kinderen/jongeren

Kinderen leren al erg vroeg en via verschillende kanalen over gender en geslacht. De meeste kinderen en jongeren voelen zich duidelijk een jongetje of een meisje (genderidentiteit) en stellen gedrag (genderexpressie) dat door de maatschappij wordt aanvaard als passend bij hun geboortegeslacht op vlak van bijvoorbeeld kleedgedrag, keuze van speelkameraadjes, spelgedrag, enzovoort. Er zijn echter ook best veel stoere meiden en zachtaardige jongens die niet aan de stereotiepe genderverwachtingen voldoen, en daar is niets mis mee. Kinderen experimenteren soms graag met genderexpressie of -rollen. Als ouder weet je soms niet goed hoe je hierop kan reageren. Wanneer een kind (ernstige) problemen ondervindt met de eigen genderbeleving, is het zeker raadzaam om professionele hulp te zoeken.

Wanneer kinderen en jongeren lijden onder de incongruentie tussen het geslacht dat hen werd toegewezen bij de geboorte en hun genderidentiteit, wordt dat genderdysforie genoemd. Ouders zijn soms erg zoekende naar opvoedingsadvies bij het voorkomen van ernstige of minder ernstige genderidentiteitsconflicten. Kinderen steunen in dit proces blijkt enorm belangrijk, ook al heb je als ouder erg veel vrees over de toekomst van je kind. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die gesteund worden in hun genderidentiteit en in staat zijn om overeenkomstig hiermee te leven, geen verhoogde angststoornissen vertonen in vergelijking met hun leeftijdsgenoten (Olson, et al, 2015).

Recent onderzoek suggereert dat noch de toewijzing van het geboortegeslacht, noch rechtstreekse sekse-specifieke opvoeding en verwachtingen bepalen hoe het kind zich later identificeert of zijn gender expressie uit (Gülgöz et al, 2019). Kortom: je kunt als ouder de genderontwikkeling niet in een bepaalde richting sturen aan de hand van opvoeding.

Kinderen alsook hun ouders kunnen dan baat hebben bij psychologische begeleiding. Wanneer men zich tot een hulpverlener wendt die gespecialiseerd is in gendervraagstukken bij kinderen en jongeren, hoeft dit nog niet meteen te betekenen dat het kind later per definitie een transitie zal doormaken en medische ingrepen zal ondergaan. De rol van de hulpverlener is het kind of de jongere te ondersteunen in diens zoektocht en de gepaste hulp aan te bieden aan het gezin. Naast professionele hulp heb je misschien nood aan contact met anderen die een gelijkaardige situatie meemaken. T-Jong is er voor alle trans jongeren (10-30j), Berdache is er voor ouders van gendervariante kinderen.

Als ouder vraag je je misschien af wat de kans is “dat het uitdooft”. Uit een nog niet gepubliceerde retro- en prospectieve studie van het kinderteam aan het UZ Gent blijkt dat 30% van de kinderen die zich aanmelden uit het traject stappen. Er is tot op heden geen lange follow-up studie waaruit blijkt hoe het later met deze kinderen gaat, dus men kan niet met zekerheid zeggen dat het genderincongruente gevoel helemaal uitdoofde. De redenen van uitval zijn erg divers. Uitval bij jongvolwassenen (15-18 jaar) komt echter nauwelijks voor.

Bronnen

  • Olson Kristina R., Durwood L., DeMeules M., et al. (2015): Mental Health of Transgender Children Who Are Supported in Their Identities. Pediatrics. 2016;137(3): e20153223 accessible at: http://tinyurl.com/jn844dx
  • Gülgöz S., Glazier J, Enright E. et al. (2019): Similarity in transgender and cisgender children’s gender development. Pnas. 2019;116(49).