Transgender en HIV

Transgender personen worden door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) genoemd als één van de vijf HIV risicopopulaties, naast mannen die seks hebben met mannen (MSM), personen in gesloten centra, personen die drugs injecteren en sekswerkers (WHO, 2014). Verschillende onderzoeken hebben inderdaad aangetoond dat de HIV prevalentie bij transgender personen zeer hoog wordt geschat, vooral bij transgender vrouwen. Een meta-analyse van 39 studies komt zo op een HIV prevalentie van 19,1% bij transgender vrouwen wereldwijd (Baral et al., 2013). De HIV prevalentie bij gekleurde transgender vrouwen wordt nog hoger geschat (Herbst et al., 2008). Voor transgender mannen wordt de HIV prevalentie daarentegen zeer laag geschat, hoewel er heel weinig studies zijn die HIV bij transgender mannen onderzochten.

Hoewel de HIV prevalentie bij transgender personen zeer hoog wordt geschat, is het huidige onderzoek op dit vlak echter wel beperkt (Van Schuylenbergh, Motmans & Coene, 2018). Zo werden vaak steekproeven gebruikt van personen die een seksueel gezondheidscentrum of gemeenschapscentrum bezochten, en focust veel onderzoek op transgender sekswerkers, wat kan leiden tot een overrepresentatie van personen met een hoog HIV risico. Ook focust het meeste onderzoek enkel op transgender vrouwen, en is er geen onderzoek dat ook rekening houdt met non-binaire personen. Veel van deze studies situeren zich bovendien in de Verenigde Staten, Azië of Zuid-Amerika, terwijl onderzoek naar HIV onder transgender personen in Europa zo goed als onbestaand is.

Europese cijfers

Momenteel kunnen we op basis van het huidige onderzoek niet zeggen of de hiv-prevalentie bij transgender personen in België of Europa hoger is dan bij cisgender personen. Het TIP is bezig met het analyseren van de eerste data die de prevalentie van hiv bij transgender personen uit Georgië, Servië, Zweden, Polen, Spanje en België blootlegt (N = 1263). Uit deze surveydata blijkt dat zo’n 65% de eigen hiv-status kende, waarvan 13 participanten aangaven hiv-positief te zijn, waarvan 11 trans vrouwen, 1 non-binair persoon en één trans man (Van Schuylenbergh, Motmans & T’Sjoen, 2019). Dit is 1,6% van de personen die hun hiv-status kenden, of 1% van de totale steekproef. Wel hadden 9 van de 13 participanten met hiv een geschiedenis in sekswerk. Deze hiv-prevalentie is een stuk lager dan de hoge cijfers die we terug vinden in de internationale literatuur, zowel voor studies die testresultaten gebruiken als voor studies die gebaseerd zijn op zelfrapportage. Uiteraard zijn deze eerste cijfers beperkt. Meer fundamenteel en langdurig onderzoek is daarom nodig om te kunnen stellen dat transgender personen in Europa een risicopopulatie zijn voor hiv. (Je kan deze cijfers terugvinden op de poster in de rechter zijbalk, die werd gepresenteerd op de European Professional Association for Transgender Health (EPATH) 2019 conferentie in Rome.)

Bronnen: