mensenrechten

Europa

De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een interessante bron voor informatie over mensenrechten voor transgender personen. Thema’s die in deze zaken aan bod kwamen zijn: het recht op een geslachtsaanpassende behandeling, de wijziging van de staat van de persoon, het recht op huwelijk, het afstammingsrecht en het recht op gezinsleven. Wie hier graag meer over wilt lezen kan terecht in de publicatie Leven als transgender in België. De sociale en juridische situatie van transgender personen in kaart gebracht (pp51 e.v.).

België

Sinds de openstelling van het burgerlijke huwelijk en adoptie (20 april 2006) voor paren van gelijk geslacht, speelt de Belgische staat op deze twee terreinen een voortrekkersrol die ook ten goede komt aan transseksuele personen. Zo moeten transseksuele personen bijvoorbeeld niet meer uit de echt scheiden vooraleer één van beide partners van geslacht kan veranderen. Aanbeveling 1117 van de Raad van Europa werd echter pas recent in België ter harte genomen.

De wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit (B.S. 11 juli 2007) voorzag in het recht om officieel de voornaams- en geslachtsregistratie aan te passen, in overeenstemming met aanbeveling 1117 van de Raad van Europa. Met deze wet werd eindelijk een juridisch recht gegarandeerd voor de transseksuele burgers. De vroegere splitsing in een administratieve procedure (voornaamswijziging) en een judiciële procedure (verandering registratie geboortegeslacht) werd hiermee tevens vervangen door een eenvormige administratieve procedure. Het recht op voornaamswijziging of geslachtswijziging was volgens de wet echter gebonden aan enkele (cumulatieve) voorwaarden.

Tegen deze voorwaarden kwam er vanuit het perspectief van mensenrechtenactivisten heel wat kritiek. De staat erkende immers nog steeds slechts twee geslachten – wat voor de groep mensen die zich tussenin beweegt niet passend is – én bovenal stelt men sterilisatie als voorwaarde om het recht te verkrijgen om van geslacht te veranderen. Niet alleen zorgden deze strikte medische criteria voor uitsluiting en ongewilde praktijken, ze leidden tevens tot ongelijke behandeling in ouderschap, en tot een schending van privacy (zie voor een bespreking Motmans, 2009; Uytterhoeven en Senaeve, 2008).

De Belgische overheid ondernam daarom stappen om deze wet te herzien, wat resulteerde in de wet van 25 juni 2017 tot “hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft”, die op 1 januari 2018 in werking treedt. Deze wet zorgt voor een betere bescherming van het privéleven van transpersonen en vereist geen medische criteria meer voor wettelijke geslachtswijziging. De wet gaat ook uit van zelfbeschikking. Meer over de concrete gang van zaken met betrekking tot wettelijke geslachtswijziging vind je terug onder ‘praktisch‘.

Yogyakarta principes

In 2006 heeft een groep van vooraanstaande mensenrechtenexperts in Yogyakarta een lijst van principes opgesteld, uitgewerkt, besproken en verfijnd, wat geleid heeft tot de publicatie van de zogenaamde Yogyakarta-principes. Deze behandelen een breed spectrum van normen op het gebied van mensenrechten en de toepassing daarvan op kwesties betreffende seksuele geaardheid en genderidentiteit. De principes bevestigen de primaire verplichting van staten om mensenrechten in te voeren. Bij elk principe worden aan alle staten gedetailleerde aanbevelingen geformuleerd.

Sinds 2006 zijn er op vlak van internationale mensenrechten heel wat ontwikkelingen geweest, en is de kennis met betrekking tot de schending van de mensenrechten van personen met een diverse seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken sterk toegenomen. Daarom werden aan de 29 oorspronkelijke Yogyakarta principes op 10 november 2017 9 additionele principes en aanbevelingen toegevoegd, de Yogyakarta Principles plus 10 (YP+10) genaamd. Samen met de 29 originele Yogyakarta Principes zijn deze voor staten een autoritatieve richtlijn van hoe de internationale mensenrechten moeten toegepast worden met betrekking tot seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken.