Ouders

Hoe ouders op het cross-sekse gedrag en/of gevoel van het kind reageren, hangt van verschillende factoren af. In de eerste plaats blijkt er een verschil te zijn tussen jongens en meisjes. Het cross-sekse gedrag dat meisjes vertonen wordt vaak makkelijker getolereerd dan dat van jongetjes. Meisjes die zich wat stoerder voor doen, wilde spelletjes spelen, met andere jongens optrekken worden minder snel berispt. Men vindt dit eerder een uiting van zelfvertrouwen of karakter. Jongens die zich meisjesachtig voordoen worden hier sneller op aangesproken. Men vindt dit wat mietjesachtig, ongepast of een teken van zwakte. Hierin lijken ook verschillen te bestaan tussen vaders en moeders: vaders hebben het meestal wat moeilijker om het meisjesachtige gedrag van hun zoon te aanvaarden dan moeders.

Soms weten ouders niet goed hoe ze moeten reageren als hun kind gendervariant gedrag en/of –gevoelens vertoont. Ze weten niet of ze dit gedrag best gewoon laten zijn, of net moeten verbieden, en vanaf welk punt ze best een hulpverlener raadplegen.

Uit de praktijk is gebleken dat een verbod door de ouders op bijv. omkleden dit gedrag meestal wel openlijk doet verdwijnen, maar dat het verlangen meestal blijft. Vaak komt dat verlangen in de puberteit opnieuw sterk naar boven, wanneer men geconfronteerd wordt met een lichaam dat begint te evolueren in een richting die men absoluut niet wil.

De kinderen zelf kunnen sterk lijden onder hun situatie. Ze kunnen uiteraard ook door andere kinderen ernstig geplaagd of gepest worden met hun manier van doen/zijn. Ze kunnen zich uit bescherming hiertegen terugtrekken, waardoor ze in een sociaal isolement terecht komen, depressief gedrag gaan vertonen en hun schoolresultaten er beginnen onder te lijden. Gepest worden blijkt trouwens één van de grootste problemen te zijn waarmee kinderen zich geconfronteerd weten. Ook hier is er weer een duidelijk verschil tussen jongens en meisjes, meisjes worden duidelijk minder gepest dan jongens.

De omgeving kan afwijzend reageren en ouders met de vinger wijzen alsof ze het genderprobleem bij hun kind stimuleren door het kind toe te laten te zijn wie het is. Ook het feit dat men het eigen kind ziet lijden, doet pijn. Tevens komen er heel wat vragen naar boven zoals: zal mijn kind ooit wel gelukkig en gezond zijn? Zal het ooit wel een partner vinden? En wat met hun kinderwens?

Als ouder vraag je je af wat de kans is dat het uitdooft. Uit een nog niet gepubliceerde retro- en prospectieve studie van het kinderteam aan het UZ Gent blijkt dat 30% van de kinderen en jongeren die zich aanmelden uit het traject stappen. Er is tot op heden geen lange follow-up studie, dus men kan niet met zekerheid zeggen dat het helemaal uitdooft. De redenen van uitval zijn erg divers.

Als ouder wil je het beste voor je kind, en vooral: dat je kind gelukkig is. Hulp zoeken voor je kind, is zorgen voor je kind. Een hulpverlener zal je kind niet pushen, maar bijstaan en begeleiden, en samen met je kind en jou uitzoeken welke weg de beste is om te gaan. Belangrijk is dat je kind ten allen tijden vrij is om te voelen en te kiezen, ook al draait het anders uit dan de omgeving verwacht. Als je een hulpverlener zoekt, kan je terecht in het zorgaanbod.

Het kan ook zeer veel deugd doen voor ouders om een gesprek te kunnen hebben met andere ouders. Sinds 2012 is er in Vlaanderen een vereniging voor ouders en familie van transgenders opgericht: Berdache België. Zij komen driemaandelijks samen in Antwerpen, maar staan steeds open voor al je vragen. Meer info: 0475/633 368 (volwassen genderkind) of 0474/645 750 (jonger genderkind) of per mail: info@berdache.be.