kinderen/jongeren

Kinderen leren al erg vroeg en via verschillende kanalen over gender en sekse. De meeste kinderen en jongeren voelen zich duidelijk een jongen of een meisje (genderidentiteit) en stellen gedrag (genderexpressie) dat door de maatschappij wordt aanvaard als passend bij hun geboortegeslacht op vlak van bijvoorbeeld kleedgedrag, keuze van speelkameraadjes, spelgedrag, enzovoort. Er zijn echter ook best veel stoere meisjes en zachtaardige jongens die niet aan de stereotiepe genderverwachtingen voldoen, en daar is niets mis mee. Maar als je kind zelf ernstige problemen ondervindt met zijn/haar genderbeleving, is het zeker raadzaam om professionele hulp te zoeken.

Wanneer men zich tot een hulpverlener wendt die gespecialiseerd is in genderklachten bij kinderen en jongeren, hoeft dit nog niet meteen te betekenen dat het kind later per definitie een transitie zal doormaken en medische ingrepen zal ondergaan. Als ouder vraag je je af wat de kans is dat het uitdooft. Uit een nog niet gepubliceerde retro- en prospectieve studie van het kinderteam aan het UZ Gent blijkt dat 30% van de kinderen en jongeren die zich aanmelden uit het traject stappen. Er is tot op heden geen lange follow-up studie, dus men kan niet met zekerheid zeggen dat het helemaal uitdooft. De redenen van uitval zijn erg divers.

Kinderen en jongeren met genderidentiteitsconflicten, alsook hun ouders, kunnen baat hebben bij psychologische begeleiding. Bij het kinder- en jongeren genderteam krijg je te maken met de kinderpsycholoog, de kinderpsychiater en (eventueel) de endocrinoloog die je helpen in de begeleiding, en (eventueel later) met hormonale therapie.