Duitsland maakt blanco geslacht mogelijk: hoera?

21/08/2013

Begin 2013 keurde Duitsland een wetsvoorstel goed dat het mogelijk maakt om bij baby’s zonder duidelijke geslachtskenmerken het vakje M of V leeg te laten bij de geboorteregistratie. Voordien moest men kiezen tussen het mannelijke of het vrouwelijke geslacht.

In België is de wetgeving ‘strenger’ en moet men een geslachtsvermelding opgeven bij de geboorteaangifte. Wanneer het geslacht onduidelijk is, heeft men een termijn van drie maanden i.p.v. de gebruikelijke 15 dagen. Dit zou medici en ouders bij kinderen met een variatie in sekse-kenmerken voldoende tijd moeten geven om op basis van de bestaande wetenschappelijke kennis een weloverwogen keuze te maken voor het mannelijke of vrouwelijke geslacht (en dus voor de sociale opvoeding en medische begeleiding). Aan het UZ Gent worden deze kinderen op het vlak van genderidentiteitsontwikkeling psychologisch opgevolgd, en tot op heden is er nog geen enkele volwassene die een andere genderidentificatie toont dan de keuze gemaakt bij de geboorte. In Duitsland heeft de wetgever voorzien dat de blanco geslachtsaanduiding door de persoon zelf op een later tijdstip kan veranderd worden in M of V.

Duitsland is het eerste EU-land dat dergelijk wetgeving stemde. Deze beslissing maakt het juridisch mogelijk dat niet elke persoon een duidelijk geboortegeslacht heeft. Het wetsvoorstel baseerde zich op een aanbeveling van het Duits Grondwettelijk Hof die stelde dat de wettelijke erkenning van het beleefde geslacht een grondrecht is. Ook Ignaas Devisch, professor medische filosofie en ethiek (UGent) en voorzitter van ‘De Maakbare Mens’ stelt in zijn opiniestuk “De diversiteit van het menselijke geslacht” (De Morgen, 21/08/13) dat het hier gaat over sociale rechtvaardigheid :”de diversiteit van het menselijke geslacht wordt wettelijk erkend en zo wordt mogelijke discriminatie van deze personen tegengegaan”. De teneur hierbij is: de biologie toont ons bij baby’s dat er meer is dan man of vrouw, dus laten we die dan ook eindelijk erkennen. Hij onderstreept tevens dat dit debat niet mag vermengd worden met een ethische discussie, zoals bv. deze over “het aanpassen van het geslacht van transseksuelen”. Dit laatste is een opmerkelijke gedachtesprong – is enkel het uiterlijk waarneembare dan een duidelijke uiting van de menselijke diversiteit? En mogen “transseksuelen” dan pas hopen op de erkenning van hun mensenrechten zodra de oorsprong van hun wezen ook kan worden vastgelegd in de biologie? En wat met interkses personen die pas veel later over hun variatie vernemen (niet alle variaties zijn bij de geboorte waarneembaar)?

De reacties uit de groeperingen voor intersekse personen zijn niet unaniem positief. Max Nisol van de vzw Genres Pluriels stelde gisteren in de De Morgen dat een derde hokje niet bepaald vooruitstrevend is en eerder het binaire m/v-verhaal bevestigt. En ook de wereldwijde organisatie voor intersekse personen Organisation Intersex International Europe plaatst zijn bedenkingen bij deze beslissing. Er zijn namelijk ook heel wat keerzijden aan dit verhaal: als het kind medisch gezien niet duidelijk mannelijk of vrouwelijk is, moet het als blanco geregistreerd worden (met alle mogelijke sociale connotaties die daaruit volgen). De druk op ouders om alvast een ingreep te laten uitvoeren om het geslacht wél duidelijk te maken, en hun kind dus als jongen of meisje te kunnen aangeven, wordt hierdoor vergroot. En het zijn net die (onnodige) operaties waartegen heel wat intersekse organisaties protesteren.

Ook internationaal is de tendens in intersekse organisaties om niet te ijveren voor een derde hokje waarin je ‘de andere’ plaatst, maar eerder de hokjes zelf af te schaffen. Men kan zich immers afvragen waar de geslachtsregistratie nog voor dient, nu mensen van gelijk geslacht kunnen trouwen en kinderen adopteren, en we mensen niet meer mogen discrimineren op grond van hun geboortegeslacht.