Juridische erkenning zonder kliniek is nodig

07/11/2014

De huidige Belgische regering belooft in haar regeerakkoord dat ze de Wet betreffende de transseksualiteit (2007) “zal aanpassen in het licht van internationale mensenrechtenverplichtingen”. Wie officieel van voornaam wil veranderen in het kader van transseksualiteit, moet een attest van een psychiater en een endocrinoloog kunnen voorleggen. Wie het geslacht in de geboorteakte wil laten veranderen dient tevens een psychiatrisch attest te kunnen voorleggen, en dient chirurgisch aangepast te zijn zover medisch mogelijk is, resulterend in de onmogelijkheid om nog volgens het oorspronkelijke biologische geslacht kinderen te kunnen baren of verwekken. Deze medische eisen worden door mensenrechtenactivisten aangevochten.De overheid belooft er nu dus wel degelijk werk van te gaan maken. Ook de vorige regering nam de evaluatie van de transwet al op in haar programma, maar verder dan (veel) werk achter de schermen is men daar niet geraakt.

Het Transgender Infopunt, Guy T’Sjoen, coördinator van het Centrum voor Seksuologie en Genderproblematiek, en Petra De Sutter, hoogleraar en senator, publiceerden een opiniestuk waarin ze de overheid aanmoedigen om nu echt wel werk te maken van dit dossier: “Een juridische aanpassing van het geregistreerde geslacht moet mogelijk worden op basis van zelfverklaring waarbij geen psychiatrische diagnose, geen medische ingrepen, geen verplichting tot sterilisatie, noch enig ander document moet of mag worden opgevraagd.”

Een goede juridische regeling dient echter aangevuld te worden met een verbetering van de toegang tot transgender zorg. Het structureel erkenning van het Transgender Infopunt bijvoorbeeld, en het wegwerken van de lange wachtlijsten in de gezondheidszorg zijn daarbij prioritair. Het aantal transgenders dat zich aanmeldt voor medische begeleiding, stijgt de laatste jaren fenomenaal, zo tonen cijfers van het Gentse genderteam. “In vier jaar tijd gaat het om meer dan een verdubbeling. Bij volwassenen van 54 naar 122, bij minderjarigen van 18 naar 45 meldingen (…). Behalve in een goede juridische regeling moet de overheid dus ook investeren in toegankelijke gezondheidszorg.” (De Morgen, 7/11/2014).