Houding van de partner

Hoe reageert een partner die op de hoogte wordt gebracht van de gendervariante gevoelens van de transpartner? De reactie hangt van verschillende factoren af. De manier waarop de partner wordt ingelicht speelt een belangrijke rol. Wordt er open gesproken over de gendervariante gevoelens of ontdekt de partner dit onverwachts? Wanneer de coming out als een gradueel proces verloopt, reageren partners over het algemeen positiever (Dierckx e.a., 2017). Indien de partner het plots te weten komt, kan dit tot emotionele onrust en stress leiden (Bischof e.a., 2011; Harvey, 2008). Daarnaast wil de partner het gevoel hebben betrokken te zijn bij het proces van de transitie. Uit het partnerproject blijkt dat er binnen het koppel een duidelijk verschil in tempo kan zijn. De cispartner worstelt met tegenstrijdige en complexe emoties rond het thema, terwijl de transpersoon er al een periode van reflectie en beslissingsvorming op heeft zitten, en vaak sneller klaar is voor een volgende stap. Communicatie over de impact van de transitie op het koppel, alsook het aftoetsen van elke stap met de cispartner vergroten het betrokkenheidsgevoel. Op deze manier krijgt de cispartner de indruk dat de transpartner rekening houdt met zijn/haar tempo, gevoelens en wensen. Vervolgens is het belangrijk voor partners dat de transpersoon zichzelf niet voortdurend centraal stelt. Het thema ‘transgender’ is maar één onderdeel van de partnerrelatie. De dagelijkse gesprekken hoeven niet overheerst te worden door het genderthema. Verder bepaalt ook de kwaliteit van de relatie vòòr de transitie de houding van de partner en het verder verloop van de relatie. Tot slot is ondersteuning van vrienden en familie een belangrijke positieve factor voor partners (Joslin-Roher & Wheeler, 2009; Theron & Collier, 2013).

Lev (2004) onderzocht de fasen van verwerking bij koppels in transitie. Elke partner doorloopt, in meerdere of mindere mate, langer of korter, de volgende stadia bij een verwerkingsproces. Een eerste fase, de onthulling, kan voor de partner een shock zijn. Men voelt zich verraden en ervaart verwarrende en tegenstrijdige emoties. “Waarom word ik nu pas op de hoogte gesteld?”, “Met wie ben ik al die jaren samen geweest?”, “Hoe heb ik dit niet kunnen zien?”, “Wat houdt mijn partner nog voor me geheim?”, zijn maar enkele voorbeelden van vragen die partners zich kunnen stellen. Het tweede stadium wordt gekenmerkt door chaos, opschudding en tumult. Dit gaat gepaard met heel wat stress en partners geraken verstrengeld in conflictueuze situaties. In de derde fase gaat het koppel actief gaan onderhandelen. Beide individuen geven hun grenzen aan en men gaat op zoek naar compromissen: bv. enkel omkleden binnenshuis, gesprekken met de psycholoog maar geen hormonen. In de laatste fase vindt het koppel opnieuw een evenwicht waarbij men klaar is om de transidentiteit een plaats te geven in de relatie.

Bronnen

Bischof, G. H., Warnaar, B. L., Barajas, M. S., & Dhaliwal, H. K. (2011). Thematic analysis of the experiences of wives who stay with husbands who transition male-to-female. Michigan Family Review, 15(1), 16-33.

Dierckx, M. (2017). Families in transition: The family context of a gender transition. UAntwerpen, pp. 269.

Harvey, K. (2008). The Other Side of Metamorphosis: An Exploratory Study of How Partners of Transsexuals Experience Transition (Master’s thesis), (pp. 77). Illinois State University. Retrieved from http://ir.library.illinoisstate.edu/mts/4

Joslin-Roher, E., & Wheeler, D. P. (2009). Partners in transition: The transition experience of lesbian, bisexual, and queer identified partners of transgender men. Journal of Gay & Lesbian Social Services: Issues in Practice, Policy & Research, 21, 30–48. doi:10.1080/10538720802494743

Lev, A. I. (2004). Transgender emergence: Therapeutic guidelines for working withnngender-variant people and their families. Binghamton, NY: Haworth Clinical Practice Press.

Theron, L., & Collier, K. L. (2013). Experiences of female partners of masculine-identifying trans persons. Culture, Health & Sexuality, 15, S62–S75. doi:10.1080/13691058.2013.788214