Voorbij hij/zij: het meten van genderidentiteit in onderzoek

04/06/2020

Heel wat onderzoekers, studenten, overheden en organisaties worden zich bewust van de diversiteit in genderbelevingen en genderidentiteiten die het ‘hij/zij’ denken ruim overstijgen. Toch blijft men in registraties en in kwantitatief onderzoek veelal steken op het louter bevragen van het geslacht m/v, waarbij hoogstens een derde hokje ‘anders’ of ‘transgender’ wordt toegevoegd. Niet alleen is dit wetenschappelijk incorrect, het leidt tot onjuiste resultaten en een ontkenning van de genderdiversiteit. Tevens bepaalt de manier van meten sterk de uitkomsten, waardoor schattingen van genderdiversiteit schommelen van 1.6% tot 6.7% in de bevolking.

Dus al zijn heel wat actoren en stakeholders het eens over de noodzaak om het hij/zij denken los te laten, de vraag rijst hoe dit dan best gebeurt op het vlak van genderdiversiteit. De Vlaamse Overheid, departement Kanselarij en Bestuur, vroeg daarom aan het Transgender Infopunt om een stand van zaken op te maken van de actuele inzichten, discussies en mogelijke pistes van aanpak die momenteel op de (internationale) tafel liggen. Vandaag wordt deze nota gelanceerd (zie link onderaan).

Joz Motmans (TIP): “Ambities om de maatschappelijke positie van transgender personen te verbeteren dienen gebaseerd te zijn op wetenschappelijke inzichten over de specifieke bijdrage van de ‘genderdiverse’ identiteit op het onderzochte thema. Hiervoor is meer nodig dan enkel transgender-specifiek onderzoek. In de data die overheden en andere instellingen verzamelen via algemeen bevolkingsonderzoek, bijvoorbeeld via gezondheidsenquêtes, arbeidsmarktonderzoek, enzovoort, moet er aandacht zijn voor de genderbeleving van de respondent. Op de punten waar de ervaringen / posities significant verschillen voor genderbeleving, en waarbij deze verschillen niet toe te wijzen zijn aan andere achtergrondfactoren zoals bijvoorbeeld opleidingsniveau, leeftijd, inkomen, enz., kan men vervolgens doelgroepgerichte vervolgstudies koppelen die deze verschillen in de diepte binnen de doelgroep verder verkennen en verklaren. De combinatie van beide sets van kennis (Waar verschillen cisgender met genderdiverse personen? Welke verklaringen kunnen er voor deze verschillen worden gevonden?) leidt o.i. tot een degelijk en wetenschappelijk gedragen (gelijke kansen)beleid.”

De adviesnota kwam tot stand op basis van desk research, eigen ervaringen met survey onderzoek, alsook overleg met en feedback van internationale wetenschappers. De nota dient als een basis voor verdere gesprekken tussen Statistiek Vlaanderen, andere beleidsactoren, belanghebbenden en internationale externe experten over de manier waarop dit in Vlaanderen (en elders) verder kan worden aangepakt. We hopen dat ze tevens een inspiratie kan vormen voor studenten, onderzoekers en organisaties die openstaan voor het meten van gender voorbij hij/zij.

Download hier de nota:

Motmans Joz, Burgwal Aisa & Dierckx Myrte (2020). Adviesnota Het meten van genderidentiteit in kwantitatief onderzoek (PDF). Gent: Transgender Infopunt, UZ Gent.

Meer info & contact: joz.motmans@uzgent.be