Seksuele oriëntatie

Binnen de huidige maatschappelijke structuur is heteronormativiteit de structurele logica. Het is een maatschappelijke ordening waarbij heteroseksualiteit geldt als norm en waarbij andere vormen van seksualiteit onderdrukt worden. Een heteroseksuele matrix werkt in op ieders leven en bepaalt of je man/mannelijk/hetero ofwel vrouw/vrouwelijk/hetero bent (Butler, 1990). Seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie worden vaak door elkaar gehaald.

Als je als transgender persoon in transitie gaat, betekent dit niet per se dat je seksuele voorkeur verandert. Wel verandert je seksuele identiteitslabel. Seksuele identiteitslabels verwijzen zowel naar het eigen geslacht als naar dat van potentiële partners, wat het voor transgender personen soms moeilijk maakt om hun eigen seksuele oriëntatie te benoemen.). Een trans vrouw die geboren werd in een mannenlichaam en nog steeds op vrouwen valt, wordt dan plots het label ‘lesbienne’ opgespeld, terwijl de persoon in kwestie voordien als hetero werd gezien. Koppels waarvan een partner trans is en die zichzelf voordien als holebikoppel identificeerden, kunnen de steun van de holebigemeenschap verliezen wanneer ze zichzelf nadien als heteroseksueel koppel
presenteren.

Er is een grote variatie aan seksuele voorkeuren en identiteiten onder transgender personen. De meerderheid van de transgender personen identificeert zichzelf niet als heteroseksueel. Bijna 30% van de Europese transgender personen omschrijft de eigen seksuele oriëntatie als homoseksueel of lesbisch (European Union Agency for Fundamental Rights, 2014). . Verder is het opvallend dat er veel lesbische trans
vrouwen zijn en weinig homoseksuele trans mannen (Motmans, T’Sjoen & Meier, 2011). Relatief veel transgender personen voelen zich zowel tot mannen als tot vrouwen aangetrokken. Ook zijn er veel transgender personen die zich met allerlei niet-binaire seksuele categorieën identificeren, zoals panseksueel, aseksueel of queer. Ook kan men enerzijds gynoseksueel zijn en zich dus aangetrokken voelen tot vrouwen of individuen met vrouwelijke kenmerken of anderzijds androseksueel zijn en zich aangetrokken voelen tot mannen of individuen met mannelijke kenmerken. Maar ook een aantrekking tot androgyne personen is perfect mogelijk (Kuper, Nussbaum
& Mustanski, 2012).

Seksuele oriëntatie is evenwel niet iets vaststaand, en kan dus in de loop van het leven veranderen, bijvoorbeeld ook tijdens de transitie, hoewel het zelden om een extreme verandering gaat. Er zijn drie dimensies in ‘seksuele oriëntatie’: je seksuele identiteit (hoe je jezelf benoemt),  seksueel verlangen (verlangen naar iemand) en seksueel gedrag. Deze drie dimensies hoeven niet noodzakelijk samen te vallen. Verder kan er een verschil zijn in romantische voorkeur en seksuele voorkeur.

Bronnen

  • Butler, J. (1990). Gender trouble. New York: Routledge.
  • Doorduin, T., de Graaf, H. & Picavet, C. (2014). Seksueel gedrag, seksuele beleving en seksuele problemen van transgenders. In ‘Een wereld van verschil’. Rutgers WPF.
  • European Union Agency for Fundamental Rights (2014). Being Trans in the European Union.
  • Kuper, L. E., Nussbaum, R., & Mustanski, B. (2012). Exploring the diversity of gender and sexual orientation identities in an online sample of transgender individuals. Journal of sex research, 49(2-3), 244-254
  • Motmans, J., T’Sjoen, G., & Meier, P. (2011). De levenskwaliteit van transgender personen in Vlaanderen. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.