non-binair

Een non-binair persoon is iemand die zich niet thuis voelt in de binaire gendercategorieën man of vrouw en zich beter voelt bij een andere, niet-binaire, genderidentiteit. Dit uit zich soms in de genderexpressie, door mannelijke en vrouwelijke kenmerken te combineren of net te verwerpen. Genderidentiteit en genderexpressie zijn echter niet per definitie met mekaar verbonden. Je kan iemands genderidentiteit met andere woorden niet altijd aflezen van hun genderexpressie.

Non-binair is een paraplubegrip. Er zijn verschillende termen voor genderidentiteiten die zich buiten het binair gendermodel stellen; “genderqueer”, “gender non-conform”, “agender”, “genderfluïde”, “bigender”,… Deze genderidentiteiten hebben met mekaar gemeen dat ze zich buiten de binaire gendernorm bevinden, maar ze verschillen soms subtiel onderling van mekaar.

Aanspreekvormen

Onze Nederlandse taal kent enkel de mannelijke of vrouwelijke aanspreekvorm. De laatste tijd trachten activisten in het Nederlandse taalgebied de termen voor non-binaire personen ingang te doen vinden. De huidige binaire voornaamwoorden hij/zij, hem/haar, zijn/haar krijgen respectievelijk gezelschap van die, hen en hun.

Afbeelding: are you a boy or a girl? No.

Hoe vaak komt gender non-binariteit voor?

Over de prevalentie van gender non-binaire personen is weinig geweten. Sinds de toenemende aandacht voor deze positie op het genderspectrum, kunnen velen die vroeger het gevoel hadden te moeten kiezen tussen of man of vrouw zijn, zich nu beter thuis voelen in deze categorie. Iemand die vroeger als travestiet werd aanzien, maar het verlangen had naar een gedeeltelijke geslachtsaanpassing kwam vroeger niet in aanmerking voor medische behandeling. Wie de knoop dan toch maar in de richting van medische behandeling doorhakte, diende dan ook ‘all the way’ te gaan. Hierdoor zijn een aantal gender non-binaire personen vroeger ten onrechte als trans man of trans vrouw bestempeld.

Recent is de wetenschappelijke en klinische aandacht voor de groep sterk toegenomen. Hierdoor is er meer informatie over hoeveel personen in de transgender wereld zich als non-binair identificeren. De twee grootste steekproeven ooit afgenomen bij transgender respondenten geven aan dat ongeveer één op drie van alle transgender personen zichzelf omschrijft als non-binair – gaande van 33% in de US (N = 6456, Grant et al., 2011) en 36% in de EU (N = 6579, European Union Agency for Fundamental Rights, 2014). In de recentste Belgische studie (Motmans, et al., 2018) identificeerde 22% zich als non-binair of genderqueer. 

De leefsituatie van gender non-binaire personen

Het ontbreekt gender non-binaire personen vaak aan rolmodellen, voorbeelden waarmee zij zich kunnen identificeren. Hierdoor is het moeilijk om in zichzelf te blijven geloven en vast te houden aan een keuze voorbij man of vrouw zijn. Zich aanvaard en gewaardeerd weten door de omgeving is voor elk van ons van groot belang. Het is de smeerolie van onze motor. Onderzoek naar tevredenheid van de genderbevestigende behandeling bij trans personen heeft bijvoorbeeld reeds meerdere malen uitgewezen dat steun van de omgeving van cruciaal belang is. Dit geldt evenzeer, zo niet nog meer, voor gender non-binaire personen. In onze cultuur wordt immers nog vooral gedacht in termen van man OF vrouw, een specifieke tweedeling. Dit kan gender non-binaire personen het gevoel geven dat zij zich niet erkend weten in hun identiteit tussen man en vrouw in, dat zij zich blijvend in het hokje man of vrouw geduwd voelen.

Zorgnoden?

Dat non-binaire personen geen zorg zouden willen, is een misvatting. De wens tot (gedeeltelijke) lichaamsveranderingen kan net zo goed bij non-binaire personen aanwezig zijn als bij ‘binaire’ trans personen. Echter, zij kunnen heel specifieke obstakels ervaren die hun toegang tot zorgcentra bemoeilijkt. Zij zijn vaak onbekend bij of onbegrepen door hulpverleners, wat kan leiden tot een weigering in het verstrekken van transzorg (Eyssel, Koehler, Dekker, Sehner, & Nieder, 2017; Smiley, et al., 2017). Het is als hulpverlener dan ook erg belangrijk om hier bewust mee om te gaan en non-binaire personen op maat te benaderen.

Het uiteindelijke doel van gelijk welke transitie dient er op neer te komen dat men vooral zichzelf kan zijn. Of dat nu mannelijk, vrouwelijk, iets daar tussenin is of beide, is dan in principe van ondergeschikt belang. Zolang men maar het gevoel heeft dat alles klopt, men zich lekker in zijn/haar/hun vel voelt en zich ook gewaardeerd weet door de ander. Met andere woorden het cruciale gegeven is dat genderklachten of de genderdysforie verdwijnen en dat je je eigen comfortzone hebt gevonden.

Genderqueer is niet nieuw

De “Sex Orientation Scale van Benjamin” (1966) hanteerde vroeger enkel de begrippen travestie en transseksualiteit. Van transgender of genderqueer personen was toen nog geen sprake. Geboren mannen die aan travestie doen zouden volgens Benjamin een mannelijke identiteit hebben, terwijl geboren mannen die zich transseksueel voelen een vrouwelijke identiteit zouden hebben. Het kan echter ook volgens zijn schaal dat men zich zowel man als vrouw voelt, maar ook man nóch vrouw. Men kan zich zelfs soms man, soms vrouw voelen. “Men past dan niet in de hokjes travestie en transseksualiteit en heeft het gevoel daar ergens tussenin te zitten” (Vennix, 2000). Op de schaal van Benjamin zouden we de term genderqueer dus kunnen situeren in de vierde en de vijfde categorie (transseksueel niet-operatief en echte transseksueel verregaand).

De termen die Benjamin hanteerde worden niet meer gebruikt. Meer en meer personen die zich als transgender identificeren, leggen het juk af van hoe een transitie er uit zou moeten zien en zoeken hun eigen hoogst persoonlijke weg. Soms ondergaat een genderqueer of non-binair persoon lichamelijke aanpassingen om lichaam en genderidentiteit in overeenstemming te brengen, maar dat hoeft niet. Ook met kledij, haartooi en andere uiterlijke kenmerken kan je uiting geven aan je genderexpressie.

Bronnen