schoolbeleid

Er is meestal een groot gebrek aan kennis bij schooldirecties en leerkrachten over het transgender thema. Dit heeft zeker niet altijd te maken met onwil, maar is vaak te wijten aan het feit dat deze thematiek in hun opleiding niet of nauwelijks aan bod kwam.

Als gevolg hebben de meeste scholen géén pro-actief transgenderbeleid, maar worden zich pas bewust van de mogelijke problemen wanneer er zich een acuut probleem stelt. Zoals wanneer een transmeisje gebruik wenst te maken van de kleedkamers voor meisjes, maar andere meisjes zien dat niet zien zitten. Of een mannelijke leerkracht kondigt aan na de Paasvakantie als vrouw terug te komen. Plots zit men dan met de handen in het haar, en moeten er dringend beslissingen genomen worden. De druk komt dan vaak op een individuele leerkracht of directie te liggen.

Er is dus heel wat te zeggen voor het uitdenken van een schoolbeleid voor transgender leerlingen én leerkrachten, waar directie, leerlingenraad en ouderraad samen aan getimmerd hebben. Ook voor ouders is een proactief schoolbeleid een goede zaak. Want nu is het vaak zo dat ouders met een transgender kind op school zelf alles moeten uitzoeken en heel wat informatie moeten doorgeven aan directie en leerkrachten.

Wat kan je als school concreet doen?

Het zit vaak in de kleine alledaagse dingen: benoem een leerling of lerkracht volgens de genderidentiteit zoals hij/zij zich voelt en gebruik de gekozen voornaam in de dagelijkse omgang. Het is niet de bedoeling om de formele voornaamsverandering af te wachten vooraleer men rekening houdt met iemands genderidentiteit en –expressie.

Scholen zijn tevens vrij om al voor de officiële wijzigingen de nieuwe naam en geslacht ook in schriftelijke communicatie te gebruiken. Alle schoolinterne documenten kunnen zonder officiële wijziging van voornaam of geslacht aangepast worden aan de gewenste situatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor: schoolagenda’s, toetsen of examenformulieren, klassenlijsten, schoolpas, emailadres, online fora, enz.. Let wel: je kan dit als leerling of leerkracht niet buiten de wil van de school afdwingen. Maar voor het welzijn van de persoon in kwestie, alsook om verwarring bij andere leerlingen en leerkrachten te vermijden, spreekt het voor zich dat iedereen er bij wint om op de juiste manier aangesproken te worden.

Wanneer moet wel de officiële voornaam/geslacht wel nog gebruikt worden?
De officiële identiteitsgegevens zijn enkel relevant:

    • in de communicatie met de overheid
    • tijdens de deliberatie en officiële toekenning van de resultaten
    • voor diploma’s of getuigschriften
    • voor loonbrieven e.d.

De instelling kan een leerling of leerkracht dus al een heel eind tegemoet komen, ook gezien de juridische basis die het Vlaamse Gelijkekansen- en gelijke behandelingsdecreet van 2008 biedt. De passage over de reikwijdte van nondiscriminatie/gelijke behandeling in Vlaanderen (van toepassing op onderwijs, welzijn en andere Vlaamse bevoegdheden/sectoren) luidt als volgt:

Art. 16, § 3
De beschermde kenmerken zijn geslacht, genderidentiteit, genderexpressie, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming. Lees er hier meer over.

Expliciete vermelding in nondiscriminatie en/of antipestbeleid
Wanneer in schoolreglementen en andere visie- of beleidsteksten (zoals bv. een pestbeleid) gesproken wordt over diversiteit en antidiscriminatie, kan je de beschermde gronden (zoals afkomst, geslacht, geloof, enz.) expliciet opsommen en tevens ‘genderidentiteit’ en ‘genderexpressie’ in dat rijtje opnemen.

Plan van aanpak
Naast deze algemene expliciete vermelding van non-discriminatie, is het aan te raden om een specifiek plan van aanpak opgesteld te worden met duidelijke richtlijnen over hoe om te gaan met een trans leerling of leerkracht. In dit plan moeten duidelijke antwoorden staan op vragen als:

  • welke naam mag men gebruiken op examenformulieren en rapporten?
  • welke naam en foto mag er op de schoolpas?
  • wat met schoolreizen met overnachtingen in gescheiden slaapzalen?
  • wat met omkleedruimtes?
  • vanaf welk moment is het toegelaten om effectief in de andere genderrol te participeren op school?
  • hoe ziet de overlegstructuur ouders-kind-hulpverlening-school er uit?
  • welke contacten met / kennis van trans organisaties is er op school aanwezig?
  • welke educatieve materialen zijn beschikbaar op school?
  • wie verzorgt de ruime aankondiging en op wleke manier willen de betrokkenen dat dit verloopt?
  • …..

Zo’n plan biedt een raamwerk aan leerkrachten en directie om hun beslissingen in te kaderen, die natuurlijk ten allen tijden flexibel dienen te zijn en aangepast moeten worden aan de situatie, de leeftijd van het kind, en/of de wensen van de betrokkene. Maar het maakt wel een verschil uit of er een plan klaarligt of dat men op basis van één bepaald geval ad hoc moet reageren. En leerlingen, leerkrachten, ouders of andere actoren kunnen verwezen worden naar het beleid van de school indien er protest of vragen zouden ontstaan.