mensenrechten

Mensenrechten zijn fundamentele rechten die gelden voor elke persoon, ongeacht gender of afkomst. Voorbeelden van mensenrechten zijn vrijheid van meningsuiting, bescherming van lichaam en geest van de persoon, recht op voedsel, werken, onderwijs, … Mensenrechten worden beschermd door nationale en internationale wetten en verdagen. De basis van het internationale systeem voor de bescherming van mensenrechten is de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM), die na de tweede wereldoorlog  op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) werd aangenomen. 10 december is daarom uitgeroepen tot Dag van de Mensenrechten. Zowel op globaal, Europees als Belgisch niveau zijn er verschillende wetten en verdragen die specifiek focussen op rechten voor transgender en genderdiverse personen:

Globaal

In 2006 heeft een groep van vooraanstaande mensenrechtenexperts in Yogyakarta (Indonesië) een lijst van principes opgesteld, uitgewerkt, besproken en verfijnd, wat geleid heeft tot de publicatie van de zogenaamde Yogyakarta-principes. Deze behandelen een breed spectrum van normen op het gebied van mensenrechten en ook de toepassing daarvan op kwesties betreffende seksuele geaardheid en genderidentiteit. De principes bevestigen de primaire verplichting van staten om mensenrechten te eerbiedigen en beschermen. Bij elk principe worden aan alle staten gedetailleerde aanbevelingen geformuleerd.

Sinds 2006 zijn er op vlak van internationale mensenrechten heel wat ontwikkelingen geweest, en is de kennis met betrekking tot de schending van de mensenrechten van personen met een diverse seksuele voorkeur, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken sterk toegenomen. Daarom werden aan de 29 oorspronkelijke Yogyakarta principes op 10 november 2017 9 additionele principes en aanbevelingen toegevoegd, de Yogyakarta Principles plus 10 (YP+10) genaamd. Samen met de 29 originele Yogyakarta Principes zijn deze voor staten een richtlijn van hoe de internationale mensenrechten horen toegepast te worden met betrekking tot seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken.

Europa

Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is een verdrag dat alle lidstaten van de Europese Unie verplicht moeten erkennen en respecteren in hun nationale wetgeving. Het Europees hof voor de Rechten van de Mens is een permanent gerechtshof dat schendingen van dit verdrag behandelt en veroordeelt. De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een interessante bron voor informatie over mensenrechten voor transgender personen. Thema’s die in deze rechtspraak aan bod kwamen zijn: het recht op een geslachtsbevestigende behandeling, de wijziging van de staat van de persoon, het recht op huwelijk, het afstammingsrecht en het recht op gezinsleven. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bijvoorbeeld in 2017 geoordeeld dat de sterilisatie-eis om het juridisch geslacht te kunnen aanpassen een schending van de mensenrechten is.

België

Sinds de openstelling van het burgerlijke huwelijk en adoptie (20 april 2006) voor paren van gelijk geslacht, speelt de Belgische staat op deze twee terreinen een voortrekkersrol die ook ten goede komt aan transgender personen. Zo moeten transgender personen bijvoorbeeld niet meer uit de echt scheiden vooraleer één van beide partners van geslacht kan veranderen. 20 Europese en Centraal-Aziatische landen eisen wel een scheiding.

De wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit (B.S. 11 juli 2007) voorzag in het recht om officieel de voornaam- en geslachtsregistratie aan te passen. Met deze wet werd eindelijk een juridisch recht gegarandeerd voor de transgender burgers. De vroegere splitsing in een administratieve procedure (voornaamswijziging) en een gerechtelijke procedure (verandering registratie geboortegeslacht) werd hiermee tevens vervangen door twee administratieve procedures. Het recht op de wijziging van voornaam en geslachtsregistratie was volgens de wet echter gebonden aan enkele (cumulatieve) voorwaarden, zoals de sterilisatie-eis.

Tegen deze voorwaarden kwam er vanuit het perspectief van mensenrechtenactivisten heel wat kritiek. De staat erkende immers nog steeds slechts twee geslachten – wat voor de groep mensen die er zich tussenin of naast beweegt niet passend is – én bovenal stelde men sterilisatie als voorwaarde om het recht te verkrijgen om van geslacht te veranderen. Niet alleen zorgden deze strikte medische criteria voor uitsluiting en ongewilde praktijken, ze leidden tevens tot ongelijke behandeling in ouderschap, en tot een schending van privacy.

De Belgische overheid ondernam daarom stappen om deze wet te herzien, wat resulteerde in de wet van 25 juni 2017 tot “hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft”, die op 1 januari 2018 in werking trad. Deze wet zorgt voor een betere bescherming van het privéleven van transgender personen en vereist geen medische criteria (sterilisatie) meer voor wettelijke geslachtswijziging. De wet gaat ook uit van zelfbeschikking. 

Het Grondwettelijk Hof heeft in 2019 delen van de huidige transgenderwet ongrondwettig verklaard omdat deze discriminerend is voor non-binaire en genderfluïde personen. Ook zij moeten immers hun geslachtsregistratie in overeenstemming kunnen brengen met hun genderidentiteit. De wet moet dus binnen redelijke termijn worden aangepast. De huidige regering heeft in haar beleidsverklaring bevestigd dat ze werk wil maken van een verbetering van de transgenderwet die sinds 2018 in voege is. Je kan in de zijbalk een rapport lezen over het arrest van het Grondwettelijk Hof inzake de gedeeltelijke nietigverklaring van de transgenderwet.

Laatste update van deze tekst: 10 december 2020.