counseling

Niet alle transgenders ervaren genderdysforie, zoals ook niet alle transgenders nood hebben aan een medische behandeling (hormoontherapie of chirurgie). Het is dus belangrijk het verschil te maken tussen transgender zijn en genderdysforie hebben: niet alle trans personen lijden noodzakelijk onder hun identiteit. Sommige transgenders lijden wel aan genderdysforie, en kunnen gebaat zijn met psychologische begeleiding. Deze begeleiding is erop gericht de genderdysforie en verschillende opties voor eventuele behandeling te exploreren om zo een genderrol en -expressie te vinden waar men zich comfortabel in voelt. Ook bereidt psychologische begeleiding voor op een volledig geïnformeerde beslissing met betrekking tot eventuele medische interventies, indien gewenst. Naaste familieleden kunnen ook betrokken worden bij deze begeleiding. De partner kan ondersteuning voor de eigen emoties nodig hebben, en ook als de cliënt kinderen heeft, is ondersteuning voor hen aan te raden. Kinderen van transgenders kunnen bv. terecht bij de kinderpsychologen van het kinderteam.

Belangrijk is dat het behandelplan van elke cliënt sterk geïndividualiseerd is. Het aantal therapeutische sessies en de duur van het transitieproces zullen dus van persoon tot persoon verschillen, alsook de stappen in het transitieproces die de persoon nodig vindt om de genderdysforie te verlichten. Beslissingen met betrekking tot de behandeling worden altijd door de cliënt gemaakt, in samenspraak met de verschillende behandelaars.

Het is in elk geval nodig dat voor de start van de hormonale therapie en voor de start van
chirurgie, gesprekken plaatsvinden. De hulpverlener dient immers een verwijsbrief op te stellen. Zonder verwijsbrief al een endocrinoloog of chirurg geen medische behandeling opstarten.

De zgn. “real life experience”

Vroeger was een ‘real life experience’, waarbij men zich in het dagelijkse leven gaat gedragen in de gewenste genderrol, vereist om te starten met hormonale therapie. Dit is echter vandaag niet meer het geval. De meeste transgender personen beginnen tijdens het opstarten van de hormonale therapie te leven in de gewenste genderrol, als ze dit al niet voordien reeds deden. Door hormoontherapie verandert immers ook het voorkomen: door oestrogenen krijgt een transvrouw bijvoorbeeld borstvorming, minder haargroei en een zachtere huid, wat het aanpassen aan de nieuwe genderrol makkelijker maakt. Er is ook geen minimaal aantal consulten bij de hulpverlener vereist om te mogen starten met hormoontherapie. Doch gemiddeld vinden zo’n een 5 consulten plaats over 6 tot 12 maanden voor het starten met hormonen.

Het verloop van de behandeling

De eerste therapeutische sessies concentreren zich op diepgaande gesprekken waarin de beleving van de genderidentiteitsbeleving wordt besproken. De hulpverlener zal tevens evalueren hoe de trans persoon omspringt met moeilijkheden en hoe het gesteld is met de draagkracht (en/of hoe deze versterkt kan worden). De bedoeling is te kunnen inschatten of de trans persoon de problemen, die gepaard kunnen gaan met een eventuele genderrolverandering, voorziet en zal aankunnen. Er gebeurt in die periode een evaluatie van de familiale ondersteuning en het sociale netwerk. Hierbij worden ook vaak de partner of andere familieleden betrokken. Indien gewenst stuurt de hulpverlener de cliënt daarna door naar de endocrinoloog voor de opstart van de hormoonbehandeling. De therapeutische sessies moeten ervoor zorgen dat de cliënt duidelijke en realistische verwachtingen heeft, een geïnformeerde beslissing kan maken en psychologisch klaar is voor het verdere verloop van de behandeling.

Wanneer men start met de hormoonbehandeling, heeft dit doorgaans veel invloed op een persoon. Voor trans personen betekenen deze hormonale veranderingen veel, men heeft er meestal lang naar uitgekeken en de emotionele reactie erop kan intens zijn. De taak van de hulpverlener is de cliënt in dit transitieproces zo goed mogelijk te begeleiden en ondersteunen. Verdere psychologische ondersteuning en opvolging tijdens het gehele transitieproces kan aangewezen zijn. De sociale, emotionele en fysieke veranderingen hebben immers effecten op gemoed, identiteit en lichaam en op de relaties met anderen. Door regelmatige gesprekken wordt de draagkracht van de cliënt geëvalueerd en waar nodig worden manieren gezocht om deze te versterken. Ook na eventuele chirurgische ingrepen kan begeleiding aangewezen zijn ter evaluatie van het welbevinden. Zeker als er (onverwachte) complicaties ontstaan, is het belangrijk om hierin steun te krijgen.

Kostprijs

De terugbetaling van psychotherapie en psychologische begeleiding is niet inbegrepen in de verplichte verzekering (die voor elk ziekenfonds hetzelfde is). Het gaat dus om de aanvullende ziekteverzekering, die verschilt per ziekenfonds. Dit wil ook zeggen dat mensen die aangesloten zijn bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering nooit recht hebben op terugbetaling voor ambulante psychologische begeleiding of psychotherapie. De verplichte ziekteverzekering voorziet wél terugbetaling voor consultaties bij psychiaters. Gesprekken met een psycholoog zijn hierdoor dus doorgaans duurder dan met een psychiater (Vlaamspatientenplatform.be).

Sommige ziekenhuizen hanteren een sociaal tarief. Dit wordt enkel toegekend na een maatschappelijk onderzoek door de sociale dienst en dient zesmaandelijks hernieuwd te worden. Het sociaal tarief bedraagt om en bij 15 à 20 euro per consultatie.

De terugbetaling voor ambulante consultaties bij een psycholoog of psychotherapeut via het ziekenfonds is hier en daar mogelijk. De terugbetaling verschilt echter van ziekenfonds tot ziekenfonds. Op de website van het Vlaams patiëntenplatform kan je een vergelijking terugvinden, en voor jouw ziekenfonds meer info raadplegen (de laatste update dateert van mei 2015).