Partnerzorg

Om partners en ex-partners van transgender personen (ook non-binaire personen en personen die aan travestie doen) te ondersteunen en beluisteren, heeft het Transgender Infopunt vijf jaar geleden het Partnerproject in het leven geroepen. Dit Partnerproject biedt op een neutrale plek praatavonden aan in drie provincies in Vlaanderen. Daarnaast is er ook mogelijkheid voor één-op-één contact met een lotgenoot.

Waarom partnerzorg?

Sommige (ex-)partners van transgender personen gaven in het verleden aan dat zij zich in de kou voelen staan. Sommigen vinden bijvoorbeeld weinig plekken om te ventileren en ervaringen uit te wisselen met anderen die door een gelijkaardig proces gaan. De meeste (ex-)partners geven ook aan dat er veel verlieservaringen plaatsvinden tijdens een transitie. Het is omwille van diverse redenen niet altijd evident om alle gevoelens te bespreken met de eigen trans partner. Dit kan bijvoorbeeld uit angst zijn om de partner te kwetsen of verliezen. De nood aan ondersteuning van partners is dus reëel.

Waarom is het zo belangrijk om (ex-)partners te ondersteunen?

Ten eerste hebben de verandering in sociale genderrol en eventuele medische of juridische interventies niet enkel implicaties voor de trans persoon zelf, maar ook voor het gezin of/en de dichte omgeving (Cole et al., 2000; Fraser 2009). Iemand gaat nooit alleen in transitie. En net als andere ingrijpende levenstransities (denk aan een overlijden, een carrière switch, een scheiding,…) kan een gendertransitie gevoelens van onzekerheid, stress, verdriet en angst met zich meebrengen. Anderzijds kan het ook (op termijn) leiden tot meer verbinding, innerlijke rust en betere communicatie.

Het staat buiten kijf dat een transitie een impact heeft op het gezinsleven. De mensen in kwestie krijgen vaak met een aantal maatschappelijke moeilijkheden te maken (Lev, 2004). Uit de literatuur blijkt dat partners van transgender personen vaak een moeilijk proces doormaken. Op het moment dat de partner en familieleden de genderidentiteit van de persoon in kwestie bijvoorbeeld te weten komen, kan men zich verraden/bedrogen en angstig/onzeker voelen, hetgeen zelfs bij sommigen aanleiding kan geven tot een emotioneel trauma (Lev, 2004).

Verder kunnen er vragen opduiken, zoals bijvoorbeeld of de transgender gevoelens van voorbijgaande aard kunnen zijn, hoe men zich als gezin zal tonen in het openbaar, hoe men het kan meedelen aan de kinderen en significante anderen,… Tevens heerst er vaak verdriet of bezorgdheid over eventueel verlies van intimiteit en seksualiteit binnen de partnerrelatie en is er angst voor de impact op de kinderen (Lev, 2004). Soms roept de transitie van een partner ook vragen op over de eigen seksuele/romantische oriëntatie.

In de meest recente internationale richtlijn voor de begeleiding van transgender personen (de Standards of Care van de World Professional Association for Transgender Health (WPATH), zevende versie) staat dat het tot de taken van de betrokken hulpverlener kan behoren om gezins-, relatie- of groepstherapie aan te bieden en om de sociale omgeving informatie te verstrekken omtrent bestaande zelfhulpgroepen (WPATH, 2012). Uit de praktijk blijkt dat partners van trans personen slechts sporadisch mee (willen) komen op consultatie bij de psycholoog. Deze wordt immers vaak gezien als behorende tot het ‘kamp’ van de trans partner en niet als hulpverlener voor beide partners. Dit omdat de hulpverlener de transgender partner op weg helpt in het transitieproces, een weg die sommige partners niet begrijpen en/of zien zitten.

Ten tweede heeft de ondersteuning van het sociaal netwerk van de trans persoon een positieve invloed op het proces van de trans persoon en de naaste omgeving. Één van die factoren die een belangrijke impact heeft op het welzijn van transgender personen is het beschikken over een ondersteunend sociaal netwerk en stabiele relaties. Het ondersteunen van partners van transgender personen is dus ook belangrijk in het kader van de mentale gezondheid van de transgender persoon zelf. Onderzoek toont aan dat ontevredenheid na bepaalde ingrepen in sterke mate samen hangt met het gevoel van eenzaamheid. Een stabiele relatie hebben daarentegen, wordt vaak vermeld als de voornaamste factor voor het ervaren van postoperatief welzijn (Gijs & Brewaeys, 2007).

Via het Partnerproject proberen het Transgender Infopunt, CAW en ervaringsdeskundigen antwoord te bieden op de noden en behoeften van (ex-)partners. Uit deze partnerwerking blijkt de nood en appreciatie voor emotionele ondersteuning aan partners: “Meemaken dat je partner trans blijkt te zijn is buiten categorie van levenservaringen die je verwacht. Mensen kunnen ontmoeten die van binnenuit kunnen begrijpen hoe existentieel dit gegeven is, geeft je hoop en troost.”

Bronnen

  • Cole, S. S., Deny, D., Evan Eyler, E. A., & Samons, S.L. (2000). Issues of transgender. In L. T. Szuchman & R. Muscarella (Eds.), Psychological Perspectives on human sexuality (pp. 149-196). New York: John Wiley & Sons Inc.
  • Fraser, L. (2009). Psychotherapy in the World Professional Association for Transgender Health’s Standards of Care: Background and Recommendations. International Journal of Transgenderism, 11, 110
  • Gijs, L., & Brewaeys, A. (2007). Surgical treatment of gender dysphoria in adults and adolescents: Recent developments, effectiveness, and challenges. Annual Review of Sex Research, 18, 178-224.
  • Lev, A.I. (2004) Family emergence. Transgender Emergence: Therapeutic Guidelines for Working with Gender-variant People and their Families (pp. 271-311). Binghamton: The Haworth Clinical Practice Press.-126.