Cijfers

Het is onmogelijk om exact te zeggen hoeveel personen in onze maatschappij transgender of genderdivers zijn. Niet alleen omdat de groep zo divers is, en niet altijd duidelijk is wie geteld zou moeten worden, maar ook omdat niet alle transgender en genderdiverse personen sociale, medische en/of juridische stappen zetten waardoor ze geregistreerd/zichtbaar worden. Zij vormen in die zin dan ook een ‘verborgen’ groep in onze maatschappij. Je kan dit het beste vergelijken met het beeld van een ijsberg: de top steekt boven water uit en is zichtbaar (en in zekere zin meetbaar), maar de grote massa blijft verborgen.

Topje van de ijsberg: juridische cijfers

De groep trans personen die een juridische verandering van hun geslachtsregistratie aanvroegen, en dus zichtbaar zijn in statistieken, zijn met andere woorden het ‘topje van de ijsberg’.

Wanneer iemand juridisch de geslachtsregistratie laat aanpassen, wordt dit geregistreerd door het Belgisch Rijksregister (aangezien het rijksregisternummer aangeeft of iemand als man of vrouw is geregistreerd, betekent een verandering in geslachtsregistratie dat men een nieuw nummer ontvangt). Het nieuwe rijksregisternummer blijft wel gekoppeld aan het oude, omdat de juridische geslachtswijziging het ‘ex nunc’ principe hanteert: de verandering geldt niet met terugwerkende kracht, maar vanaf datum van inschrijving in de geboorteakte. Op die manier kan er jaarlijks een overzicht worden gemaakt van het aantal juridische geslachtswijzigingen. Deze cijfers gaan dus over die deelgroep die officieel een aanvraag indienden voor aanpassing van het geregistreerd geslacht in de geboorteakte.

Tot aan de wet van 2017 (“Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft”), betekende dit dat de aanvrager vergaande medische aanpassingen moest hebben ondergaan, om in aanmerking te komen voor een aanpassing van de registratie van het geslacht. Vanaf 2018 is dat niet meer het geval. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we vanaf dat jaar een grote stijging in de cijfers zien (Motmans & Cannoot, 2020).

 

Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) publiceert jaarlijks een overzicht van het aantal officiële geslachtswijzigingen. Uit de laatste publicatie (cijfers tot en met 2021) blijkt dat tussen januari1993 en december 2021, 3262 Belgen een aanpassing van de registratie van hun geslacht in de akten van de burgerlijke stand doorvoerden. Hiervan zijn er 57% met een oorspronkelijk mannelijke geboortegeslacht (n=1847) en 43% met een oorspronkelijk vrouwelijk geboortegeslacht (n=1415). Alle details voor het verschil naar toegewezen geboortegeslacht, leeftijd, burgerlijke staat en regio is terug te vinden in de publicatie van het IGVM (2021).

De ijsberg zelf: genderbeleving in de algemene bevolking

De ijsberg die voor een groot stuk onder water ligt, is volgens internationaal onderzoek veel groter dan wat er officieel in het Rijksregister zichtbaar wordt.

Een recente systematische review screende kwaliteitsvolle studies (gepubliceerd van 2009 tot en met 2019) die een degelijke methodologie gebruikten bij het beoordelen van het aandeel transgender en genderdiverse personen in de bevolking. De gevonden onderzoeken konden worden ingedeeld in twee brede categorieën: studies die data uit grote gezondheidsdatabases gebruikten; en studies die transgender en genderdiverse individuen identificeerden in bevolkingsonderzoeken. De auteurs stelden vast dat het exacte aandeel kan verschillen, afhankelijk van inclusiecriteria, leeftijd en geografische locatie, maar dat goed uitgevoerde onderzoeken met vergelijkbare design en opzet de neiging hebben om vergelijkbare resultaten te produceren (Zhang et al., 2020).

1) data uit gezondsheidsdatabases:

In studies met data uit grote gezondheidssysteem werden transgender en genderdiverse personen geïdentificeerd met behulp van relevante diagnostische codes of klinische notities. De proporties van personen met een relevante diagnose of ander geregistreerd bewijs varieerde tussen 17 en 33 per 100.000 ingeschrevenen.

2) data uit bevolkingsonderzoeken

In bevolkingsonderzoek werden transgender en genderdiverse personen gemeten op basis van zelfrapportage met ofwel een enge (binaire) ofwel een brede definitie. De op enquêtes gebaseerde schattingen zijn veel groter én consistent tussen studies die vergelijkbare definities gebruiken:

  • Wanneer in de enquêtes specifiek werd gevraagd naar ‘transgender’ identiteit, varieerden de schattingen van 0,3% tot 0,5% bij volwassenen, en van 1,2% tot 2,7% bij kinderen en adolescenten.
  • Als de definitie werd uitgebreid tot ook bredere manifestaties van ‘genderdiversiteit’, gingen de bijbehorende verhoudingen omhoog tot 0,5-4,5% bij volwassenen en 2,5-8,4% bij kinderen en adolescenten.

Ook in Vlaams onderzoek waarbij de genderidentiteit van de algemene bevolking, en dus niet alleen transgender personen, werd bevraagd, komen gelijkaardige bevindingen naar boven (Van Caenegem et al., 2015).

Ook stelden de auteurs vast dat de stijgende trend in de cijfers, overheen alle studies consistent was. Dat weerspiegelt zich tevens ook in cijfers afkomstig van gendercentra, waar een toenemende instroom van hulpvragers wordt vastgesteld.

Wat is de verhouding trans mannen, trans vrouwen en non-binaire personen?

De twee grootste steekproeven bij transgender respondenten wereldwijd, geven aan dat ongeveer één op drie van alle transgender personen zichzelf omschrijft als non-binair (gaande van 33% in de US (N = 6456, Grant et al., 2011) en 36% in de EU (N = 6579, European Union Agency for Fundamental Rights, 2014).

Ook in recent Belgisch onderzoek lag de verhouding op één vijfde non-binaire personen: 47,9% trans vrouw,  26,4% trans man, 21,9% genderqueer / non-binair / polygender / genderfluïde, en 3,7% travestie (Motmans, et al., 2017).

Wat is het aandeel jongeren in deze cijfers?

De trend naar een groter aandeel in jongere leeftijdsgroepen alsook de leeftijdsgebonden verschillen in geboortegeslachten vertegenwoordigen waarschijnlijk een “cohorteffect”,  ook wel “generatie-effect” genoemd, die wordt gedefinieerd als de variatie in de populatieparameter volgens het geboortejaar, dewelke vaak samenvalt met verschuivingen in de populatiekenmerken na verloop van tijd. De specifieke verschuivingen die dit fenomeen kunnen verklaren, moeten nog verder onderzocht, maar het is mogelijk dat het waargenomen cohorteffect (nl. meer jongeren, meer non-binaire personen in de groep met toegeschreven vrouwelijk geboortegeslacht) een weerspiegeling vormt van sociaal-politieke en medische vooruitgang, betere toegang tot medische zorg, minder uitgesproken cultureel stigma en andere veranderingen in sociale normen met een verschillende impact over generaties (Zhang et al., 2020).

Kortom: de groep trans personen is véél groter dan zij die hun lichaam willen laten aanpassen en/of juridisch hun naam of de geslachtsregistratie laten veranderen. Trans personen verengen tot wat zij wel/niet doen met hun lichaam, of tot hun wens naar juridische registratie, is dus een te enge invulling van deze groep.

Laatste update: 24 januari 2022.

Bronnen

  • De Cuypere, G., Van Hemelrijck, M., Michel, A., Carael, B., Heylens, G., Rubens, R.,  Hoebeke, P., & Monstrey, S. (2007). Prevalence and demography of transsexualism in Belgium. European Psychiatry, 22(3), 137-141.
  • European Union Agency for Fundamental Rights. (2014). Being trans in the European Union. Comparative analysis of EU LGBT survey data. Retrieved from Luxembourgh: FRA.
  • Motmans, J., & Cannoot, P. (2020). Deel I. Sociologische en mensenrechtelijke context van de wet van 25 juni 2017. In J. Motmans & G. Verschelden (Eds.), De rechtspositie van transgenderpersonen in België. Een multidisciplinaire analyse na de wetten van 25 juni 2017 en 18 juni 2018 (Vol. 20, pp. 2-33). Intersentia.
  • Motmans, J., Wyverkens, E., & Defreyne, J. (2017). Leven als transgender persoon in België. Tien jaar later. Brussel: Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
  • Grant, J. M., Mottet, L. A., Tanis, J., Harrison, J., Herman, J. L., & Keisling, M. (2011). Injustice at every turn. A Report of the National Transgender Discrimination Survey. Washington: National Gay and Lesbian Task Force and the National Center for Transgender Equality.
  • Van Caenegem, E., Wierckx, K., Elaut, E., Buysse, A., Dewaele, A., Van Nieuwerburgh, F., De Cuypere, G. & T’Sjoen, G. (2015). Prevalence of Gender Nonconformity in Flanders, Belgium. Archives of Sexual Behavior, 44(5), 1281-1287.
  • Van Hove, H. (2020). Cijferoverzicht Transgender personen in België. Brussel: Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
  • Zhang, Q., Goodman, M., Adams, N., Corneil, T., Hashemi, L., Kreukels, B., Motmans, J., Snyder, R., & Coleman, E. (2020). Epidemiological considerations in transgender health: A systematic review with focus on higher quality data. International Journal of Transgender Health, 21(2), 125-137.