Ouderen 65+

Transgender is van alle tijden en culturen, maar trans personen waren vroeger veel minder zichtbaar. Er werd vaak geen onderscheid gemaakt tussen travestie en transgender en het concept transgender zoals we het nu kennen, bestond toen nog niet. Ook religiositeit speelde mogelijks een belangrijke rol in het relatief trage emancipatieproces van trans personen. Transgender zijn bracht het binaire denken en het heteronormatief ideaal in het gedrang en werd door velen destijds als een zonde of iets tegennatuurlijk gezien. Het is pas na de Stonewall rellen in 1969 dat trans en gendervariante personen echt hun stem lieten horen. Meer over de trans geschiedenis vind je hier.

Trans ouderen dragen die maatschappelijke evolutie met zich mee; men komt uit een tijd waar je niet zomaar openlijk transgender kon zijn bij iedereen. Sommigen onder hen lijden aan geïnternaliseerde transfobie en vinden het moeilijk om zichzelf te aanvaarden vanwege het stigma op transgender. Trans ouderen denken vaak dat ze nu geen sociale, medische of juridische stappen richting een transitie meer kunnen zetten vanwege hun leeftijd. Dat zien we weerspiegeld in de cijfers. Zo hebben slechts 38 ouderen (hier 65+) tussen 1993 en 2019 hun geslachtsregistratie officieel laten aanpassen (rijksregister, 2019).

Het aandeel van ouderen in de transgenderzorg is ook altijd beperkt geweest. Dit betekent niet dat in deze leeftijdsgroep minder personen trans zouden zijn, wel dat zij in hun jeugd en volwassen leven hoogstwaarschijnlijk weinig tot geen informatie vonden en dat er destijds ook weinig zorg voorhanden was. In de media of dichte omgeving waren weinig tot geen rolmodellen te bespeuren. Het is dus niet ongewoon dat oudere trans personen zich nu nog aanmelden. Ze belanden soms in een “identiteitscrisis” door de levensfase waarin ze zitten en waarbij eventuele kinderen uit huis zijn, het sociaal netwerk dat verandert door pensionering en het heengaan van familie en vrienden. De herinnering aan een leven ‘geleefd voor anderen’ kan een gevoel van bevreemding met zich meebrengen en de identiteitsvragen opnieuw op de voorgrond plaatsen.

Om naar de zorg te stappen moeten zij tal van barrières overwinnen, die niet alleen te maken hebben met stigma, angst en schaamte, maar ook met een gebrek aan zorgverleners met kennis van zaken. In het algemeen blijven de behandelingsopties voor oudere (gezonde) trans personen dezelfde. Ze kunnen indien gewenst hormonale behandeling en chirurgie krijgen, al moeten de door hun leeftijd verhoogde risico’s die gepaard gaan met deze behandelingen duidelijk met hen besproken worden. Sommige chirurgen hanteren leeftijdslimieten van 65 jaar voor ingrijpende chirurgie. Echter, niet zozeer leeftijd maar de gezondheidstoestand wordt als richtlijn gehanteerd. Oudere personen kunnen mogelijks minder goed tegen de lange narcose-tijd en hebben vaker last van cardiovasculaire stress. Daarnaast duurt het herstel wat langer en hebben ze mogelijks meer hulp van anderen nodig na een operatie. Anderzijds hebben gepensioneerde ouderen meer tijd en ruimte om een stappen te zetten en hoeven ze zich niet te verantwoorden op het werk.

Er is veel geweten over hormonale veranderingen vanwege het verouderingsproces (bv. effecten van de menopauze), maar onderzoek naar hormoontoediening bij trans ouderen is slechts beperkt onderzocht. Tot op heden is er geen enkel medisch argument dat aangeeft dat de hormonale behandeling onderbroken moet worden op hogere leeftijd. Er is ook geen leeftijd waarop wordt aangeraden hormonen te stoppen. De behandeling met hormonen gaat dus, eenmaal gestart, normaliter levenslang verder. Behandelingen hebben mogelijk slechts een beperkt effect, omdat het lichaam al die tijd z’n gang heeft kunnen gaan zonder interventies.

Oudere en kaal wordende trans vrouwen kunnen hun haren niet meer laten groeien en moeten andere opties zoals pruiken of haarprotheses overwegen. Elektrolyse is soms de enige oplossing voor het verwijderen van haren zonder pigment (witte of grijze haren), en dit is een pijnlijke en kostelijke methode. De meeste trans ouderen moeten het hebben van hun pensioen en dat is moeilijk want de kosten van ingrepen en behandelingen kunnen hoog oplopen.

Tevens zijn er ook ingrepen en follow-up momenten die een tijdelijke opname vereisen in een ziekenhuis. Voor minder mobiele trans ouderen die niet ondersteund worden door een mantelzorger kan dit lastig zijn. Hulpverleners dienen wel op te letten voor discriminatie op basis van leeftijd en zich te behoeden voor een overtuiging dat het ‘te laat’ is voor een transitie. Net zoals bij jongere trans personen is er ook in deze leeftijdsgroep een positieve correlatie van hormonale behandeling met het psychisch en psychosociaal welbevinden (Bouman et al., 2016).

Al deze barrières zorgen ervoor dat een deel van de oudere transpopulatie naar zelfmedicatie grijpt, nl. het gebruik van hormonale producten die men via via krijgt of illegaal online aankoopt. Onderzoek wijst uit dat de trans personen die op eigen houtje hormonale producten aankopen, veelal trans vrouwen en ouderen zijn, en dat zij weinig kennis hebben over de effecten en risico’s verbonden aan het ongecontroleerd gebruik van hormonen (Kreukels et al., 2012; Mepham, Bouman, Arcelus, Hayter, & Wylie, 2014; Simonsen, Hald, Giraldi, & Kristensen, 2015).

Er is tot op heden weinig tot geen systematisch onderzoek naar de socio-demografische kenmerken van oudere trans personen (Bouman et al., 2016). In het algemeen onderzoek naar ouderen worden holebi en transgender ouderen bovendien vaak over het hoofd gezien. Het onderzoek dat wel bestaat gaat meestal over het gebrek aan gepaste diensten voor oudere trans personen (Witten & Eyler, 2012). Transgender ouderen maken zich vaak specifiek zorgen met betrekking tot hun levenseinde – bijvoorbeeld hun wens om waardig te sterven of onder de juiste naam/gender begraven te worden. Ook over hun eventuele opnames in woonzorgcentra, bijvoorbeeld in omgang met verzorgend personeel of medebewoners, heerst ongerustheid. Trans ouderen die thuis zorg krijgen via een mantelzorger zijn soms bang om deze te verliezen.

Zorgbehoevende trans ouderen

Heel wat trans personen (zullen in de toekomst) verblijven in woonzorgcentra, maar vaak zijn ze onzichtbaar. Transgendersensitieve zorg en inspelen op de specifieke noden van deze doelgroep is nodig. Gezondheidsaspecten gelinkt aan het ouder worden gelden vanzelfsprekend ook voor oudere trans personen. Uit onderzoek blijkt dat ouderen meer roken en meer aan middelengebruik doen. Ook het probleem van suïcidale gedachten en gevoelens van eenzaamheid, algemeen bekend bij ouderen, is een verhoogd aandachtspunt bij trans ouderen (Motmans, Meier, Ponnet, & T’Sjoen, 2012). 

Mogelijks zijn trans ouderen minder mobiel en kunnen ze niet zo goed overweg met multimedia. In een wereld waar er door trans personen vaak online contact gelegd en gedatet wordt, kunnen zij al snel in een sociaal isolement terechtkomen. Sommige trans ouderen hebben geen contact meer met familie en vrienden en moeten terugvallen op een ander sociaal netwerk waar men wel geaccepteerd wordt. Bij het ouder worden is het steeds minder evident om (jongere) mensen te vinden die deze verantwoordelijkheid en zorg op zich willen nemen.

Ouder wordende trans personen hebben ook specifieke gezondheidsbehoeften. Denk maar aan een correcte en levenslange toepassing van de hormonale behandeling, of het frequent moeten dilateren voor trans vrouwen. Mogelijks hebben ze hier hulp bij nodig en is het raadzaam om als hulpverlener op de hoogte te zijn van de werking van deze producten. Tot slot kan het op oudere leeftijd het afgelegde levenspad erg confronterend zijn en mogelijks is psychologische begeleiding dan wenselijk. Zeker gezien de hoge depressie en angststoornis cijfers bij trans ouderen is het belangrijk om in te zetten op positieve copingstrategieën en de uitbouw van een warm sociaal netwerk (Henderson & Almack, 2016). Een andere uitdaging is de aanpak van eventuele financiële instabiliteit door gebeurtenissen uit het verleden: verliezen van een job, een complexe scheiding of hoge medische kosten.

Bronnen

  • Bouman, W. P., Claes, L., Marshall, E., Pinner, G. T., Longworth, J., Maddox, V., . . . Arcelus, J. (2016). Sociodemographic Variables, Clinical Features, and the Role of Preassessment Cross-Sex Hormones in Older Trans People. The Journal of Sexual Medicine, 13(4), 711-719. doi:https://doi.org/10.1016/j.jsxm.2016.01.009
  • Henderson, N., & Almack, K. (2016). Lesbian, gay, bisexual, transgender ageing and care: A literature study. Social Work, 52(2), 267-279.
  • Kreukels, B. P. C., Haraldsen, I. R., De Cuypere, G., Richter-Appelt, H., Gijs, L., & Cohen-Kettenis, P. T. (2012). A European network for the investigation of gender incongruence: The ENIGI initiative. European Psychiatry, 27(6), 445-450. doi:10.1016/j.eurpsy.2010.04.009
  • Mepham, N., Bouman, W. P., Arcelus, J., Hayter, M., & Wylie, K. R. (2014). People with Gender Dysphoria Who Self‐Prescribe Cross‐Sex Hormones: Prevalence, Sources, and Side Effects Knowledge. The Journal of Sexual Medicine, 11(12), 2995-3001. doi:https://doi.org/10.1111/jsm.12691
  • Motmans, J., Meier, P., Ponnet, K., & T’Sjoen, G. (2012). Female and Male Transgender Quality of Life: Socioeconomic and Medical Differences. The Journal of Sexual Medicine, 9(3), 743-750. doi:10.1111/j.1743-6109.2011.02569.x
  • Simonsen, R., Hald, G. M., Giraldi, A., & Kristensen, E. (2015). Sociodemographic Study of Danish Individuals Diagnosed with Transsexualism. Sexual Medicine, 3(2), 109-117. doi:https://doi.org/10.1002/sm2.48
  • Witten, T. M., & Eyler, A. E. (2012). Lesbian, gay, bisexual, and transgender aging: Challenges in research, practice, and policy. Baltimore, MD: Johns Hopkins University Press.
  • Wylie, K., Barrett, J., Besser, M., Bouman, W. P., Bridgman, M., Clayton, A., . . . Rathbone, M. (2014). Good Practice Guidelines for the Assessment and Treatment of Adults with Gender Dysphoria. Sexual and Relationship Therapy, 29(2), 154-214. doi:10.1080/14681994.2014.883353