Schrijftips

Correct schrijven over het thema ‘transgender’ is niet eenvoudig, gezien de enorme verschillen binnen deze groep van gendervariante personen. Taal is tezelfdertijd enorm belangrijk, want als een stereotiep of lasterlijk beeld van een transgender persoon in de media verschijnt, kan de kijker/lezer veronderstellen dat alle transgender personen zo zijn. Meestal hebben ze weinig andere voorbeelden om mee te vergelijken. Correct taalgebruik is de eerste stap om een respectvol verhaal te brengen.

We geven hier graag enkele vuistregels mee:

  • Gebruik transgender als adjectief bij een persoon, dus zoals in ‘transgender persoon’. Deze persoon is veel meer dan enkel transgender, dus het adjectief hoef je enkel te gebruiken indien dat relevant is voor de berichtgeving. Gewoon man of vrouw gebruiken is prima als het verhaal verder geen baat heeft aan het weten dat deze persoon transgender is, of een transgender achtergrond heeft. Bij zaken kan je wal (zoals grammaticaal correct) transgender vast aan het substantief zetten zoals in transgenderthema, transgenderzorg, ..
  • Vermijd woorden als ‘verkleden’ en ‘ombouwen’. Bij verkleden denken we aan carnaval, bij ombouwen aan het tunen van een wagen. Alternatieven zijn ‘omkleden’ en ‘een transitie ondergaan’.
  • Met genderidentiteit bedoelen we het identiteitsgevoel. Dat kan mannelijk zijn, vrouwelijk of anders. Verwar genderidentiteit niet met seks. Transgender personen worstelen met de beleving van hun genderidentiteit, niet met hun seksualiteit. Verwar het ook niet met geslacht, want daarmee wordt de biologische sekse bedoeld.
  • Iemand zonder expliciete toestemming aan het publiek voorstellen als transgender is totaal onaanvaardbaar.
  • Niet elke man die vrouwenkleren draagt of elke vrouw die zich in mannenkleren kleedt, is een travestiet. Wees voorzichtig met het toeschrijven van beweegredenen waarom mensen iets doen. Het is vaak ook niet zo eenduidig of makkelijk te verklaren.
  • Wanneer je een transgender persoon interviewt, vraag dan hoe hij/zij/die wenst aangesproken te worden en met welke voornaam. Verwijs niet automatisch naar de geboortenaam en het eerdere geslacht. Respecteer daarin de voorkeur van de geïnterviewde.
  • De persoon over wie je rapporteert, heeft een specifiek levensverhaal. Dit verhaal is hoogst persoonlijk en niet representatief en je hoeft dat dan ook niet zo voor te stellen.
  • Transgender personen willen soms hun verhaal doen in de veronderstelling dat ze zo anderen kunnen helpen. Tegelijkertijd willen ze zelf liefst opgaan in de massa en niet blijvend herkend worden als “die transgender”. Gefilmd of gefotografeerd worden zou hen lang kunnen achtervolgen, dus aanvaard dat niet iedereen dat wil.
  • De technische (medische) aspecten van de transitie zijn interessant, maar vertellen allerminst het volledige verhaal. Een transitie is ook (en vooral) een sociale wissel. Belicht bijvoorbeeld ook hoe dit door de persoon zelf en de omgeving wordt verwerkt.
  • Tracht vooral de mens achter het verhaal te zien en ook te tonen. Alleen zo kan je het verhaal weergeven van een persoon die zich gewoon goed in zijn/haar/hun vel wil voelen.

Zie voor meer details in de brochures en linken hiernaast.