Weigering?

De ambtenaar dient zich te baseren op de attesten van de geneesheren die een aanvra(a)g(st)er bij zich heeft. Wat als zo’n ambtenaar twijfelt aan de echtheid van deze attesten, of hij/zij botweg weigert een persoon van dienst te zijn?

Ook hieraan heeft de wetgever gedacht. Om situaties als deze op te vangen, grijpt men terug naar de rechtspraak. In de wet is voorzien dat een ambtenaar die weigert de vermelding van het nieuwe geslacht te registeren in de geboorteakte, hij/zij de weigering per brief moet betekenen aan de aanvra(a)g(st)er. De ambtenaar moet de weigering duidelijk motiveren. Bovendien moet een afschrift hiervan eveneens worden gestuurd aan de procureur des Konings.

Tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand kan in beroep gegaan worden. Dit betekent dat men bij de rechtbank van eerste aanleg van het juridisch arrondissement een verzoekschrift kan indienen. Dit kan men zelf doen, of met behulp van een advocaat. Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen de 60 dagen na de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De voorzitter van de kamer waaraan de zaak is toebedeeld, beveelt de overlegging van het verzoekschrift aan het openbaar ministerie en wijst een rechter aan om op een bepaalde dag verslag uit te brengen. De verzoeker wordt door de griffier, bij gerechtsbrief, opgeroepen om op deze zitting te verschijnen om opheldering te geven.

Na de uitspraak van het arrest waarbij de wijziging van het geslacht in de geboorteakte wordt afgewezen, stuurt de griffier binnen een maand, bij gerechtsbrief, een uittreksel van het vonnis of arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van aangifte. De griffier brengt de partijen hiervan in kennis.

Indien het nieuwe geslacht door de rechtbank wél wordt toegekend, schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand meteen de bestaande akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht in en schrijft hij het beschikkende gedeelte van het vonnis of het arrest over in zijn registers.