kinderen/jongeren

Kinderen leren al erg vroeg en via verschillende kanalen over gender en sekse. De meeste kinderen en jongeren voelen zich duidelijk een jongetje of een meisje (genderidentiteit) en stellen gedrag (genderexpressie) dat door de maatschappij wordt aanvaard als passend bij hun geboortegeslacht op vlak van bijvoorbeeld kleedgedrag, keuze van speelkameraadjes, spelgedrag, enzovoort. Er zijn echter ook best veel stoere meiden en zachtaardige jongens die niet aan de stereotiepe genderverwachtingen voldoen, en daar is niets mis mee. Kinderen experimenteren soms graag én terecht met hun genderexpressie. Als ouder weet je soms niet goed hoe je hierop kan reageren. Als je kind echter problemen ondervindt met zijn/haar/diens genderbeleving en je het gevoel hebt dat hij/zij/die hier onder lijdt, is het zeker raadzaam om professionele hulp te zoeken.

Kinderen en jongeren met genderidentiteitsconflicten, alsook hun ouders, kunnen baat hebben bij psychologische begeleiding. Bij het kinder- en jongeren genderteam van het UZ Gent krijg je te maken met de kinderpsycholoog, de kinderpsychiater en (eventueel) de endocrinoloog die je helpen in de begeleiding, en (eventueel later) met hormonale therapie. Kinderen steunen blijkt enorm belangrijk, ook al heb je als ouder erg veel vrees over de toekomst van je kind. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die gesteund worden in hun genderidentiteit en in staat zijn om overeenkomstig hiermee te leven, geen verhoogde angststoornissen vertonen in vergelijking met hun leeftijdsgenoten (Olson, et al, 2015).

Wanneer men zich tot een hulpverlener wendt die gespecialiseerd is in gendervraagstukken bij kinderen en jongeren, hoeft dit nog niet meteen te betekenen dat het kind later per definitie een transitie zal doormaken en medische ingrepen zal ondergaan. Als ouder vraag je je af wat de kans is dat het uitdooft. Uit een nog niet gepubliceerde retro- en prospectieve studie van het kinderteam aan het UZ Gent blijkt dat 30% van de kinderen die zich aanmelden uit het traject stappen. Er is tot op heden geen lange follow-up studie waaruit blijkt hoe het later met deze kinderen gaat, dus men kan niet met zekerheid zeggen dat het genderincongruente gevoel helemaal uitdoofde. De redenen van uitval zijn erg divers. Uitval bij jongvolwassenen (15-18 jaar) komt echter nauwelijks voor. 

Bronnen

Olson Kristina R., Durwood L., DeMeules M., et al. (2015): Mental Health of Transgender Children Who Are Supported in Their Identities. Pediatrics. 2016;137(3): e20153223 accessible at: http://tinyurl.com/jn844dx