgen (consultaties, hormonen, chirurgische ingrepen, epilatie) en de onduidelijkheid met betrekking tot terugbetaling hiervan door verzekeraars en de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), is voor vele transgender personen die psychomedische hulpverlening zoeken, een te hoge drempel.

Van de 60% respondenten die wél hulp gezocht hadden, bleek 63% in eerste instantie zich te wenden tot de huisarts of een psycholoog. Helaas hadden deze in minder dan de helft van de gevallen correcte info en konden zij doorverwijzen. Maar liefst 34% van de transgenders veranderde van hulpverlener omwille van diens negatieve reactie (Motmans, 2009). Om de eerstelijnszorg beter te informeren en te sensibiliseren over de mogelijkheden in transgenderzorg, werd door het Infopunt een zorgpad ontwikkeld.

De laatste jaren zit de instroom in de transgenderzorg in een serieuze lift. In tien jaar tijd is het aantal nieuwe cliënten aan het UZ Gent bijvoorbeeld maar liefst verdrievoudigd. Dit zorgt helaas voor langere wachttijden. Contacteer ons als je vragen hebt over het zorgtraject.

Bronnen: