DSM en ICD

De termen die gebruikt worden om transgender en gendernonconformiteit te diagnosticeren hebben een hele evolutie ondergaan, waarbij gendernonconformiteit vooral als psychiatrische stoornis of ziekte werd gekaderd (zoals ook homoseksualiteit lang als ziekte of stoornis werd gezien). Voor de diagnose ervan worden vaak internationale classificatiesystemen gebruikt zoals de International Classification of Diseases (ICD) van de World Health Organisation (WHO) of de Diagnostic Statistic Manual of Mental Disorders (DSM) van de American Psychological Association.

In 1965 werd in de ICD-8 de diagnose ‘transvestitism’ voor het eerst geïntroduceerd, geclassificeerd naast ‘homosexuality’ in de categorie ‘sexual deviations’, en vervangen door ‘transvestism’ en ‘transsexualism’ in de ICD-9 in 1975 (Drescher, Cohen-Kettenis & Winter, 2012). In 1968 nam ook de DSM-II de diagnose ‘transvestitism’ op onder ‘sexual deviations’ en in 1980 werd in de DSM-III ‘transsexualism’ als aparte diagnose voor het eerst opgenomen, naast ‘gender identity disorder of childhood’. De ICD-10 kende in 1990 een herorganisatie met binnen de ‘disorders of adult behavior and personality’ een nieuwe categorie ‘gender identity disorders’, bestaande uit de diagnoses ‘transsexualism’, ‘dual-role transvestism’, ‘gender identity disorder of childhood’, ‘other gender identity disorders’ en ‘gender identity disorders unspecified’. Ook in de DSM-IV (1994) spreekt men niet meer van ‘transsexualism’ maar van ‘gender identity disorders’ (GID).

Tegenwoordig probeert men transgender en gendernonconformiteit terug weg van het stigmatiserende label van mentale stoornissen te definiëren. In 2013 werd in de DSM-V ‘genderidentiteitsstoornis’ vervangen door het nieuwe label ‘genderdysforie’. Enkel het lijden onder de incongruentie tussen het geboortegeslacht en de genderidentiteit wordt dus nog opgenomen als een mentale conditie waar een diagnose voor nodig is.

Op 8 september 2015, heeft het Europese Parlement een rapport aangenomen (het “Ferrara Report on the situation of fundamental rights in the European Union) hetwelk de Europese Commissie en lidstaten aanmoedigt om betere methodes te voorzien om de mensenrechten, o.a. voor LGBTI personen, te bewaken (LGBTI : Lesbian, Gay, bisexual, Trans, Intersex). De Commissie riep nadrukkelijk op om te voorkomen dat gendervariantie in de kindertijd een nieuwe ICD diagnose zou worden. Het rapport stelt ook vast dat in vele lidstaten transgender personen nog steeds als mentaal ziek worden aanschouwd, en roept hen op om hun nationale “mentale gezondheidscatalogussen” te herzien, maar wel nog steeds te verzekeren dat de medisch noodzakelijke behandelingen beschikbaar zijn voor alle transgenderpersonen.

Een update van de ICD wordt verwacht tegen 2017/2018 en verschillende transgender activisten en professionele organisaties pleiten onder andere voor (1) een wijziging in terminologie van genderidentiteitsstoornissen naar ‘genderdysforie’ of ‘genderincongruentie’, en (2) een herclassificatie van genderdysforie, weg van mentale en gedragsmatige stoornissen, naar een aparte categorie voor genderproblematieken of zelfs onder een andere categorie (Transgender Europe; Drescher, 2013; Drescher, Cohen-Kettenis & Winter, 2012).

Hoewel sommige activisten (bv. Stop Trans Pathologization, Genres Pluriels) pleiten voor het volledig verwijderen van een diagnose uit deze classificatiesystemen, is het behoud ervan in de DSM en ICD volgens anderen (bv. WPATH) toch gewenst om toegang tot transgender gezondheidszorg te kunnen verzekeren voor alle transgender en gendernonconforme personen (Drescher, 2013; Drescher, Cohen-Kettenis & Winter, 2012; De Cuypere, Knudson & Bockting, 2010). Genderdysforie moet dan wel eerder opgevat worden als een conditie waar men tijdelijk aan lijdt, die kan verlicht worden door behandeling, niet als een psychiatrische stoornis. Deze invulling volgt de zienswijze van de World Professional Association for Transgender Health (WPATH, 2012) zoals geformuleerd in haar Standards of Care 7: er is een verschil tussen transgender of gendernonconform zijn en genderdysforie hebben, en door behandeling kan het lijden onder de genderidentiteit worden opgelost. Gendernonconformiteit verwijst naar de mate waarin iemands genderidentiteit, -rol of –expressie verschilt van de culturele normen die voorgeschreven worden voor mensen van een bepaald geslacht, genderdysforie verwijst enkel naar het lijden onder de incongruentie tussen geboortegeslacht en genderidentiteit (SOC7, p. 5). Een diagnose is dus enkel nodig als personen significant lijden onder deze incongruentie. WPATH benadrukt verder dat gendervariatie op zichzelf niet pathologisch is en dus niet als mentale stoornis zou moeten geclassificeerd worden (SOC7, p. 4).