Uitdagingen

Een gendertransitie gaat gepaard met zowel fysieke (hormonale therapie, chirurgische ingrepen etc) als sociale veranderingen (naamsverandering, onthulling aan vrienden, familie). Voor vele koppels wordt dit aanzien als een complex proces met een emotionele en levensveranderende impact (Erickson-Schroth, 2014;  Theron & Collier, 2013; Joslin-Roher & Wheeler, 2009). Partners geven aan dat de transitie een rechtstreekse impact heeft op hun eigen leven en op verschillende domeinen van hun relatie (Theron & Collier, 2013).

Terwijl een transitieproces voor veel transpersonen aanvoelt als een opluchting, kan de (ex-)partner eerder complexe, verwarrende en tegenstrijdige gevoelens ervaren. Onderzoek toont aan dat partners te weinig informatie en psychologische ondersteuning ervaren en krijgen (Bischof e.a., 2011; Joslin-Roher & Wheeler, 2009; Theron & Collier, 2013). Via het partnerproject probeert het Transgender Infopunt (TIP) in Vlaanderen deze nood deels op te vangen. Hieronder wordt een uiteenzetting gegeven van de mogelijke uitdagingen en gevoelens die gepaard gaan met een transitie.

Grenzen bewaken

Ervaringen uit het partnerproject leren ons dat het transthema de dagelijkse gesprekken van een koppel/gezin kunnen beheersen, zeker in het begin van de transitie. Daardoor verdwijnen vaak andere issues naar de achtergrond, of kunnen deze enkel nog gezien worden in de context van de transitie. In deze periode wordt het dan ook moeilijk om te balanceren tussen de eigen emotionele noden en die van de partner (Joslin-Roher & Wheeler, 2009; Dierckx, 2017). Uit het partnerproject blijkt dat ondersteunende partners de neiging hebben om hun eigen gevoelens opzij te schuiven voor de gevoelens van hun partner. Ze willen hun partner ondersteunen, maar ervaren bij zichzelf weerstand. Ze voelen zich schuldig omdat ze niet gemakkelijk meestappen in het proces. Men heeft het moeilijk om de eigen grenzen te bewaken. Sommige vrouwelijke partners van transvrouwen zetten hun eigen vrouwelijkheid minder in de verf, uit liefde voor hun partner. Dit proces gebeurt vaak onbewust maar kan op lange termijn leiden tot een verminderde zelfzorg en een lager zelfbeeld.

Bezorgdheden

Partners gaan zich aan het begin van de transitie over verschillende zaken zorgen maken. De onzekerheid over de toekomst doet hen piekeren en soms panikeren. Men vraagt zich af of ze zich nog aangetrokken zullen voelen tot hun partner. Men is ongerust over hoe de transitie de partner fysiek en emotioneel zal veranderen (Harvey, 2008). ‘’Zal mijn partners karakter veranderen?‘’, ‘’Zal de geur veranderen?’’, ‘’Zal ik mij nog aangetrokken voelen tot mijn partner?’’, zijn maar enkele voorbeelden van vragen die partners zich kunnen stellen.

Partners kunnen zich zorgen maken over de veiligheid van hun partner en van zichzelf. Vooral tijdens de transitie zijn transpersonen en dus ook de partners een potentiële prooi voor geweld en of discriminatie (Grant e.a. 2011; Kidd & Written, 2007). Dit omdat het uiterlijk van de transpersoon vaak (nog) niet overeenstemt met de genderbinaire verwachtingen. Secundair of associatief stigma is een vooroordeel of discriminatie tegenover een persoon, niet omwille van de persoon zelf, maar omdat die persoon gelinkt is aan een persoon die gestigmatiseerd wordt (Johnson & Benson, 2014). Uit onderzoek van Bisschof e.a. (2011) blijkt dat men bezorgd is over wat anderen zullen denken en hoe de community en maatschappij hen zal aanschouwen.

Seksualiteit

Een transitie heeft ook implicaties voor de fysieke seksualiteit en intimiteit van het koppel. Seksualiteit heeft te maken met fysieke aantrekking tot bepaalde lichaamstypes of genderpresentaties. De veranderingen van de lichamelijke kenmerken en genderexpressie, dagen het koppel uit om hun seksueel leven op een andere manier in te vullen. Daarbij moet de partner het eigen niveau van aantrekking en verlangen tot het nieuw lichaam en de genderpresentatie van de partner herdefiniëren (Pfeffer, 2008; Theron & Collier, 2013). Rohen & Wheeler (2009) lijsten volgende uitdagingen op voor partners: seks hebben met iemand die zich ongelukkig voelt in zijn/haar/diens lichaam, toekomstige veranderingen op seksueel vlak bespreekbaar maken met de partner die hier moeizaam over spreekt, omgaan met een partner die niet in staat is om seks te hebben in de herstelperiode na een ingreep en sterk toegenomen of afgenomen seksuele opwinding door hormonale behandeling.

Vooral partners van transvrouwen, waarbij het seksueel verlangen van de transpersoon sterk verminderd of verdwenen is, hebben nu celibataire relaties, wat leidt tot frustraties voor sommige partners, maar wat dan weer comfortabel kan aanvoelen voor andere partners (Bischof e.a., 2011). Uit het partnerproject blijkt dat partners zich schuldig kunnen voelen omdat ze zich niet langer aangetrokken voelen tot (het nieuwe lichaam van) de partner. Het lukt bijvoorbeeld niet om de partner te bevredigen in het nieuwe lichaam. Omgekeerd lukt wel, waardoor een onevenwicht ontstaat in geven en nemen. Het is vaak vooral de cispartner (die ontvangt maar niet meer geeft) die zich niet goed voelt bij dat onevenwicht. Ervaringen uit het partnerproject leren ons dat koppels creatief kunnen omgaan met de uitdagingen die een transitie met zich meebrengt. Zo maken koppels bijvoorbeeld nieuwe afspraken omtrent seksualiteit waarbij seks met een derde persoon wordt toegestaan of waarbij men een derde persoon uitnodigt in de slaapkamer. Voor anderen is seksualiteit nooit echt belangrijk geweest en verandert dit gegeven dus ook niet ten gevolge van de transitie. Voor veel koppels blijkt de transitie geen afbreuk te doen aan intimiteit: in tegenstelling tot seks kan knuffelen, kussen, in elkaars armen in slaap vallen nog steeds. Anderen geven dan weer aan het moeilijk te hebben om hun partner te kussen/knuffelen wegens de fysieke confrontatie met het nieuwe lichaam.

Heteronormatieve samenleving

Partners kunnen door een periode gaan waarin ze hun eigen seksuele oriëntatie en genderidentiteit in vraag stellen, ten gevolge van de transitie (Brown, 2009; Joslin-Roher & Wheeler, 2009; Theron & Collier, 2013; Bischof e.a., 2011; Keo & Meier, 2011 ). Men vraagt zich af wat het betekent, dat ze destijds gevallen zijn voor een persoon die eigenlijk tot de andere sekse behoort (Bischof e.a. 2011). ‘’Ben ik dan toch biseksueel?’’, is één van de vragen die men zich kan stellen. Sommigen gaan uitzoeken of ze zich ook aangetrokken voelen tot de sekse waartoe hun partner nu behoort. Zij die reeds investeerden in hun seksuele oriëntatie vòòr de transitie- in het bijzonder lesbische of heteroseksuelen – hebben het moeilijker met het accepteren van de transitie (Anastasia, 2006, Roslin-Roher & Wheeler, 2009; Harvey, 2008). Daarnaast ontstaan bezorgdheden over hoe anderen hun seksuele oriëntatie gaan beoordelen (Joslin-Roher & Wheeler, 2009). Ook uit het partnerproject blijkt dat bv. vrouwelijke partners van transvrouwen vaak de vraag krijgen ‘’Ben je nu lesbisch?’’ of partners van transmannen ‘’Ben je nu toch hetero? Of ben je bi? ‘’. Zelfs partners die zich voor de transitie als bi identificeerden geven aan dat zij zich wel aangetrokken kunnen voelen tot de andere sekse, maar niet persé die aantrekking voelen voor hun partner in de nieuwe identiteit. Andere biseksuele partners geven dan weer aan weinig moeilijkheden te ondervinden bij de transitie omdat ze zich als bi identificeren. Ook lesbische cispartners, die fier zijn op hun lesbische identiteit, krijgen te maken met een herdefiniëring van hun identiteit in de switch naar een heteroseksuele relatie voor de buitenwereld. Uit onderzoek blijkt dat deze cispartners zich niet langer welkom voelen binnen de LGB community (Harvey, 2008; Grant e.a., 2011; Platt & Bolland, 2017). Ander onderzoek toont aan dat partners (cispartners van transmannen) het vaak moeilijk hebben met het loslaten van hun lesbische identiteit. Men rapporteert gevoelens van marginalisatie en isolatie ten gevolge van de partner in transitie. Men heeft de indruk tot een groep te behoren die ofwel vergeten ofwel gestigmatiseerd wordt (Platt & Boland, 2017).

Bronnen

Bischof, G. H., Warnaar, B. L., Barajas, M. S., & Dhaliwal, H. K. (2011). Thematic analysis of the experiences of wives who stay with husbands who transition male-to-female. Michigan Family Review, 15(1), 16-33.

Brown, N. R. (2009). ‘I’m in transition too’: Sexual identity renegotiation in sexual-minority women’s relationships with transsexual men. International Journal of Sexual Health, 21, 61–77. doi:10.1080/19317610902720766

Dierckx, M. (2017). Families in transition: The family context of a gender transition. UAntwerpen, pp. 269.

Erich, S., Tittsworth, J., Dykes, J., & Cabuses, C. (2008). Family Relationships and their Correlations with Transsexual Well-Being. Journal of GLBT Family Studies, 4(4), 419-432. doi: 10.1080/15504280802126141

Erich S., Tittsworth, J. & Kerstein A., (2010). An examination and comparison of transsexuals of color and their white counterparts regarding personal well-being and support networks.

Erickson-Schroth, L. (2014). Trans bodies, trans selves. A resource for the transgender community. New York, NY: Oxford.

Grant, J. M., Mottet, L. A., Tanis, J., Harrison, J., Herman, J. L., & Keisling, M. (2011). Injustice at every turn: A report of the national transgender discrimination survey. Washington, DC: National Center for Transgender Equality and National Gay and Lesbian Task Force.

Harvey, K. (2008). The Other Side of Metamorphosis: An Exploratory Study of How Partners of Transsexuals Experience Transition (Master’s thesis), (pp. 77). Illinois State University. Retrieved from http://ir.library.illinoisstate.edu/mts/4

Joslin-Roher, E., & Wheeler, D. P. (2009). Partners in transition: The transition experience of lesbian, bisexual, and queer identified partners of transgender men. Journal of Gay & Lesbian Social Services: Issues in Practice, Policy & Research, 21, 30–48. doi:10.1080/10538720802494743

Platt, L. & Boland, K. (2017). Relationship partners of transgender individuals. Journal of social and personal relationships, 35(9), doi: https://doi.org/10.1177/0265407517709360

Patty-Stegemann, E. M., Hommes Associatief stigma onder naasten van transgenders: een kwalitatief onderzoek. Paper presented at the conference LHBT onderzoek in de lage landen, Antwerpen, 27-10-2016.

Pfeffer, C. A. (2008). Bodies in Relation—Bodies in Transition: Lesbian Partners of Trans Men and Body Image. Journal of Lesbian Studies, 12(4), 325-345. doi: 10.1080/10894160802278184

Motmans, J., Meier, P., & T’Sjoen, G. (2015). Geweldervaringen van transgender personen in België. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.

Theron, L., & Collier, K. L. (2013). Experiences of female partners of masculine-identifying trans persons. Culture, Health & Sexuality, 15, S62–S75. doi:10.1080/13691058.2013.788214