Cijfers

Het is onmogelijk om exact te zeggen hoeveel personen in onze maatschappij transgender zijn. Niet alleen omdat de groep zo divers is, en niet altijd duidelijk is wie geteld zou moeten worden, maar ook omdat niet alle trans personen medische en/of juridische stappen zetten waardoor ze geregistreerd worden. Trans personen zijn in die zin dan ook een ‘verborgen’ groep in onze maatschappij. Je kan dit het beste vergelijken met het beeld van een ijsberg (zie ook figuur hiernaast): de top steekt boven water uit en is zichtbaar (en in zekere zin meetbaar), maar de grote massa blijft verborgen.

De groep trans personen die een juridische verandering van hun geslachtsregistratie aanvroegen, en dus zichtbaar zijn in statistieken, zijn met andere woorden het ‘topje van de ijsberg’. De ijsberg die er onder ligt, is volgens Nederlands en Vlaams onderzoek wel erg groot (Van Caenegem et al., 2015). Deze onderzoeken bevroegen de genderidentiteit van de algemene bevolking, en dus niet alleen trans personen. Uit deze onderzoeken blijkt dat 0.7% in de groep met een mannelijk (toegewezen) geboortegeslacht en 0.6% in de groep met een vrouwelijk (toegewezen) geboortegeslacht zich psychisch méér het andere dan het eigen geboortegeslacht voelen (zij hebben dus een incongruente genderidentiteit). Toegepast op de Belgische bevolkingsgegevens van volwassen in 2015 komen we dan al snel uit op een groep van om en bij de 30.000 Belgen. Dat is een grotere groep dan de aantallen die instromen in de zorgsector en de aantallen die officieel een wijziging van geslachtsregistratie aanvroegen én toegekend kregen. dit telt dan wel enkel de personen die zich duidelijk het zogenaamde “andere” geslacht/gender voelen , en laat de groep non-binaire personen buiten beschouwing.

Het is belangrijk om op te merken dat niet alle gendervariante personen onvrede voelen met het eigen lichaam, of een wens hebben tot medische of/en juridische geslachtsaanpassing (Kuyper, 2012). Sommigen wensen bijvoorbeeld enkel een sociale transitie te doorlopen of voelen zich noch man noch vrouw, beide of geen van beide. Uit hetzelfde representatieve onderzoek van Van Caenegem et al. (2015) blijkt dat deze groep oploopt tot 2.2% in de groep met een mannelijk (toegewezen) geboortegeslacht en 1.9% in de groep met een vrouwelijk (toegewezen) geboortegeslacht.

De twee grootste steekproeven bij transgender respondenten geven bovendien aan dat ongeveer één op drie van alle transgender personen zichzelf omschrijft als non-binair (gaande van 33% in de US (N = 6456, Grant et al., 2011) en 36% in de EU (N = 6579, European Union Agency for Fundamental Rights, 2014). Zij hebben momenteel geen optie om hun gender te registreren.

Kortom: de groep trans personen is véél groter dan zij die hun lichaam willen laten aanpassen en/of juridisch hun naam of de geslachtsregistratie laten veranderen. Trans personen verengen tot wat zij wel/niet doen met hun lichaam, of tot hun wens naar medische behandeling, is dus een te enge invulling van deze groep.

Cijfers behandelaars

Heel wat van de bestaande studies die wel prevalentiecijfers geven, beperken zich tot die groep trans personen die medische hulp zochten én vonden, en gaan dus over een selecte groep. Cijfers van behandelaars zijn dus gebaseerd op die deelgroep van de totale transgender groep die een medisch traject doorliepen (vaak tot en met de genitale operatie). Deze cijfers gaan dus voornamelijk over ‘post-operatieve’ personen. Recente cijfers dateren van 2007 en melden een prevalentie van man-naar-vrouw transitie van 1 op 12.900, en een omgekeerde prevalentie van 1 per 33.800 (De Cuypere et al., 2007). Deze cijfers verschillen sterk per regio.

In een nog meer recente publicatie berekenden De Cuypere & Olyslager (2009) hoe groot het deel is van de bevolking in Vlaanderen dat in hun leven te maken krijgt met een gendervraagstuk. Deze cijfers liggen een stuk hoger: 1 per 2.000 à 1.000 voor trans vrouwen en 1 per 4.000 à 2.000 voor trans mannen. Deze aantallen zijn ook meer in lijn met de instroom in transgenderzorgcentra.

Intussen houdt het UZ Gent ook cijfers bij van de instroom van personen met gendervragen. Hieruit blijkt een enorme toename in de instroom sinds 2005, met als resultaat lange wachttijden voor de opstart van zorg. In totaal werden sinds de opstart van het genderteam reeds ruim 3500 kinderen en volwassen met gendervragen verder geholpen. Dat resulteert echter niet altijd in hormonen of operaties, omdat niet iedereen dat nodig heeft. Iedereen met gendervragen kan wel rekenen op psychologisch ondersteuning voor zichzelf, partner, kinderen of ouders.

Cijfers uit het rijksregister

Wanneer iemand juridisch de geslachtsregistratie laat aanpassen, wordt dit geregistreerd door het Rijksregister (aangezien het rijksregisternummer aangeeft of iemand man of vrouw is, betekent een verandering in geslachtsregistratie dat men een nieuw nummer ontvangt). Het nieuwe rijksregisternummer blijft gekoppeld aan het oude, omdat de juridische geslachtswijziging het ‘ex nunc’ principe hanteert: de verandering geldt niet met terugwerkende kracht, maar vanaf datum van inschrijving in de geboorteakte. Op die manier kan er jaarlijks een overzicht worden gemaakt van het aantal juridische geslachtswijzigingen. Deze cijfers gaan dus over die deelgroep die officieel een aanvraag indienden voor aanpassing van het geregistreerd geslacht in de geboorteakte.

Tot aan de wet van 2017 (“Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft”), betekende dit dat de aanvrager vergaande medische aanpassingen moest hebben ondergaan, om in aanmerking te komen voor een aanpassing van de registratie van het geslacht. Vanaf 2018 is dat niet meer het geval.

Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) publiceert jaarlijks een overzicht van het aantal officiële geslachtswijzigingen. Tussen januari 1993 en 31 december 2020 lieten 2734 Belgen een aanpassing van de registratie van hun geslacht in de akten van de burgerlijke stand doorvoeren. Alle details voor het verschil naar toegewezen geboortegeslacht, leeftijd, burgerlijke staat en regio is terug te vinden in de publicatie van het IGVM (2020). Je kan de publicatie hier downloaden.

Cijfers travestie

Over travesties zijn enkel cijfers uit een Nederlands onderzoek van Vennix (1997) bekend. Hierin werd het aantal mannelijke travesties vanaf de leeftijd van twintig jaar geschat op 1 tot 5% van de bevolking. De meeste van hen zijn heteroseksueel gericht, velen hebben een relatie en/of kinderen. Vaak begint het dragen van meisjeskledij reeds van jongsaf aan, in andere gevallen pas op latere leeftijd. (Er is geen onderzoek naar travestie bij vrouwen). Deze gegevens zullen vergelijkbaar zijn voor België, omdat Nederland en België op verschillende vlakken vergelijkbaar zijn: economisch, sociaal, cultureel en demografisch.

Bronnen