Visies in de zorg

In de zorg wordt vaak gewerkt met classificatiesystemen van diagnoses. Er zijn momenteel 2 soorten van classificatiesystemen in gebruik: de diagnose “genderdysforie” volgens de DSM 5 en “genderincongruentie” volgens de ICD-11. 

Hoe deze classificatie vroeger verliep voor transgender personen, kan je hier nalezen. Ook over de geschiedenis van transgenderzorg lees je elders meer. Op deze pagina kan je de huidige, actuele visies terugvinden. 

Genderdysforie

Deze diagnoseterm is opgenomen in het psychiatrisch classificatiesysteem “Diagnostic and statistical manual of mental diseases” (kortweg DSM, letterlijk “diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen”). Dit handboek is uitgegeven door de American Psychiatric Association, en wordt in heel veel landen aanzien als hét handboek voor psychiatrische diagnostiek. Voor de diagnose genderdysforie moet de betrokkene duidelijk een ander gender uitdrukken/ervaren dan het gender dat anderen hem of haar zouden toekennen. Dat moet minimaal een half jaar zo zijn. Bij kinderen moet de wens om tot het andere gender te behoren aanwezig zijn en het kind moet dat verwoorden. De aandoening veroorzaakt volgens deze diagnose “klinisch significante lijdensdruk, beperkingen in het sociale of beroepsmatige/schoolse functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen” (APA, 2015).

Genderincongruentie

Deze diagnoseterm staat in huidige “International Classification of Diseases 11th Revision“, kortweg ICD-11. De ICD is uitgegeven door de World Health Organisation (WHO). In deze versie zijn alle transgerelateerde categorieën verwijderd uit het hoofdstuk over mentale en gedragsstoornissen, waar ze voordien stonden. De nieuwe transgerelateerde categorieën heten: “Genderincongruentie in adolescentie en volwassenheid” en “Genderincongruentie bij kinderen”. Deze categorieën zijn opgenomen in een nieuw ICD-hoofdstuk, namelijk hoofdstuk 17 over “Conditions related to sexual health”.

De term wordt omschreven als volgt: “Gender incongruence is characterized by a marked and persistent incongruence between an individual’s experienced gender and the assigned sex. Gender variant behaviour and preferences alone are not a basis for assigning the diagnoses in this group.”

De reden om toch een diagnose te behouden (maar dan niet meer als mentale stoornis, maar als een seksuele gezondheidsgerelateerde conditie) is om de terugbetaling van transgenderzorg te waarborgen. Er zijn wel meer (medische) condities die zorg (kunnen) behoeven, en dus terugbetaling, denk bijvoorbeeld aan zwangerschap en bevalling.

Als TIP prefereren wij deze classificatie boven de classificatie zoals gehanteerd in de DSM 5. Transgenderzorg mag niet gelijk worden gesteld met pathologisering, maar dient wel toegankelijk én betaalbaar te zijn voor zij die daar nood aan hebben.

Transgender zijn versus genderdysforie / genderincongruentie hebben

Volgens de actuele visies in transgenderzorg, kan iemand perfect een gendervariante identiteit of -expressie hebben zonder dat hier enige nood tot behandeling of begeleiding mee gepaard gaat. Niet alle trans personen ervaren dus een “conflict” tussen lichaam en identiteitsbeleving zoals vroeger vaak werd aangenomen. Wanneer trans personen een vorm van behandeling of begeleiding wél noodzakelijk vinden, heeft die voornamelijk als doel de beleefde genderincongruentie/genderdysforie te verlagen. Het traject is in die zin minder heteronormatief of binair dan voorheen, en staat zeker ook open voor non-binaire personen of niet-normatieve zorgvragen.

Huidige behandelingsrichtlijnen in transgenderzorg

Standards of CareIn België zijn er geen nationale richtlijnen in de transgenderzorg. Zorgverleners volgen wel de internationale richtlijnen zoals uitgevaardigd door de World Professional Association for Transgender Health (WPATH): de zogenaamde ‘Standards of Care’ (SOC). De huidige SOC 7 dateert van 2011 en heeft expliciet ook aandacht voor personen die géén genderdysforie ondervinden, maar eerder genderdivers zijn. De originele Engelse versie van de SOC7 kan je hier downloaden.

Deze richtlijnen worden momenteel herbekeken en een update wordt in 2021-2022 verwacht. Deze komende editie (SOC8) zal voor het eerst een apart hoofdstuk wijden aan personen die gender non-binair zijn. Uit onderzoek blijkt immers dat zij niet dezelfde noden en wensen hebben als trans mannen en trans vrouwen, en dat zij ook duidelijke verschillen in mentaal welzijn en gezondheid rapporteren (Burgwal et al. 2019).

De behandeling is sterk geïndividualiseerd: sommige transgender personen zijn geholpen met enkel gesprekken en hebben geen behoefte aan hormoontherapie en/of chirurgische ingrepen, terwijl anderen die wel nodig vinden om zich goed te voelen. Er bestaat niet zoiets als ‘het juiste’ traject dat trans personen moeten afleggen. Medische stappen maken je ook niet meer of minder ’trans’. De duur, het tempo en de inhoud van een transgenderzorgpad staat niet vast, maar bepaal je zelf.

Alle opties in de zorg kan je in de zorgpagina’s nalezen. We groepeerden ze onder ‘vervrouwelijking‘ of ‘vermannelijking‘ om de richting van de verandering aan te geven, niet omdat we binair denken. Dus ook non-binaire personen kunnen van deze opties gebruik maken, indien ze dat wensen.

Veilig en effectief

Het behandelen van genderdysforie (diagnose in DSM 5) of genderincongruentie (diagnose in ICD-11) is volgens de huidige medische procedures en protocollen veilig én effectief gebleken. Decennia van klinische ervaring en onderzoek wijzen uit dat het welzijn van trans personen verhoogt door psychologische begeleiding en/of genderbevestigende behandeling (Coleman et al., 2012, p.8). Het gebruik van zogenaamde ‘hersteltherapieën of reparatieve therapieën’ die trachten transgender personen de genderidentiteit passend bij hun geboortegeslacht te doen aanvaarden, worden tegenwoordig als zeer onethisch beschouwd (Drescher, 2013). In sommige landen gaan zelfs stemmen op om hersteltherapieën bij wet te verbieden.

Bronnen