borstverwijdering

De verwijdering van de borsten wordt met een moeilijke medische term ‘subcutane mammectomie’ genoemd. Hierbij wordt een mannelijke borstkas verkregen door:

  • het verwijderen van het teveel aan borstklierweefsel
  • indien nodig, door het verkleinen van tepel en tepelhof
  • een correctie van het overschot aan huid
  • het herpositioneren van de tepel

Deze operatie kan redelijk snel plaatsvinden mits een verwijsbrief van je behandelaar (psycholoog, psychiater, seksuoloog, etc.), en zelfs voor of zonder aanvang van hormoontherapie indien gewenst. De minimumleeftijd is 17 jaar.

Ingreep

Afhankelijk van het volume van de borsten, het teveel aan huid, de elasticiteit van de huid, de tepels en het tepelhof, worden voor deze operatie verschillende technieken gebruikt (Claes, D’Arpa & Monstrey, 2018):

Bij kleine borsten en elastische huid kan dit gebeuren via een kleine incisie aan de onderrand van het tepelhof (semicircular techniek). In deze gevallen is er nadien weinig of geen litteken merkbaar. Bij kleine borsten met grote of meer prominente tepels kiest men meestal voor de transareolar techniek. De tepel wordt hierbij ook verkleind. Het litteken dat daarbij over het tepelhof loopt is meestal wat meer zichtbaar dan bij de eerste techniek.

Bij grotere borsten (cup B-C), of kleine borsten met slechte elasticiteit van de huid (bijvoorbeeld door jarenlang afbinden – zie verder) wordt de incisie rondom het tepelhof gemaakt en het weefsel op die manier weggehaald (concentric circular techniek). Het voordeel van deze techniek is dat men teveel aan huid kan weghalen en de tepel kan herpositioneren.

Een gelijkaardige techniek is de ‘extended concentric circular techniek’ die soms werd gebruikt wanneer er veel huidoverschot en gerimpelde huid aanwezig was. Hierbij werden naast een incisie rondom het tepelhof ook nog één of twee driehoekige incisies gemaakt om dit huidoverschot te corrigeren. Deze techniek wordt ondertussen in het UZ Gent niet meer gebruikt omwille van de hoge mate van complicaties (de meerderheid van de afgestorven tepels gebeurde met deze techniek). Als alternatief gebruikt men tegenwoordig de ‘inferior pedicled mammaplasty techniek’, waarbij de incisie en het litteken gelijkaardig zijn aan de free nipple graft techniek (zie verder).

Voor grote of afhangende borsten (vanaf cup C) wordt de ‘free nipple graft techniek’ gebruikt, waarbij de borst volledig wordt verwijderd en het tepelhof wordt getransplanteerd naar de juiste positie op de borstkas. Dit zorgt voor een langer litteken onder de borst.

Er wordt volgende beslissingsboom gebruikt om te beslissen welke techniek zal worden toegepast:

Bekijk ook de illustraties van de verschillende technieken in de zijbalk (desktop) of onderaan (mobiel) – alle figuren met toestemming overgenomen uit het artikel van Claes, D’Arpa & Monstrey (2018).

Een borstverwijdering via liposuctie – een techniek waarbij lichaamsvet op een bepaalde plaats wordt weggezogen – is niet mogelijk, aangezien het weefsel dat verwijderd wordt bestaat uit klieren en niet uit vet. Liposuctie kan eventueel wel gebruikt worden op het einde van de procedure om complete symmetrie van de borstkas te bekomen, indien nodig.

Het is onder bepaalde omstandigheden ook mogelijk om een mannelijke borstkas te construeren zonder behoud van tepels, indien gewenst (bijvoorbeeld omwille van een tatoeage). Dit dient grondig besproken te worden met de chirurg.

Mogelijke complicaties

Bij ongeveer 10% van de borstverwijderingen treden complicaties op (Claes, D’Arpa & Monstrey, 2018). Algemene mogelijke complicaties na de operatie zijn bloeduitstortingen en infecties. Ook kunnen de tepels ongelijk genezen en blijven soms littekens zichtbaar. In zeldzame gevallen sterft de tepel volledig af, dit gebeurt tegenwoordig nog zeer weinig doordat de extended concentric techniek niet meer wordt gebruikt. Ondanks een vrij laag complicatiepercentage, is er voor 1/3 van de patiënten wel een bijkomende ingreep nodig om het esthetische resultaat te verbeteren.

Belangrijk om te weten is dat de elasticiteit van de huid is een sleutelfactor voor het resultaat van de chirurgische ingreep. Hoe minder elastisch de huid is, hoe meer kans op complicaties en littekenvorming. Binders en andere methoden voor het afbinden van de borst hebben een slechte invloed op de elasticiteit van de huid. Er wordt sowieso sterk afgeraden om de borsten af te binden met bijvoorbeeld verbanden, aangezien door het plat duwen van de borsten de huid wordt uitgerekt. Als je je borsten echt wil afbinden, zijn speciaal hiervoor ontworpen hesjes aangeraden, ook binders genoemd, maar ook met een binder blijft het belangrijk om niet te lang en niet te vaak de borst af te binden. Je kan meer lezen over veilig je borsten afbinden op de pagina ‘binders‘.

Ook roken heeft een negatieve invloed op zowel de huidkwaliteit als de wondgenezing na de operatie. Personen die een borstverwijdering zullen ondergaan worden aangemoedigd om te stoppen met roken voor de ingreep plaatsvindt.

Nazorg: verzorging van littekens

De ingreep brengt littekens met zich mee. Je dient voldoende aandacht te besteden aan de verzorging van je littekens. Er zijn twee types verzorging mogelijk.

  • Enerzijds is het belangrijk te hydrateren. Hierbij dien je de littekens dagelijks in te smeren met een hydraterende crème (type Nivea).
  • Anderzijds kun je de littekens ook tapen. Meestal wordt deze vorm aangeraden. Het tapen heeft twee functies. Ten eerste verdeelt het de krachten, die normaal spelen op het dunne litteken, over de gehele breedte van de tape. Daardoor heeft het litteken minder de neiging om te verbreden. Ten tweede zorgt het voor het tegenhouden van (natuurlijk) vochtverlies via de huid ter hoogte van het litteken waardoor het litteken goed gehydrateerd blijft. Meestal wordt een bruingekleurde micropore papiertape (2cm breed) gebruikt, gezien deze het minst opvalt. Het is mogelijk om te douchen, zwemmen en sporten met deze tape. Na drie dagen wordt men geacht deze te vervangen (verwijderen gebeurt bij voorkeur onder de douche, gezien de tape dan makkelijker los komt). Er wordt aangeraden minstens 6 maanden te tapen. Bij goed resultaat wordt dit verder gezet tot 1 jaar na de ingreep.

Na de ingreep kunnen hypertrofe littekens ontstaan. Dit type litteken is meestal rood, verdikt en verheven en kan ook jeuk geven of pijn doen. Als je nog niet gestart was met tapen, zal dit worden aangeraden. Wanneer het gaat om dikke hypertrofe littekens kunnen deze worden geïnjecteerd met cortisone, hetgeen het littekenproces onderdrukt. Bij goed resultaat kan dit 3 tot 4 keer worden herhaald totdat het litteken weer dun en soepel wordt. In sommige gevallen kan er van papiertape naar siliconepatches worden overgegaan, maar dit is casus per casus te bekijken.

Opname en herstel

De opnameduur voor deze ingreep is 1 à 2 dagen. De herstelperiode duurt enkele weken. Hou er ook mee dat een bijkomende ingreep om het esthetische resultaat te verbeteren mogelijk is. Algemeen moet je rekening houden met een arbeidsongeschiktheid tot 6 weken indien je een zwaar beroep uitoefent. Als schoolgaande adolescent word je 2 à 3 weken thuis geschreven van school, naast 6 weken geen sportieve activiteit.

Kostprijs

Het ziekenfonds betaalt ongeveer 90% van de kosten voor de ingreep terug. Voor een ziekenhuis zijn daarmee niet alle kosten gedekt. Daarom rekent elk ziekenhuis de patiënt een eigen bijdrage aan dewelke kan schommelen van € 1.000  à € 1.800, inclusief remgeld en opleg voor medicatie. Meer informatie over de kostprijs vind je hier.

Bronnen