(ex-)partners van travesties

Inleiding

Wanneer travesties met hun verhaal naar buiten treden heeft dit een invloed op de naaste omgeving. Meestal, en vaak pas na een aantal jaar, wordt enkel de partner op de hoogte gebracht.

Er is een duidelijk verschil tussen een travestie en een persoon die pscyhosociale en medische stappen zet in het kader van een transitie. Indien je partner (wat mannen betreft) aan travestie doet, heeft de partner de fundamentele behoefte om tenminste af en toe bepaalde vrouwenkledij te dragen. Belangrijk is dat de travestie zich in de eerste plaats nog steeds man (mannelijke genderidentiteit) voelt. Men brengt dus de innerlijk beleefde (sub)genderidentiteit tijdelijk naar buiten via kledij, taal, gedrag, houding etc. Naarmate de vrouwelijke subidentiteit sterker is, neemt de kans dat men openlijk voor travestie uitkomt aanzienlijk toe. Het aantal mannelijke travesties vanaf 20 jaar wordt in Nederland op 1 tot 5% van de bevolking geraamd (Vennix, 1999). Lees hier meer over travestie.

Houding van de (ex-)partner

Hoe de partner reageert is echter sterk afhankelijk van de manier en het tijdstip waarop men op de hoogte is gebracht. In het beste geval is de partner reeds op de hoogte voor de start van de relatie. Deze partners hebben doorgaans weining problemen met travestie (Vennix, 1999). Zij laten de partner volledig vrij en reageren ondersteunend. De helft van deze partners heeft later in de relatie ook geen problemen met het travestiegegeven, een derde accepteert het onder bepaalde voorwaarden en een vijfde wil er niet geconfronteerd mee worden of is er sterk tegen gekant.

Gelijkaardige reacties doen zich voor bij partners die bij het begin van de relatie worden ingelicht. Omwille van vroegtijdige openheid wordt een basisvertrouwen gecreëerd om hier constructief mee om te gaan. De kans op een negatieve reactie neemt toe naarmate men later in de relatie op de hoogte wordt gebracht (Bullough & Weinberg, 1988; Weinberg & Bullough, 1989; Vennix, 1999; Reynolds & Caron, 2000). Gevoelens van teleurstelling, schrik en boosheid kunnen hierbij de kop opsteken. Teleurstelling omdat men niet eerder op de hoogte werd gebracht. Angst voor een evolutie naar transseksualiteit. Kwaadheid omdat men in een machteloze positie worden geduwd. Men heeft niet gekozen voor een relatie met een travestie. Het vertrouwen kan aangetast zijn en men kan zich bedrogen voelen omdat men reeds langer samen is met een persoon die men blijkbaar niet helemaal kent.

In het slechtste geval ontdekt de partner de travestie, bv. door onverwacht vroeger naar huis te komen. Hierbij kan de partner zich ontregeld en teneergeslagen voelen. De partner blijkt niet alleen onbetrouwbaar, maar ook nog eens geen man te zijn. Er is geen basisvertrouwen meer voor een constructief gesprek. Nederlands onderzoek (Vennix, 1999) toont aan dat slechts één op drie partners de travestie nog kan accepteren onder strikte voorwaarden, de helft wil niets meer met travestie te maken krijgen of toont verzet. De kans op een echtscheiding is hier aanzienlijk. Een overhaaste beslissing tot echtscheiding is, kort na het ontdekken van travestie, nog vaak te emotioneel geladen. Een koppel kan  eerst uitzoeken of de travestie in de relatie kan geïntegreerd worden. Dit is afhankelijk van de wederzijdse bereidheid om er open over te spreken. Er kunnen jaren overgaan voordat travestie voor beiden een aanvaardbare plek binnen de relatie heeft gekregen.

Potentiële moeilijkheden

Uit onderzoek bij heteroseksuele koppels blijkt dat in het begin van de ontdekking heel wat negatieve gevoelens overheersen: men is bang dat andere mensen erachter zullen komen of men is angstig dat de partner homoseksueel is. Daarnaast is men bezorgd over (de impact op) de kinderen. Sommigen hebben het gevoel gefaald te hebben als partner en/of als vrouw. Na verloop van tijd rapporteren vrouwen minder angstgevoelens. Vooral de angst voor homoseksualiteit is afgenomen. Angst voor blootstelling en bezorgdheid voor de kinderen blijft wel aanwezig (Bullough & Weinberg, 1989). De voortdurende angst dat de kinderen het zullen ontdekken, kan tot stress en conflict in de relatie leiden. Travestie is pas problematisch voor kinderen indien het leidt tot hoge mate van ouderlijk conflict. Zorg dat de kinderen niet betrokken worden in het conflict omtrent het travestiegegeven. Zij hoeven hierin geen partij voor één van de twee ouders te kiezen. Wacht beter om de kinderen in te lichten tot de ouders min of meer op één lijn staan ten op zichte van travestie.

Vaak heersen bij de partners heel wat irrationele ideeën over hoe de travestiepartner er uit ziet. Daarom is het aangeraden, ook al is het geen evidente stap, om de travestiepartner in vrouwenkledij te ontmoeten. Omdat zij travestie associëren met showtravestie, hebben zij vaak onterecht, de meest vreemde beelden van hoe hun partner er in vrouwenkledij uit ziet. Meestal valt de confrontatie met de vrouwenkledij (veel) beter mee dan verwacht.  Er kan een compromis gesloten worden in kledij met vrouwelijke uitstraling, waar ook de partner zich comfortabel bij voelt.

Vaak is er in het koppel een verschil in snelheid wat betreft het aanvaarden van het travestiegegeven, zeker indien de partner pas na jaren op de hoogte werd gebracht. Belangrijk bij aanvaardig is dat partners willen begrijpen waarom hun partner zich wil omkleden. Voor de travestie is het vaak moeilijk om te verklaren waarom men die behoefte voelt. Dit kan bij de partner tot frustratie en onbegrip leiden.

Positieve aspecten

Door veel over travestie te spreken kan de relatieband sterker worden. Er wordt meer openheid gecreëerd om ook over andere (intieme) zaken te spreken, de communicatie verbetert en de relatie krijgt meer diepgang. Sommige geven aan dat hun partner sensitiever, gelukkiger, zachter en rustiger is in vrouwenkledij. Anderen vinden het positief dat de traditionele rolpatronen doorbroken worden.

Hulp voor partners en ex-partners

De travestie moet de partner voldoende ruimte geven en geduld hebben om dit gegeven te verwerken. Helaas zijn er voor (ex-)partners weinig lotgenoten waarmee men in contact kan komen. Vaak kunnen ze er met niemand over spreken, behalve met de partner. Het Partnerproject van het Transgender Infopunt besteedt sinds 2017 ook aandacht aan partners en ex-partners van travestieten. Er wordt tweejaarlijks een praatavond georganiseerd, afwisselend in Antwerpen of Gent, exclusief voor partners van travestieten. Deze partners zijn ook welkom op de reguliere praatavonden voor (ex)partners van transpersonen, maar voelen zich er vaak niet comfortabel bij. Ze zijn bang om overspoeld te worden door hun emoties en angst dat het bij hen ook zal evolueren naar een psychosociale en of medische transitie.

Onderzoek (Weinberg & Bullough, 1988) toont aan dat zelfhulpgroepen waardevol zouden kunnen zijn voor partners die het gevoel hebben de controle te verliezen op de situatie en voor partners – met laag zelfwaardegevoel – die de schuld van het crossdressen bij zichzelf leggen. Contact met lotgenoten kan partners doen inzien dat ze compromissen kunnen sluiten en op die manier een zekere vorm van controle kunnen behouden, bv. enkel crossdressing in het weekend, of enkel als de partner niet thuis is. Daarnaast kan de zelfwaarde terug versterkt worden in een groepsgesprek. Men kan leren begrijpen dat het travestiegegeven slechts één onderdeel is van de partners persoonlijkheid.

Bronnen

Bullough, V. & Weinberg, T. (1989). Women marrried to travestites: Problems and adjustments. Journal of Psychology & Human Sexuality, 1, pp. 83-104.

Reynolds, A. & Caron, S. (2000).  How intimate relationships are impacted when heterosexual men crossdress. Journal of Psychology and Human Sexuality, 12(3), pp.63-77.

Vennix, P. (1999). Travestie in heterorelaties. Tijdschrift voor Seksuologie, 23, pp.97-107.

Vennix, P. (2001). Tavestie, een serieuze noodzaak. Delft, Eburon.

Weinberg, T. & Bullough, V. (1988). Alienation, self-image, and the importance of support groups for the wives of transvestites. The Journal of Sex Research, 24(1), pp. 262-268.