Veilige seks

Ook voor transgender personen is veilig vrijen belangrijk, zowel ter preventie van ongewenste zwangerschap als om een besmetting met een seksueel overdraagbare infectie (SOI/SOA) te voorkomen.

Vruchtbaarheid

Personen die een testosteronbehandeling krijgen, hebben vaak geen eisprong meer en zijn dus sterk verminderd vruchtbaar. Wanneer echter met deze behandeling wordt gestopt en de eierstokken en eileiders nog aanwezig zijn, kan de menstruatiecyclus terug op gang komen en ben je mogelijk terug vruchtbaar. Artsen gaan ervan uit dat de vruchtbaarheid herstelt na zes maanden opschorting van de hormonale therapie. Je bent pas definitief onvruchtbaar na chirurgische verwijdering (hysterectomie) van deze organen, waardoor er dus nog altijd een mogelijkheid is dat je als transgender man of non-binair persoon zwanger raakt. Als je dit wil vermijden is het belangrijk om anticonceptie te gebruiken, zoals condooms of hormonale anticonceptie (de minipil of de prikpil). Terugtrekking is geen goede anticonceptiemethode.

Bij personen die een oestrogeenbehandeling krijgen neemt de vruchtbaarheid van het sperma af door het gebruik van deze hormonen. Wanneer het testikelweefsel nog niet chirurgisch is weggenomen (orchidectomie), bestaat er echter altijd nog een kans dat je als transgender vrouw of non-binair persoon iemand bevrucht. Gebruik daarom altijd anticonceptie indien je dit niet wenst, zoals bijvoorbeeld condooms.

Na langdurige hormonale therapie is de kans groot dat men niet meer vruchtbaar is. Dit heeft ook gevolgen voor een mogelijke kinderwens.

Seksueel overdraagbare infecties (SOI/SOA’s)

Seksueel overdraagbare infecties (SOI) (of aandoeningen (SOA)) zijn infecties die door seksueel contact met iemand anders kunnen overgedragen worden. Sommige infecties, zoals genitale wratten of herpes, kunnen ook door nauw huidcontact worden overgedragen. Lees meer over alle soorten overdraagbare seksuele infecties via www.allesoverseks.be.

Ongeacht of je operaties hebt gehad of niet, is veilig vrijen nog steeds belangrijk voor het voorkomen van infecties. Infecties kunnen zowel via sperma als bloed of ander lichaamsvocht doorgegeven worden. Je loopt dus ook risico op besmetting als je bijvoorbeeld een klein wondje hebt. Overdraagbare infecties kunnen ook oraal overgedragen worden. Daarom is het belangrijk om je hiertegen te beschermen.

De meeste SOI’s/SOA’s zijn relatief makkelijk te behandelen en genezen. Wacht zeker niet te lang om naar de dokter te gaan als je abnormale afscheiding of bloedverlies opmerkt, jeuk of een branderig gevoel hebt bij het plassen of vrijen of als je zweertjes rond de geslachtsdelen opmerkt. Er zijn echter ook SOI’s/SOA’s, zoals Chlamydia, waar je tot twee jaar mee kan rondlopen voordat je symptomen opmerkt. Een preventieve test kan dus ook nuttig zijn zonder dat je symptomen opmerkt, als je onveilig hebt gevreeën. Je kan voor een test terecht bij elke huisarts, maar er zijn ook gespecialiseerde centra die dergelijke tests afnemen, zoals het Helpcenter in Antwerpen, verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, of de S-clinic in Brussel. Trans personen die aan sekswerk doen kunnen ook bij de artsen van Violett (Antwerpen, Gent, Hasselt), Alias en Boysproject terecht. Als je in een stabiele, vaste, monogame relatie bent, kan je in principe onbeschermd vrijen, nadat je allebei een SOI/SOA-test hebt gedaan om zeker te zijn dat geen van beiden een SOI/SOA heeft.

Veilige seks na een metadoioplastie of falloplastie

Personen die een meta- of falloplastie gehad hebben produceren geen sperma, maar toch is het belangrijk om je te beschermen tegen een SOI/SOA. Deze infecties kunnen namelijk ook via bloed of ander lichaamsvocht worden doorgegeven. Condooms zijn een effectieve manier hiervoor, maar helaas vaak niet gemaakt op maat van een meta- of falloplastie. Een penis na een metadoioplastie is doorgaans te klein voor een standaard condoommaat. Toch zijn er ook andere opties, zoals bijvoorbeeld zeer kleine condooms of beflapjes. Beflapjes zijn vaak moeilijk te krijgen, maar dit kan je oplossen door bijvoorbeeld een condoom in twee te knippen, plastiekfolie te gebruiken of een condoom te maken van een latex handschoen. Bekijk Trans* Sexual Health voor tips & tricks.

Personen die een falloplastie gehad hebben, kunnen gebruik maken van een standaard condoom. Als er nog een vaginale opening aanwezig is, kan bij vaginale penetratie een condoom voor vagina’s gebruikt worden (tot op vandaag ook wel ‘vrouwencondoom’ genoemd). Ook bij anale seks is het belangrijk om een condoom te gebruiken om je te beschermen tegen SOI’s/SOA’s. Door extra glijmiddel te gebruiken bij anale seks voorkom je dat het condoom scheurt. Het glijmiddel dat al op condooms zit is meestal niet voldoende. Gebruik steeds glijmiddel op siliconen- of waterbasis en geen olie, want dit tast latex condooms aan.

Veilige seks na een vaginoplastie

Na een vaginoplastie is het belangrijk om je te beschermen tegen SOI’s/SOA’s. Dit kan je doen door het gebruiken van een condoom voor vagina’s tijdens vaginale penetratie. Je gebruikt ook best glijmiddel op siliconen- of waterbasis tijdens seks, aangezien ze in tegenstelling tot cisgender vrouwen niet automatisch vochtig (genoeg) worden bij seksuele opwinding. Na een vaginoplastie ben je best voorzichtig met anale seks, omdat het weefsel tussen de vagina en het rectum dun is. Je gebruikt best een condoom en genoeg extra glijmiddel. Het fitsen van de vagina na vaginoplastie wordt afgeraden, aangezien een vagina na vaginoplastie minder elastisch is dan de vagina van een cisgender vrouw. Als je dit toch wil proberen, gebruik dan zeker genoeg glijmiddel. Om geen SOI’s/SOA’s over te dragen, draag je ook best een handschoen.

Meer info