Seksuele oriëntatie

Als je als transgender in transitie gaat, betekent dit niet per se dat je seksuele voorkeur verandert. Wel verandert je seksuele identiteitslabel. Seksuele identiteitslabels verwijzen zowel naar het eigen geslacht als naar dat van potentiële partners, wat het voor transgenders soms moeilijk maakt om hun eigen seksuele oriëntatie te benoemen. Er is een grote variatie aan seksuele voorkeuren en identiteiten onder transgenders. De meerderheid van de transgenders identificeert zich niet als heteroseksueel. Bijna 30% van de Europese transgenders omschrijft de eigen seksuele oriëntatie als homoseksueel of lesbisch (European Union Agency for Fundamental Rights, 2014). Relatief veel transgenders voelen zich zowel tot mannen als vrouwen aangetrokken. Ook zijn er veel transpersonen die zich met allerlei niet-binaire seksuele categorieën identificeren, zoals panseksueel, aseksueel of queer. Seksuele oriëntatie is evenwel niet iets vaststaand, en kan dus in de loop van het leven veranderen, bijvoorbeeld ook tijdens de transitie, hoewel het zelden om een extreme verandering gaat.

Er zijn drie dimensies in ‘seksuele orientatie’: je seksuele identiteit (hoe je jezelf benoemt),  seksueel verlangen (verlangen naar iemand) en seksueel gedrag. Deze drie dimensies hoeven niet noodzakelijk samen te vallen.

Bronnen

  • Doorduin, T., de Graaf, H. & Picavet, C. (2014). Seksueel gedrag, seksuele beleving en seksuele problemen van transgenders. In ‘Een wereld van verschil’. Rutgers WPF.
  • European Union Agency for Fundamental Rights (2014). Being Trans in the European Union.