fertiliteit

Gezien de langdurige hormonale behandeling en/of de chirurgische ingrepen zijn vele transgender personen de facto niet langer vruchtbaar. Toch zijn er opties voor transgender personen om op andere manieren kinderen te krijgen, zoals adoptie of fertiliteitsbehandelingen. Voor deze fertiliteitsbehandeling kunnen transgender personen, vooraleer zij een medische transitie aanvatten, indien gewenst ook eigen gameten (zaadcellen, eicellen) laten invriezen. Uit onderzoek blijkt dat een deel van de Vlaamse transgender populatie niet op de hoogte is van deze mogelijkheid tot invriezen van eigen gameten met het oog op het vervullen van een toekomstige kinderwens (8.6% van de trans vrouwen en 20.7% van de trans mannen) (Motmans et al., 2011).

Fertiliteitspreservatie bij transvrouwen

Bij transvrouwen kunnen voor de start van hormoontherapie zaadcellen worden ingevroren, die dan eventueel later kunnen gebruikt worden bij een fertiliteitsbehandeling. Een voorwaarde is dat er nog niet gestart mag zijn met de hormoonbehandeling, aangezien deze een negatieve invloed heeft op de vruchtbaarheid van transvrouwen. Er is geen minimumleeftijd voor het invriezen van zaadcellen, maar transmeisjes die reeds in de prille puberteit met puberteitsremmers gestart zijn, hebben niet de mogelijkheid om sperma in te vriezen. Hiervoor moet immers eerst de aanmaak van sperma zijn opgestart, en dus zou testosteron eerst zijn werk in de mannelijke geslachtsontwikkeling moeten kunnen doen. En net dat is iets dat transmeisjes meestal niet zien zitten. Een antwoord hierop is het invriezen van testiculair weefsel. Deze techniek is dus wenselijk voor prepuberale transmeisjes en vermijdt bovendien de noodzaak aan masturbatie. Veel transpersonen wensen niet te masturberen in hun biologisch lichaam. Het wegnemen van testiculair weefsel is echter een chirurgische ingreep en kan worden gecombineerd met genitale chirurgie (indien transvrouw 18 jaar is). In  de meeste gevallen gaat de voorkeur toch uit naar het invriezen van ejaculaat, omdat de ingevroren zaadcellen met absolute zekerheid kunnen gebruikt worden in een fertiliteitsbehandeling. Het gebruik van het ingevroren testiculair weefsel is op dit ogenblik zeer experimenteel bij transvrouwen en biedt dus helemaal geen zekerheid op gebruik bij een toekomstige vruchtbaarheidsbehandeling. Als een transvrouw dus met zekerheid eigen gameten wenst te gebruiken voor een toekomstige kinderwens, dan is de enige methode op dit ogenblik, het invriezen van een ejaculaat.

Fertiliteitsbehandeling

De mogelijkheid voor transvrouwen om zelf zwanger te zijn en een kind te baren is vandaag onbestaand. Wel kan, indien de partner vrouwelijk is, het ingevroren zaad van de transvrouw gebruikt worden voor inseminatie. Als de kwaliteit van het ingevroren sperma goed is kan de partner rechtstreeks geïnsemineerd worden, en anders kunnen technieken als in-vitrofertilisatie (IVF) of intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) gebruikt worden voor het bevruchten van de eicel. Hierdoor wordt een kind geboren dat met beide ouders biologische verwant is. Sinds januari 2015 kan de meemoeder (de transvrouw) het kind erkennen bij de burgerlijke stand (in geval van samenwonen), of ze wordt automatisch meemoeder indien ze gehuwd is met de moeder van het kind. Als de partner mannelijk is, zullen een eiceldonor en een draagmoeder nodig zijn. Een transvrouw en een transman die nog geen geslachtsaanpassende behandeling ondergingen kunnen in principe samen op natuurlijke wijze een kind verwekken.

Waar kan je hiervoor terecht?

Het is ons niet bekend hoe (on)toegankelijk infertiliteitsklinieken in België zijn wanneer één van beide ouders transgender is, en waar en onder welke voorwaarden deze koppels in aanmerking komen voor een fertiliteitsbehandeling. Het kan zijn dat sommige medische experts in fertiliteitsklinieken kritiek hebben op de ethische aspecten van de mogelijkheid tot het krijgen van kinderen na een geslachtsverandering, waarbij men enige terughoudendheid heeft omdat men niet weet wat de impact is van het hebben van een trans ouder op het welzijn van het kind (Wierckx et al., 2012). Tot op heden is er hier weinig onderzoek naar, maar de weinige bestaande studies vinden géén bewijs dat het hebben van een trans ouder een negatieve invloed zou hebben op de ontwikkeling van het kind.

Sinds 2003 staat het Ethisch Comité van het UZ Gent toe dat sperma van transvrouwen wordt bewaard en gebruikt. Koppels die zich in het UZ Gent aanmelden voor een fertiliteitsbehandeling, waarvan één van beide partners transgender is, worden op dezelfde manier behandeld als bijvoorbeeld lesbische koppels, alleenstaanden, draagmoeders, … met name via psychologische screening, multidisciplinaire beoordeling en, indien nodig, advies van het ethisch comité. Aanvragen worden normaliter besproken met het voltallige genderteam indien patiënten daar zijn gekend, en fertiliteitsbehandelingen worden in principe niet gedaan tijdens een transitieproces, maar wel ervoor of erna.

Bronnen

Motmans, J., Meier, P., & T’Sjoen, G. (2011). De levenskwaliteit van transgenders in Vlaanderen. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.