Schrijftips

Het belang van genderinclusief scrhijven

Correct schrijven over het thema ‘transgender’ is niet eenvoudig, gezien de enorme verschillen binnen deze diverse groep. Door genderinclusieve taal te gebruiken, worden individuen sterker en worden belangrijke kwesties zichtbaar.

Genderinclusieve taal is tezelfdertijd enorm belangrijk, want als een stereotiep of lasterlijk beeld van een transgender persoon in de media verschijnt, kan de kijker/lezer veronderstellen dat alle transgender personen zo zijn. Meestal hebben mensen weinig andere voorbeelden om mee te vergelijken. Correct en respectvol taalgebruik is aldus een eerste stap om een emanciperend verhaal te brengen.

Video: Inke Gieghase (die/hun) over genderinclusief taalgebruik

Gebruik ’transgender’ of ’trans’ als adjectief

Gebruik ‘transgender’ of ‘trans’ als een adjectief of bijvoeglijk naamwoord, niet als een zelfstandig naamwoord. De persoon is immers veel meer dan enkel en alleen trans. Het aan elkaar schrijven reduceert de persoon te eng tot het trans gegeven. Het adjectief hoef je trouwens enkel te gebruiken indien dat relevant is voor de berichtgeving. Man of vrouw gebruiken is verder ook prima als het verhaal geen baat heeft aan het weten dat deze persoon een transgender persoon is, of een transgender achtergrond heeft. Bovendien is iemand zonder expliciete toestemming voorstellen aan het publiek als transgender totaal onaanvaardbaar, wat kan leiden tot een ongewenste outing.

Bij zaken zoals ’thema’, ‘zorg’, enz. kan je transgender wel vast aan het substantief schrijven. Bijvoorbeeld: het transgenderthema, transgenderzorg, enz.

Vermijd denigrerend taalgebruik

Vermijd woorden als ‘ombouwen’, ‘verkleden’. Bij ‘ombouwen’ denken we al snel aan een bouwpakket, een object. Transgender personen zijn geen objecten. Als alternatief kan je ‘een fysieke transitie’ of ‘een genderbevestigende ingreep’ gebruiken, afhankelijk van wat je precies bedoelt. Er zijn verschillende stappen in een gendertransitie mogelijk (zowel sociaal, administratief als medisch), alsook verschillende genderbevestigende ingrepen die transgender personen kunnen ondergaan. Meer gedetailleerde informatie over alle mogelijke stappen in een (medische) transitieproces lees je in de zorgbrochure (PDF).Bovendien is het belangrijk om te beseffen dat niet elk transgender persoon nood heeft aan een medische stap of genderbevestigende ingreep. De technische (medische) aspecten van een transitie zijn interessant, maar vertellen allerminst het volledige verhaal. Een transitie is ook (en vooral) een sociale verandering. Belicht bijvoorbeeld ook hoe de persoon zelf en diens omgeving hiermee is omgegaan.

Gebruik de juiste termen

In berichtgeving is het uiterst belangrijk de juiste termen te gebruiken, deze te verhelderen en verwarring te vermijden. Hiervoor kan je gebruikmaken van onze terminologielijst. We merken soms verwarring over het concept ‘genderidentiteit’. Hiermee bedoelen we de innerlijke beleving van zich man, vrouw of (noch) beiden te voelen. Genderidentiteit kan dus mannelijk, vrouwelijk of niet-binair zijn. Verwar genderidentiteit dus niet met seks of seksualiteit. Transgender personen worstelen (tijdelijk) met hun beleving van hun genderidentiteit, niet met hun seksuele oriëntatie. Verwar genderidentiteit ook niet met geslacht of sekse, daarmee worden de biologische geslachtskenmerken bedoeld.

Gebruik de juiste voornaamwoorden

Wanneer je een transgender persoon interviewt of diens verhaal neerschrijft, is het belangrijk om in alle mondelinge en schriftelijke communicatie de correcte naam en voornaamwoorden te gebruiken. Nog al te vaak worden transgender personen geconfronteerd met misgendering en deadnaming, zowel in gedrukte vorm als online of op de televisie/radio. In de media kan het voornamelijk gebeuren bij mensen die hun transitieproces in het openbaar hebben aangekondigd, maar het gebeurt ook in andere alledaagse interacties en praktijken.

  • Misgenderen is het (on)opzettelijk verwijzen naar of aanspreken van een transgender persoon met een voornaamwoord (hij/zij/die/hem/haar/hen) of aanspreekvorm (meneer, mevrouw, gast, juffrouw, …) die niet overeenstemt met de genderidentiteit van de persoon. Bijvoorbeeld, verwijzen naar een trans vrouw als “hij” of haar een “man” noemen, is misgendering.
  • Deadnamen is het (on)opzettelijk verwijzen naar of aanspreken van een transgender persoon met de oude geboortenaam, of de naam die de persoon gebruikte alvorens die naam bewust veranderd werd in een nieuwe naam.

Tips om misgendering / deadnaming te vermijden:

  • Stel jezelf voor en benoem hierbij met welke voornaamwoorden jij graag wordt aangesproken;
  • Vraag aan de persoon om zichzelf voor te stellen en hoe de persoon wil aangesproken worden: hij/hem, zij/haar, die/hun of een andere combinatie. De optie ‘die/hen’ is een relatief nieuwe inclusieve optie voor personen die niet wensen aangesproken te worden met typisch mannelijke of vrouwelijke termen.
  • Vraag aan een trans persoon nooit om de deadname te onthullen. Deze vraag komt voort uit een ongepaste nieuwsgierigheid en maakt niemand wijzer of gelukkiger. Het is namelijk een ‘dode naam’. Houd je vast aan de nieuwe voornaam en gebruik deze ook wanneer de persoon zelf niet aanwezig is.
  • Weet dat het oké is om je te misspreken. We maken immers allemaal (taal)fouten. Het beste wat je kan doen als je de verkeerde voornaam(woorden) gebruikt, is dit corrigeren, uit respect je (kort, zeker niet uitgebreid) verontschuldigen en daarna het gesprek verderzetten.

Video: Hoe zit dat nu eigenlijk met die zij/haar/hij/hem/hen/hun?

Meer informatie