wie?

Wettelijke context

Sinds de Transgenderwet, die op 1 januari 2018 in werking trad, kunnen trans personen hun voorna(a)m(en) via een eenvoudige ambtelijke procedure laten aanpassen. Er zijn immers geen attesten meer nodig van een arts, psychiater of psycholoog. Het is ook niet langer een voorwaarde om hormonale therapie (zoals testosteron of oestrogenen) te nemen of een operatie te laten uitvoeren.

Sinds 1 augustus 2018 is de procedure de voorna(a)m(en) aan te passen volledig overgedragen aan de gemeenten. De procedure verloopt ook sneller en eenvoudiger. Meer over de procedure lees je hier.

Wie kan voornaam aanpassen?

Enkel personen van Belgische nationaliteit, VN-vluchtelingen en staatlozen kunnen een procedure tot voornaamsverandering indienen. Bij de indiening van het verzoek moet een van deze hoedanigheden kunnen worden aangetoond. Niet-Belgen die geen erkende vluchteling of staatloze zijn, kunnen aldus hun voornaam niet in België veranderen.* Zij moeten hiervoor contact opnemen met de bevoegde diensten in hun land van herkomst. Een voornaamswijziging zal dan enkel mogelijk zijn volgens de wetgeving van dat land.

* De niet-Belg die geen erkend vluchteling of staatloze is, maar een aanvraag heeft ingediend om de Belgische nationaliteit te verkrijgen en nog geen officiële voornaam heeft, is echter wel een uitzondering op deze regel en kan toch in België een nieuwe voornaam krijgen.

Wanneer kan je je voornaam aanpassen?

De aanvraag tot voornaamswijziging kan worden ingediend, wanneer de transgender persoon dit wenst, vanaf de twaalfde verjaardag (mits toestemming van beide ouders zolang de persoon minderjarig is).

Officieel betekent dit dat attesten van een arts, psychiater of psycholoog niet nodig zijn; dat men géén hormonale therapie moet opgestart hebben; noch dat men een geslachtsoperatie of andere ingrepen moet ondergaan of gepland hebben om in aanmerking te komen.

Wie kan de aanvraag indienen?

Het verzoek moet worden ingediend door de betrokkene zelf of door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Een verzoek voor een minderjarig kind (vanaf de leeftijd van 12 jaar en niet ontvoogd) moet door beide ouders samen worden ingediend, zelfs wanneer zij gescheiden leven. Indien de uitoefening van het ouderlijk gezag op grond van een vonnis echter uitsluitend aan één van beide ouders is opgedragen, is die persoon bevoegd om het verzoek alleen in te dienen. Dit sluit evenwel niet uit dat tijdens de procedure naar de mening van de andere ouder kan worden gevraagd.

* Volgens artikel 3 zal het verzoek in principe tevens toegestaan worden indien slechts één van beide ouders tekent.

Meer informatie